Het was de droom van Fidel Castro om aan duizend Haïtiaanse studenten een beurs te geven, waardoor ze in Cuba medicijnen konden studeren. Na hun studie zouden ze de Cubaanse artsen die in Haïti werkzaam waren, kunnen vervangen.
Dit jaar zijn er honderdvijftien afgestudeerd. Eenmaal terug in Haïti echter blijkt er geen enkel systeem te zijn waardoor ze worden opgenomen in het artsenbestand. Er is veel spanning tussen de in Haïti en in Cuba opgeleide artsen. Emigreren naar de VS, Canada of Europa zien veel afgestudeerden als enige mogelijkheid om hun beroep te kunnen uitoefenen. Toch is er in Haïti, vooral in ziekenhuizen, gebrek aan artsen en heeft de meerderheid van de bevolking nauwelijks toegang tot medische hulp.
De pas gediplomeerden verwachten van de regering dat zij hier verandering in brengt.
Op 14 november werd in Petit-Goâve een aardschok geregistreerd met de kracht van 4 op de schaal van Richter, zonder evenwel schade aan te richten. Veel mensen raakten echter in paniek, omdat de aardbeving van 12 januari 2010 hier haar epicentrum had. Voor het seismologisch instituut was het echter een gelegenheid om er nogmaals op te wijzen dat het van belang is de kalmte te bewaren wanneer zich aardschokken voordoen en op het belang van een stevige constructies bij het bouwen van huizen. Omdat Haïti op een breuklijn ligt zijn kleine schokken geen uitzondering. Tussen 1 juni en 30 oktober hebben er zich een veertigtal voorgedaan.
De internationale migratieorganisatie heeft voor ongeveer tienduizend gezinnen tijdelijke woningen gebouwd die orkaanbestendig zijn en minstens drie jaar bewoonbaar blijven.
De directie van de drinkwatervoorziening heeft aangekondigd vanaf 30 november geen gratis water meer te verstrekken aan degenen die nog in de verschillende kampen rond de hoofdstad wonen.
In Port-au-Prince is onder auspiciën van de Haïtiaanse universiteit en die van Quebec (Canada) een tweedaags internationale conferentie gehouden over het thema 'Nationaal erfgoed, cultureel toerisme en duurzame ontwikkeling'. Volgens een van de inleiders weet iedereen dat Haïti een land is 'met een uitzonderlijk gevarieerd cultureel erfgoed en bijzonder belangrijk zowel op religieus gebied met de voodoo, als op cultureel gebied met haar kunstenaars'. Ondanks de vermindering van toeristische activiteiten gedurende de laatste dertig jaar vanwege de politieke en economische situatie, bezit het land nog steeds een erfgoed wat betreft geschiedenis, architectuur, kunst, literatuur, archeologie, natuur en feestvieringen.
De ambitie van de organisatoren is het inkomsten genererend toerisme weer nieuw leven in te blazen. De staat moet de infrastructuur ontwikkelen: luchthavens en een goed wegennet.
Bij gelegenheid van de 208e verjaardag van de slag op Vertières (18 november) houdt Martelly een rede, waarin hij de oprichting aankondigt van een commissie die binnen veertig dagen een rapport moet leveren met een tijdspad voor de heroprichting van het leger. De slag om Vertières was beslissend voor de overwinning op het leger van Napoleon en werd vooral door het leger ieder jaar herdacht. De heroprichting van het leger moet samenvallen met de terugtrekking van Minustah, de VN missie die na de val van Aristide begin 2004 op verzoek van de toenmalige interim regering in Haïti operationeel werd.
De meeste Haïtianen sympathiseren met Martelly's plan, te meer omdat na de uitbraak van de cholera Minustah in hun ogen geen goed meer kan doen. De Canadese minister van Buitenlandse Zaken vindt de heroprichting van het leger 'prematuur'. Hij vreest dat een tweede veiligheidsorganisatie de beschikbare middelen voor andere prioriteiten aanzienlijk vermindert. Rekrutering van vijfhonderd militairen kost ongeveer 25 miljoen dollar, terwijl de regeringsbegroting voor 60% - 70% door buitenlandse hulp wordt gefinancierd.
