Van het meeste actuele nieuws over Haïti zult u door de media op de hoogte zijn gesteld. In deze extra aflevering vindt u direct hieronder een enigszins bewerkte samenvatting van een interessant artikel van de Haïtiaan Robert Fatton Jr., professor aan de universiteit van Virginia. En nog wat andere informatie.
De wederopbouwOndanks hun nationalisme zullen de Haïtianen de werkelijkheid moeten accepteren dat op het ogenblik de internationale gemeenschap, in het bijzonder de VS, dat over de middelen beschikt het land uit de catastrofe te redden.
Als echter eenmaal aan noodhulp een eind is gekomen, zullen de Amerikaanse militairen zich terugtrekken en vervangen worden door een orgaan dat uit burgers is samengesteld en dat met de Haïtiaanse autoriteiten een plan voor de heropbouw ontwikkelt en uitvoert. Dit plan zou de neoliberalistische economie van meer dan veertig jaar moeten vervangen en de nadruk moeten leggen op grote projecten voor de infrastructuur, op hervorming van de landbouw en op zelfvoorziening op voedselgebied.
Het doel zou moeten zijn het scheppen van werkgelegenheid voor de grote meerderheid van de Haïtianen, het verminderen van de armoede en het overbruggen van de verschrikkelijke kloof tussen de kleine groep bevoorrechten en de meerderheid van armen. Dit vereist een geloofwaardige en wettige regering die kan spreken namens het volk. Dat is wezenlijk, omdat door de aardbeving de voor dit jaar geplande presidents- en parlementsverkiezingen onmogelijk zijn geworden en het onwaarschijnlijk is dat deze binnenkort gehouden kunnen worden. Verlenging van Prévals mandaat is volgens de grondwet niet mogelijk.
De 'onzichtbaarheid' van het huidige regiem bij de nasleep van de aardbeving mag niet beloond worden met een parlement dat zich zelf 'herkozen' heeft.
In het interregnum moeten de Haïtianen een uitweg zien te vinden in deze uitzonderlijke situatie. Ze moeten een nieuwe vorm van vertegenwoordiging scheppen om een consensus te bewerkstelligen over een nieuwe visie op de wederopbouw van hun land. Of ze nu kiezen voor een Nationale Vergadering, voor een tijdelijke regering van Nationale Eenheid of voor een ander orgaan, vereist is dat zowel aan het volk verwante organisaties en alle sectoren van de samenleving, als alle politieke partijen een stem hebben in het bepalen van de manier de wederopbouw zal plaats vinden.
Ofschoon het een moeilijk proces zal zijn, geen andere weg is er niet. Het gevaar bestaat dat men bij de wederopbouw zal terugvallen op de oude en mislukte strategieën van het verleden. Als de huidige regering en het parlement besluiten hun eigen weg te gaan, is dit vragen om politieke onrust en instabiliteit. Wederopbouw kan niet een zaak zijn van een zich zelf benoemde minderheid.
Het is nu een historische gelegenheid ook de gemarginaliseerden te betrekken bij het maken van een nieuwe en verantwoordelijke staat. Als men deze gelegenheid niet aangrijpt, zal de sociale polarisatie nog groter worden en de gevolgen van de traditionele tot niets leidende politiek die Haïti's geschiedenis kenmerkt, alleen maar ernstiger.
Haïti's tragische situatie draagt het gevaar in zich van een oorlog 'van allen tegen allen' à la Hobbes, maar kan ook een gelegenheid zijn om een nieuwe en democratische gemeenschap te scheppen, waarin iedere Haïtiaan de ander behandelt als gelijke burger. De aardbeving is inderdaad de wreedste gelijkmaker geworden. Dood en verwoesting hebben allen getroffen, ongeachte klasse of kleur. Toch zal de kleine, welgestelde minderheid makkelijker deze crisis te boven zal komen dan de arme minderheid.
