Stichting Projecthulp Haïti

Stichting Projecthulp Haïti

Nieuws uit Haïti verzorgd door COHAN

Begraven zonder rite

Al bijna een week land dumpen vrachtwagens in een gat van zes tot driehonderd meter de lichamen van de slachtoffers. Een gescheurde foto van een man met snor en een zilverkleurige das; daar een verlopen Amerikaans paspoort van een kind; verderop een flard van een paarse panty waarmee nooit iemand meer verleid zal worden.
Na het verlies van familie en bezittingen volgt nog een ander verlies: de mogelijkheid de doden te identificeren en een fatsoenlijke begrafenis te geven. Begrafenisrituelen zijn de heiligste van alle ceremoniën voor de bevolking, die over het algemeen meer geld geeft aan tombes dan aan huizen. Volgens het voodoogeloof leven de doden voort en moeten families voor eeuwig in contact kunnen blijven met hun voorouders. Nu zoveel mensen niet bij hun familie kunnen worden begraven, gaan er ontelbare spirituele verbintenissen verloren.. Het doet geweld aan alles wat voor deze mensen belangrijk is.
De plek van het massagraf heet Titanyen. Onder beide Duvaliers werden hier de slachtoffers van hun schrikbewind gedumpt. Voor de meeste Haïtianen is dit vervloekte grond. 'Als je je niet goed gedraagt, eindig je in Titanyen' zeggen ouders tegen ongehoorzame kinderen. Volgens de boeren die rond die plek hun lapje grond bewerken arriveren er elk uur zeker zes vrachtwagens met lichamen. (VK 22.01.2010)

De wederopbouw na de ramp

Het is nooit te vroeg om na te denken over de wederopbouw. De eerste activiteiten van donoren, regering en anderen zullen op politiek, sociaal en economisch gebied de toekomst bepalen voor generaties. Maar dat is moeilijk. Volgens Oxfam leren ervaringen bij de tsunami en de aardbeving in Pakistan dat wederopbouw moeilijker is dan hulpverlening. Donoren maken meestal een onrealistisch tijdschema voor wederopbouw. De schade toegebracht aan de Haïtiaanse infrastructuur en de politiek doet vermoeden dat we moeten denken in jaren, zo niet aan decennia.
Een ramp van deze omvang is ook een politieke shock. Nieuwe politici zullen opstaan, oudere zullen verdwijnen, de politiek zal veranderen. Na de aardbeving in Mexico in 1985 ontstonden spontaan zelfhulpgroepen die leidden tot onafhankelijke sociale bewegingen en uiteindelijk tot de val van Mexico's een-partij-staat.
Hulp is geen alternatief voor politiek. Maar de manier waarop men de heropbouw denkt vorm te geven kan pogingen om een zwakke regering te doen vallen in de kaart spelen of belemmeren.

De huidige regering lijkt bijna afwezig. Maar zoals in de natuur heeft ook de macht een 'horror vacui'. Nieuwe krachten willen die leegte opvullen. Ze zullen het sociaal contract tussen burgers en staat belangrijker maken of radicaal in het nadeel van de burgers veranderen.
Voor de aardbeving compenseerden allerlei burgerlijke en andere organisaties (van boeren, vrouwen, mensrechten en kerken) dikwijls het gebrek aan goed werkende overheidsinstanties. Ze worden ook nu nog buitengesloten van overleg op hoog niveau. Dat is verspilling van talent en het niet benutten van een kans om het sociaal contract en de democratie in Haïti te onderstutten. Organisaties van het maatschappelijk middenveld, en niet 'experts' van buitenaf die de Haïtiaanse context niet begrijpen, moeten van het begin af aan betrokken worden bij de plannen voor de heropbouw.
Of de Haïtianen er weer bovenop komen hangt af van het werk dat ze kunnen vinden en een markt voor hun producten. Economisch herstel, gebaseerd op kostwinning van de armen (kleinschalige landbouw, bouw en informele economie), is doorslaggevend. Ervaring zoals die met tsunami leert dat geld in contanten en voor lokale voorzieningen in het algemeen meer resultaat oplevert. De getroffen bevolking verkiest geld boven goederen. Het geeft hen een gevoel van waardigheid. Ze kunnen kiezen op welke manier zij kunnen proberen hun leven weer op te bouwen. (HSG 29 januari)