De VS, de EU, Canada en Brazilië vinden het beter het politieapparaat te versterken, dat op het ogenblik bestaat uit 8.000 mannen en vrouwen.
Omdat hem van de kant van de senaat een motie van wantrouwen te wachten stond, heeft de minister van Justitie, Mr. Pierre-Louis, de premier zijn ontslag ingediend. Hij schrijft dat hij in het huidige klimaat niet in staat is de taak die hem is toevertrouwd naar behoren te vervullen. De minister deed dit na een vergadering met de regering. Die was van mening dat zelf indienen van ontslag beter was dan de ondervraging van de Senaatscommissie af te wachten. Vooraanstaande senatoren hadden al gezegd dat het verstandig zou zijn als de minister zelf vroeg om van zijn taak ontheven te worden.
De senaat neemt de aanbeveling van haar commissie van onderzoek over en wil dat de president publiekelijk zijn excuses aanbiedt voor de rol die hij in deze affaire gespeeld heeft. Een van de senatoren 'Als de president publiekelijk zijn verontschuldigingen maakt, zal hij groter uit deze crisis komen en kunnen wij doorgaan met belangrijke dossiers te behandelen'.
Volgens het rapport van de commissie van onderzoek 'wordt het land niet geregeerd. Niemand weet wat zich rond deze zaak allemaal heeft afgespeeld. De leden van de regering zijn voor de commissie verschenen en elk probeerde zich te verontschuldigen of iedere verantwoordelijkheid in deze zaak te ontkennen'.
De gedeputeerden, die op het ogenblik op vakantie zijn, stellen ook een onderzoekscommissie samen die haar rapport na hun vakantie (9 januari) moet presenteren.
Een commissie van de VN meldt dat volgens de minister van Gezondheid in oktober 202 mensen aan de cholera zijn overleden en 21.797 nieuwe gevallen zijn gemeld. In september waren er dat minder. Sinds het uitbreken van de epidemie (oktober 2010) zijn er 6.700 personen aan gestorven. De verwachting is dat vanwege het droge seizoen (december-maart) de komende maanden het aantal slachtoffers zal dalen.
Twee Haïtiaanse medewerkers van het Rode Kruis zijn gearresteerd. Ze worden ervan beschuldigd driehonderdtwintig dozen zeep ontvreemd te hebben, die bestemd waren als onderdeel van de strijd tegen de cholera.
Op 29 en 30 november vond er in Port-au-Prince het forum 'Invest in Haïti' plaats voor mogelijke investeerders, waar meer dan duizend zakenmensen en vertegenwoordigers van regeringen aan deelnamen. Ze kwamen uit Latijns en Noord Amerika, de Caraïben, Azië en Europa, in totaal negenentwintig landen. Het werd georganiseerd door de Haïtiaanse regering, de inter-Amerikaanse ontwikkelingsbank (BID) en de stichting Clinton-Bush. De onderwerpen die in afzonderlijke groepen behandeld zijn waren: heropbouw en ontwikkeling op lange termijn, textielindustrie, toerisme, landbouw en infrastructuur.
In zijn openingswoord zei Martelly: 'Wat wij nodig hebben is een land met werkgelegenheid, is het scheppen van banen. (...) Dit forum toont de belangstelling die investeerders hebben voor de mogelijkheden om in Haïti te investeren'.
Volgens Clinton onderstreept het forum het belang van de private sector en laat het de wereld zien dat het land weer openstaat voor zaken doen. De economie groeit weer, het laatst jaar met 5%. En dat na de rampspoed die de aardbeving heeft veroorzaakt'.
Ondernemers, ngo's, regeringsvertegenwoordigers van negenentwintig landen hebben twee dagen lang met elkaar van gedachten kunnen wisselen.