Haïti zal grootschalige hulp nodig hebben van de internationale gemeenschap. Maar als ze die eenmaal gegeven heeft, zal ze haar traditionele manier van helpen moeten veranderen. Zij zal zich moeten concentreren op het helpen van Haïtianen om een goed functionerende staat te maken. Ze zal Haïti moeten helpen bij het opbouwen van een effectief ambtenarenapparaat en zal de meeste buitenlandse hulp via instellingen van de regering moeten lopen. Uit angst voor corruptie hebben donoren de staat omzeild, maar de resultaten waren mager. Corruptie bij de overheid is een probleem, maar het is slechts een zeer gering deel van de buitenlandse hulp die verdwijnt in de handen van de regering. De corruptie beperkt zich overigens niet tot de overheid; tussenpersonen en ngo's zijn er niet immuun voor. Haïtianen weten dat ngo's 'big business' zijn geworden en dat de economische elite weigerden belasting te betalen en zich bezig hielden met onwettige praktijken. De Haïtianen moeten het buitenland oproepen de tijd van wederopbouw te gebruiken om hen te helpen de mogelijkheden van de staat te vergroten en een bekwame overheidsdienst in het leven te roepen. De wederopbouw van de hoofdstad, op dezelfde plaats of ergens anders, zou een goede gelegenheid zijn om een kader van stadontwikkelaars en ingenieurs te vormen.
De ngo'sDoel moet zijn de staat sterker te maken in plaats dat ze blijft leunen op wat in Haïti bekend staat als La république des ONGs, de repliek van de ngo's.
Meer dan 10.000 ngo's deden de afgelopen dertig of veertig jaar 'ontwikkelingswerk' Bij voorkeur sluisden de internationale financiële organisaties hun steun aan het land via de ngo's. Hun bedoelingen mogen goed zijn, ze zijn niet de motor die een zelfstandige groei in Haïti aandrijft. Ze coördineren hun activiteiten niet en hebben geen nationaal verband. Ze zijn een palliatief in de strijd tegen armoede.
In plaats van meer geld in de ngs's te pompen moet de internationale gemeenschap zich richten op het helpen van Haïtianen om duurzame over- heidsinstellingen te creëren. Het volslagen gebrek aan een landelijk systeem voor noodhulp na de verwoestende orkanen van twee jaar geleden toont de afwezigheid van een verantwoordelijke staat. Het was geen verrassing dat de minister van Binnenlandse Zaken erkende dat de Minustah 'zoals gewoonlijk de hulp coördineerde'.
Dat de staat ontmand is, is echter geen toeval. Het is voor een deel het gevolg van het neoliberalistisch systeem dat de grote financiële instellingen het land hebben opgelegd. Door er voor te pleiten dat de staat zich terugtrekt van zijn sociale en regulerende taken en door de alleenheerschappij van de markt te promoten, heeft dit systeem bijgedragen aan een economische, politieke en sociale ramp. De ontmande staat heeft de bevolking zonder bescherming gelaten tegen de harde realiteit van armoede, werkloosheid en de grillen van de natuur. Bovendien: op export georiënteerde stadsenclaves met goedkope arbeidskrachten hebben bijgedragen aan het bijna volkomen verwaarlozen van de landbouwproductie en aan de trek naar de stad. Port-au-Prince, gebouwd voor 250.000 inwoners, heeft er nu bijna 3 miljoen. Ze leven in armoede en vuiligheid. Op midden en lange termijn zou de internationale gemeenschap het beschermen en weer tot bloei brengen van inlandse productie moeten promoten en landbouwgebieden moeten ontwikkelen.
Nu heeft de aardbeving een omgekeerde exodus tot gevolg gehad. Om de ramp te ontvluchten keerden inwoners van Port-au-Prince terug naar hun dorpen. Deze spontane evacuatie biedt de gelegenheid boeren aan te moedigen en hen de middelen te verschaffen om er zich blijvend vestigen. Dit zou een eind kunnen maken aan de groeiende en afschuwelijke ongelijkheid van klasse en regio en een gevoel van nationale saamhorigheid kunnen doen ontstaan.
Groei van de eigen voedselproductie is echter moeilijk zonder verandering van het neoliberalistisch systeem dat de grote internationale financiële instellingen Haïti hebben opgelegd. Het inzakken van de eigen voedselproductie, voornamelijk die van rijst, is veroorzaakt door de politiek van vrije handel die in de jaren 1980 en1990 werd ingevoerd onder leiding van het IMF en de Wereldbank. Die leidde tot een massale import van voedsel en de volledige verwaarlozing van de eigen landbouw.
Wat Haïti nodig heeft is de opbouw van de staat. Alleen de staat kan er voor zorgen dat iedereen beschermd wordt en de voorwaarden scheppen voor zelfstandige groei.
Ontwikkelingshulp kan niet langer om de staat heen. Ofschoon de angst voor corruptie niet ongegrond is, ze mag niet de noodzakelijke inspanning verlammen die nodig is om de staat sterker te maken.