Een e-mail

Een pater die veertig jaar in Haïti werkzaam is stuurde 1 februari een bericht, waaruit een deel hier volgt. Zelf ontkwam hij ternauwernood aan de dood, toen het gebouw waar hij woont instortte.
'Alleen al in Port-au-Prince zijn er meer dan vierhonderd geïmproviseerde 'tenten'kampen van enkele tientallen tot duizenden mensen die allemaal dicht op elkaar liggen, in het publiek baden, hun behoeften doen, en dat zonder aangepaste voorzieningen. Er wordt gewaarschuwd voor besmettelijke ziektes, maar wat kunnen de mensen doen en waar moeten ze heen ?
Tot nu toe ontbreekt het aan coördinatie en zijn er mensen die zeggen nog nooit iets ontvangen te hebben.
Gelukkig regent het nog steeds niet. Als dat erbij komt is de ramp niet te overzien'.

De materiële schade is enorm groot: 90% van alle scholen in Port-au-Prince is ingestort of onbruikbaar. Onze school valt onder die 90%. Bijna alle grote kerken - katholieke en protestantse - zijn onbruikbaar. Bijna alle ministeries worden ondergebracht in noodgebouwen om de trein weer langzaam op de rails te krijgen. Enorm veel middenstanders hebben hun huizen zien instorten en zijn van vandaag op morgen arm geworden, als ze de ramp al overleefd hebben.
Toch komt het openbare leven langzaam op gang. De benzinepompen en de banken die niet ingestort zijn, zijn weer open, al moet je wel veel geduld hebben om geholpen te worden. Elke dag zie je meer straathandel en ook steeds meer verkeer. Hulporganisaties van heel veel landen doen wat ze kunnen om het leed te verzachten, maar ook zij staan bijna machteloos om die gigantische massa van ongeveer 1 miljoen elke dag van water en eten te voorzien en voor hoe lang nog?
Wat je opvalt, is de kracht die het volk put uit haar geloof. Ze bidden bijna heel de dag en als er een kleine naschok komt hoor je overal: Jezu, Jezu en de armen gaan omhoog'.

Hoop

Een Haïtiaans-Amerikaanse schrijft: 'Hoop is niet iets dat iemand dikwijls associeert met Haïti. Als antropoloog en onderzoeker van de beeldvorming van het eiland heb ik dikwijls onderzoek gedaan naar artikelen en verhalen die Haïti reduceren tot enkele simpele categorieën en die Haïtianen dehumaniseren. Ja, we kunnen het armste land van het westelijk halfrond zijn, maar er is leven, liefde en een geestkracht van een creatieve overlevingsdrang die niet te loochenen en niet te verslaan is. (...)
Ik heb kreten gehoord als waarom en waarom nu en waarom dit niet voorkomen had kunnen worden. Uitlatingen van afkeuringen zijn te verklaren, maar zijn nu weinig constructief.
Sinds ons bestaan als onafhankelijke staat in de 19e eeuw hebben wij het hoofd geboden aan allerlei hindernissen. Al eerder moesten we bouwen en weer opbouwen. Toch maak ik me zorg over Haïti's toekomst. Op het ogenblik krijgen we hulp, reddingsoperaties van allerlei soort. Maar ik maak me zorg over de komende weken, wanneer we niet langer nieuws zijn op de voorpagina's. Zonder inspanning op lange termijn zullen we eenvoudigweg niet kunnen wederopbouwen. Wat zal er dan gebeuren?
De mensen die ik heb ontmoet gaven maar een antwoord toen ik vroeg waarom ze, ondanks hun persoonlijke tegenspoed, kozen voor gemeenschapsopbouw. In het Creool of in het Frans antwoordden ze: 'C'est mon devoir' (het is mijn plicht). Vandaag zie ik hun woorden als een teken dat er een wil is in Haïti. Wanneer men (in Haïti) bezig is met iets dat een lange adem vraagt, moet ook de internationale gemeenschap het als haar plicht zien om niet dezelfde fouten te maken als in het verleden. (HSG, 15 januari)

COHAN (Comitée Haïti Nederland)

Red.: André de Waele Wezenland 366 7415 JJ Deventer. E-mail: dewacohan@12move.nl

Haïti Nieuws December 2009

© 2000 stichting projecthulp haïti - Laatste wijziging: 14-03-2010 - Sitemap

 

Sponsor:
Autobranche kiest richting met geavanceerde datasnelweg - VWE Import en Exportservices voor de automotive branche
Zoeken