Ook ondernemers uit de 'diaspora' waren in ruime mate aanwezig. Ze willen, om de private sector te versterken, hun kennis en technologie delen met Haïtianen in het moederland.
Eerder waren Martelly, Clinton en Moreno aanwezig bij de openingsceremonie van industriepark Caracol, groot 250 hectare, in het noordoosten van het land. De eerste pachter is een Zuid Koreaanse onderneming die 78 miljoen dollar wil investeren in de textielindustrie, waarmee 20.000 arbeidsplaatsen geschapen worden.
Deze plannen worden niet door iedereen toegejuicht. Ze maken deel uit van een groot reconstructieplan, dat weliswaar duizenden nieuwe arbeidsplaatsen kan creëren, maar Haïti zal veranderen in een industriegebied (assemblage-industrie) met vrijhandelszones. Daarbij wijzen de regering en de private sector eens te meer op het voordeel van de goedkope arbeidskrachten.
Als voorbeeld moet een enorm industriepark dienen dat verrezen is op vruchtbare landbouwgrond. Binnen een half jaar zal de Zuid Koreaanse textielonderneming haar poorten openen om kleding te maken voor de Amerikaanse groothandel.
Een Haïtiaanse organisatie AKJ wijst erop dat al eerder Haïti en haar buurlanden geprobeerd hebben door assemblage-industrie het land tot ontwikkeling te brengen, maar zelden met resultaat.
Daags voor de aanvang van het forum is er een overeenkomst aangekondigd tussen Marriott International en de Digicel Group over de bouw van een hotel met 168 kamers en 5 suites in Turgeau, een wijk in de zuidoost kant van Port-au-Prince. Met de bouw wordt in 2012 begonnen en half-2014 is de opening gepland. Dit Marriott hotel zal van alle gemakken zijn voorzien: vergaderruimtes, zwembad(en), fitnessruimte, boetieks et cetera. Volgens de voorzitter van de Marriott groep, Sorenson, is dit hotel 'een teken te meer dat Haïti openstaat voor zaken doen. Er zijn doelen voor de lange termijn, maar we geloven dat we door te investeren arbeidsplaatsen kunnen scheppen en mensen kunnen vormen, die in staat zijn het land te helpen om op lange termijn weer zijn plaats te vinden tussen de belangrijkste bestemmingen in de Caraïben'. Sorenson denkt dat deze investering het toerisme en de economie zal bevorderen.
Premier Conille voegt daar aan toe: 'Wie investeert in Haïti, gelooft in de economie, de regering en de toekomst van Haïti. U zult niet teleurgesteld worden'. Hij geeft vervolgens de verzekering dat de president en het parlement zich verplicht hebben gunstige voorwaarden te scheppen voor investeringen in Haïti. Ze verdienen een compliment, vindt hij, voor hun inzicht. Ze hebben het juiste moment gekozen om, ondanks de risico's, te investeren in een Haïti dat nog grote infrastructurele problemen heeft. De premier is blij dat zakenmensen beginnen te begrijpen dat er geïnvesteerd moet worden en geen cadeaus moeten worden gegeven. Er is genoeg efficiënte menskracht. Marriott zal werk bieden aan 175 mensen.
De minister van toerisme is van mening dat de uitstraling van Marriott het image van Haïti kan veranderen. Met haar vergaderzaal van 428 m² biedt de ruim voldoende ruimte voor conferenties en andere bijeenkomsten.
Een andere Amerikaanse onderneming (HHC) wil met samen met een Haïtiaanse groep bij de luchthaven een drie sterren hotel met 250 kamers bouwen.
De EU schenkt de Haïtiaanse overheid 10 miljoen euro voor de wederopbouw van enkele Ministeries, waarvan 3 miljoen voor het ministerie van Buitenlandse Zaken.