Het maken van een nieuwe en verantwoordelijke staat impliceert niet een sterke centralisatie of onderdrukking van spontane ontstaan vormen burgerorganisaties, maar eerder het gebruik maken er van, er samenhang aan geven en middelen om te slagen. De staat moet deze vredige bewegingen vol elan de kracht en moed die de overgrote meerderheid van de bevolking getoond heeft tijdens de catastrofe koesteren en erkennen. Haar houding tijdens de ramp is een hoopvol bewijs dat Haïtianen solidair kunnen zijn en dat enorme kloof tussen klasse, kleur en geslacht kon worden overbrugd. Dit eist echter een staat die haar verantwoor-delijkheid serieus neemt en in staat is meer gelijke kansen te scheppen, meer burgerzin en een stabieler politiek klimaat. De verwoestingen door de aardbeving kunnen de hevige baringspijnen worden van een nieuw en veerkrachtig Haïti. (HSG 11 februari )
Volgens Camille Chalmers, professor aan de universiteit van Port-au-Prince, moet in Haïti niet alleen de infrastructuur weer worden opgebouwd, maar zal ook de manier waarop het land geleid werd moeten veranderen. 'Haïti heeft niet alleen dringend behoefte aan hulp, maar ook aan structurele verandering van het bestaande systeem, een behoefte die al langer bestaat'. Chalmers was kabinetschef onder Aristide in de jaren 1990.
Het centralistisch systeem is er de oorzaak van dat veel belangrijke documenten verloren konden gaan. 'Alles is geconcentreerd in Port-au-Prince, dat wel de 'Republiek van Port-au-Prince' wordt genoemd. Er is lang gepleit voor decentralisatie, wat ten voordele van de inwoners van de ander departementen zou zijn. Vaak verre en dure reizen naar de hoofdstad zouden hen bespaard blijven en zou er meer gebruik kunnen gemaakt worden van de kennis en ervaring van de mensen ter plaatse. We moeten er voor zorgen dat de publieke diensten in het hele land aanwezig zijn.
Dit centralistisch systeem vindt zijn oorsprong in de periode van de Amerikaanse bezetting van 1915 tot 1934. Door alles in Port-au-Prince te concentreren konden de bezetters meer macht uitoefenen.
Chalmers' huis werd verwoest, zijn schoonmoeder kwam om en hij verloor nagenoeg al zijn bezittingen, inclusief zijn onderzoeksverslagen en andere belangrijke documenten.
Chalmers vindt dat de Haïtianen de eerste dagen na de aardbeving, waardoor met hem 1.5 miljoen mensen dakloos werden, hebben laten zien waartoe ze zelf in staat zijn. 'Zonder hulp van buitenaf organiseerden mensen zich om op straat te overleven. Ze waren een voorbeeld voor de hele wereld. De gevolgen zouden anders veel ernstiger geweest kunnen zijn'.
Internationale organisatie die drie of vier dagen na de aardbeving in Haïti kwamen troffen er eenvoudige burgers aan die schoonmaakploegen hadden georganiseerd, politie en plaatselijke leidinggevenden om er voor te zorgen dat de plekken waar ze sliepen school en veilig waren.
Solidariteit had het leven van degenen die in Chalmers' buurt woonden veranderd en sociale barrières afgebroken. 'Een man die hulp organiseerde was iemand die over het algemeen gezien werd als een bedelaar, maar na de aardbeving werd hij beschouwd als een leider'. (HSG 31 januari)
Onder bescherming een gewapende bewaker proberen ambtenaren uit de puinhoop van het vier verdiepingen tellende belastingkantoor te redden wat er te redden valt. Een van hen zegt: 'We hebben hier documenten die teruggaan naar onze onafhankelijkheid, tweehonderd jaar geleden. Dat is de geschiedenis van ons land'.
De aardbeving verwoestte de gebouwen van veel ministeries, zoals dat van financiën en justitie, en het parlementsgebouw. Maar over gevolgen van de verwoesting van het gebouw waar de belastingdienst gehuisvest was maken mensen van de regering, zakenlui en eigenaren zich nog het meest zorg. De taken van de belastingdienst zijn veel uitgebreider van die van bijvoorbeeld de VS. Wil men een rijbewijs, paspoort, kentekenplaten, identiteitsbewijs en andere papieren, dan moet men gewoonlijk naar het belastingkantoor.
Wat nog belangrijker is: bij de belastingdienst zijn alle eigendomsakten geregistreerd, in ieder land belangrijk maar vooral in Haïti waar strijd om eigendomsrecht regelmatig voorkomt. Zoals in veel ontwikkelingslanden worden dit soort documenten bij gebrek aan elektriciteit met de hand opgemaakt.
Ambtenaren bekijken of onvervangbare documenten nog te redden zijn. 'Ongetwijfeld is veel belangrijke documenten verloren gegaan, maar we weten nog niet hoeveel'.
De belangrijkste documenten zouden echter op geslagen zijn in een bunker in de kelder. De architect was er naar toe gekropen en had gezien dat die waarschijnlijk nog intact was. Het zal echte nog dagen ruimen duren eer die toegankelijk is.
Volgens de minister van Financiën zijn de meeste computers nog in orde en van wat daarin was opgeslagen is er een back-up in gebouwen die niet beschadigd zijn.
Een extra probleem voor de dienst is dat vier van haar directeuren bij de ramp omgekomen zijn. ( HSG 5 februari)
Veel mensen zijn naar het binnenland gevlucht, waar ze familie of bekenden hebben, zoals in het plaatsje Petite Rivière, een kilometer of vijfenveertig te noorden van Port-au-Prince. Het heeft niet geleden heeft onder de aardbeving, maar het leven is er drastisch veranderd, misschien voor altijd. In de drie weken na de ramp is bevolking bijna verdubbeld van naar schatting 37.000 tot 62.000. Sommigen van de nieuwkomers hebben er geen familie of bekenden, maar hebben zich aangesloten bij de andere vluchtelingen.
'Ik was er niet op voorbereid' zegt een boer die zeven familieleden in zijn huis heeft opgenomen. Zelf woont hij er met vrouw en zes kinderen. 'Maar we moeten ze huisvesten. We hebben voedsel, ze kunnen eten. Als ik het niet zou doen, moesten ze zonder eten verder'.
De nieuwkomers brengen hun dagen door met niets doen. Ze lopen wat rond in de straten, zitten op het plein voor de katholieke kerk of voor de huizen van hun familie.
Ofschoon veel van hen in Petite Rivière zijn opgegroeid, vinden ze het nu klein en benauwend en verlangen ze terug naar de hoofdstad. Niemand weet wanneer de vluchtelingen terug naar de hoofdstad kunnen. 'We blijven hier totdat Jezus beslist wat hij met ons wil doen', zegt een moeder. In Port-au-Prince had ze een huis dat verwoest is.
Jessica Bellevue (23) wacht ook op het moment dat ze terug kan. In alles lijkt ze op iemand uit de stad: in kleding en haaropmaak. Ze studeerde economie en was tijdens de aardbeving thuis. Haar huis werd beschadigd, niet verwoest. Maar van de universiteit is niet veel over en klasgenoten kwamen om onder het puin. 'De aardbeving heeft alles veranderd', zegt ze.
Alhoewel Petite Rivière een extreem voorbeeld is, hetzelfde gebeurt in de kleine plaatsen en dorpen in de buurt van Port-au-Prince, die in normale situaties niet in staat zijn zo veel mensen op te vangen.
De VN, die met een vertegenwoordigers in de Artibonite ter plaatse is, hoopt hulpprojecten op te zetten om wie wil blijven werk te verschaffen. Dat zou goed uitkomen voor de Haïtiaanse regering, die zich gedwongen ziet voor voedsel en tenten te zorgen voor al degenen die in de hoofdstad gebleven zijn. (HSG 1 februari)
In de brandende zon hebben mensen soms uren moeten wachten op voedsel. Door de manier waarop dit werd uitgedeeld voelden ze zich vernederd. 'Meer dan de 35 seconden die de aardbeving duurde zijn de mensen getraumatiseerd door het feit dat ze van de ene dag op de andere in rijen moesten staan met een kom in hun hand in afwachting op wat voedsel en op iemand die ze een laken geeft zodat ze kunnen slapen. Deze afhankelijkheid is verschrikkelijk voor iemands gevoel van eigenwaarde'.
Een Haïtiaanse organisatie laat zien hoe je kunt helpen zonder te vernederen. In Carrefour-Feuilles sloot ze een overeenkomst met twintig kleine voedselverkopers die binding hadden met de buurt en wil binnenkort nog met dertig andere een contract sluiten. Ieder brengt iedere dag voedsel naar tien of vijftien gezinnen. De bedoeling is dat op die manier na verloop van tijd rond de 5.400 mensen iedere dag te eten hebben. Het project wordt gefinancierd uit giften die de stichting ontvangt en loopt tot eind april. (HSG 15 februari)
COHAN (Comitée Haïti Nederland)
Red.: André de Waele Wezenland 366 7415 JJ Deventer. E-mail: dewacohan@12move.nl