CorruptieIn het rapport 2011 van Transparency international, dat het niveau van corruptie bij de overheid en politiek weergeeft, staat Haïti op plaats 175 van de 183 vermelde landen. Het roept de vraag op wat de rol van de regering in de laatste helft van het jaar is geweest. Ze zal haar uitgaven moeten verantwoorden en transparant moeten zijn in haar beleid.
Dat is niet altijd het geval. Telkens wanneer de pers de president ondervraagt hoeveel zijn talrijke reizen met uitgebreide delegaties naar het buitenland kosten, weigert hij te antwoorden. Ook is geen informatie beschikbaar over de salarissen van de achttien ministers en de negentien staatssecretarissen. Sinds 1986 is dat nog niet voorgevallen.
Ieder die een publieke functie uitoefent moet aantonen wat hij of zij aan bezittingen heeft. Niemand weet of de president, de ministers of staatssecretarissen dit gedaan hebben.
Op het ogenblik, nu er sprake is van grote investeringen en het massaal scheppen van werkgelegenheid, is gebrek aan transparantie en informatie een ernstige zaak.
Volgens een recent rapport van de Haïtiaanse organisatie voor mensenrechten (RNDDH) zitten in de gevangenissen van het hele land 270 minderjarigen jarenlang in voorlopige hechtenis. Sommigen blijven opgesloten tot hun meerderjarigheid, zonder voorgeleid te zijn voor een rechter. Vooral in de provinciesteden kan het maanden en jaren duren voordat het rechterlijk gezag een uitspraak doet. Het rapport maakt melding van twaalf meisjes die pas toen ze 18 waren in vrijheid werden gesteld. De gevangenisleiding wordt vaak niet op de hoogte gesteld van de rechterlijke beschikking over hun invrijheidsstelling, wanneer deze jeugdigen hun straf hebben uitgezeten.
RNDDH is van mening dat de overheid weinig geïnteresseerd is in de rechten van het kind en vindt de huidige praktijd in zake preventieve hechtenis onaanvaardbaar. Ze wil dat de dossiers van gearresteerden vlugger worden afgehandeld.
Elf maanden geleden kwam Jean-Claude Duvalier, na vijfentwintig jaar ballingschap in Frankrijk, terug in Haïti. Sinds dien is hij aangeklaagd voor: onrechtmatige arrestaties, martelingen, executies, verdwijningen, deportaties.
Vragen over een eventueel proces tegen Duvalier zijn in Haïti uit de actualiteit verdwenen. Het is de Canadese organisatie Concertation pour Haïti die hier weer aandacht voor vraagt. In een brief aan president Martelly vraagt ze dringend om een proces tegen de ex-dictator Duvalier om recht te doen aan de duizenden slachtoffers van zijn regiem. Dat zal het vertrouwen van het Haïtiaanse volk in Justitie herstellen. Internationale juristen hebben een juridisch commentaar, een Amicus, samengesteld dat Justitie in Haïti ten dienste kan zijn.
'Het is nu absoluut noodzakelijk dat de Haïtiaanse regering publiekelijk bevestigt dat ze zich niet zal mengen in zaken waar de Justitie mee bezig is, zodat deze een grondig en onpartijdig onderzoek kan doen naar de ernstige schendingen van de mensenrechten die bedreven zijn onder het bewind van Duvalier. Het is in de geschiedenis van Haïti een unieke gelegenheid om een eind te maken aan de nooit eindigende cyclus van straffeloosheid die altijd de overhand kreeg. Het is de gelegenheid om het collectieve geheugen op te frissen. De geschiedenis heeft aangetoond dat er geen echte verzoening mogelijk is, noch een nationale afspraak, zonder de weg van de waarheid, gerechtigheid en genoegdoening'.
COHAN (Comitée Haïti Nederland)
Red.: André de Waele Wezenland 366 7415 JJ Deventer. E-mail: dewacohan@kpnmail.nl
Haïti Nieuws februari/maart 2010
Haïti Nieuws 33 22 augustus 2001
Haïti Nieuws 13, 28 februari -7 maart 2001