De gegevens voor het Haïti Nieuws ontleen ik gewoonlijk aan Une semaine en Haïti (Parijs). Zij op haar beurt krijgt die van Alterpresse (Port-au-Prince). Het gebouw waar Alterpresse gehuisvest was, is verwoest, waardoor de redactie van Une Semaine en Haïti (UsH) verstoken is van haar voornaamste bron. Wanneer het wekelijks bulletin zijn contact met Alterpresse kan herstellen is niet bekend. Daarom heb ik deze keer heb ik het Haïti Nieuws samengesteld uit informatie van de Haïti Support Group (GB) en de Volkskrant. Veel nieuws zal het niet zijn, het geeft wel een samenvatting van de gebeurtenissen.Aardbeving
12 januari 17.00 uur. Een aardbeving met de kracht van 7.0 op de schaal van Richter heeft Haïti zwaar getroffen. Het epicentrum lag in Léogane, 16 km ten zuidwesten van Port-au-Prince. In de hoofdstad richtte ze enorme verwoestingen aan. Het presidentiële paleis, regeringsgebouwen, scholen, ziekenhuizen, hotels, universiteiten, onderkomens van de internationale gemeenschap en duizenden ondeugdelijk gebouwde huizen, vooral die in de heuvels en bergen waren opgetrokken, stortten in elkaar of werden zwaar beschadigd. Wegen zijn onbegaanbaar geworden. Het was de krachtigste aardbeving in tweehonderdvijftig jaar.
De eerste schok werd gevolgd door nog vijfentwintig andere schokken, waarvan twee met een kracht van 5.5 en 5.9. (Een aardbeving van 7 is tien keer zo sterk als een van 6 en honderd keer sterker dan een van 5.)
Het epicentrum had een diepte van ruim 9 km, wat als weinig wordt geschouwd. Hoe dieper, des te minder de verwoestende kracht van de aardbeving is.
Van het hotel Christopher, waar de VN missie (Minustah) gehuisvest was, is de helft ingestort. Men vreest dat van de twee- tot vijfhonderd blauwhelmen die daar aanwezig waren, de meesten daarbij zijn omgekomen. Ook het hoofd van de missie, Hedi Annabi, is daarbij omgekomen. Hotel Montana, waar veel belangrijke buitenlandse gasten waren ondergebracht, is volledig verwoest.
Van de kathedraal zijn het dak en muren ingestort. Ook het historisch centrum van Jacmel is zwaar getroffen.
Het aantal slachtoffers moet enorm zijn. Préval was tijdens de aardbeving niet in zijn paleis. (HSG 13 en 14 januari)
13 januari. We hebben veel geluk gehad. De aardbeving heeft de plaats waar ik woon gespaard. Maar als ik naar beneden rijd, komt een enorme stoet mensen me tegemoet en zie ik van Petion-Ville tot aan het centrum ongelooflijke verwoestingen. Minstens een op de drie huizen is ingestort. Port-au-Prince is een en al chaos. In de volkswijk tegenover mijn kantoor is 60% van de woningen met de grond gelijk gemaakt. Tientallen lijken liggen op straat. Nergens zie ik acties van de grote internationale organisatie of van de overheid. Mensen proberen familieleden met de handen onder het puin vandaan te halen. Duizenden zijn op zoek naar familieleden. Overlevenden proberen gewonden naar ziekenhuizen te brengen, maar die zijn overvol of zwaar beschadigd.
Een aantal ministeries is zwaar beschadigd. Beide gebeurtenissen belemmeren ook het organiseren van de hulpverlening.
Gewapend met kapmessen slaan vooral jongeren aan het plunderen. Een van hen wordt door de politie neergeschoten.
Er is een groot tekort aan water en voedsel. Gisteren bereikt een konvooi met levensmiddelen uit de Dominicaanse Republiek de stad. Dat was alles. (UsH 18 januari)
15 januari: Bij de reddingswerken bij het hoofdkwartier van Minustah werden de lijken van zesendertig medewerkers gevonden. Acht werden levend opgegraven, maar zeven zijn er ernstig aan toe. Een bewaker kwam ongedeerd onder het puin vandaan.
Minustah is een van de grootste missies van de VN. Ze bestaat uit zevenduizend militairen en tweeduizend politiemensen, afkomstig uit eenenveertig landen. Daarnaast werken nog zevenhonderd Haïtianen voor de missie.
Al in 1993 kwamen de eerste blauwhelmen naar Haïti en bleven er tot 2000. In 2004 kwamen ze terug, nadat enkele gewapende aanhangers van de oppositie een deel van het land innamen en naar de hoofdstad dreigden op te rukken. Onder druk van Frankrijk en de VS stemde Aristide in met verbanning. De blauwhelmen bleven in het land onder de naam Minustah (Mission des Etats Unis pour la stabilisation en Haïti) om het bij te staan bij de overgang naar de democratie en bij de oprichting van een betrouwbaar politiecorps.
In de praktijk fungeren de blauwhelmen vooral als politieagenten en ordetroepen. Nu in de stad plunderaars toeslaan, is aan hun aanwezigheid meer behoefte dan ooit. (VK 15. 01. 2010)
Tientallen vliegtuigen met noodhulp komen aan op het vliegveld. Het Rode Kruis schat het aantal doden op 45 tot 50 duizend.
De eerste van de vijfhonderd Amerikanen helpen het vliegveld te heropenen. Het Pentagon stuurt een vliegdekschip en een hospitaalschip. De soldaten moeten niet alleen hulp bieden, maar ook de wijdverspreide plunderingen tegengaan.
Tientallen landen sturen reddingsteams, artsen, voedsel, medicijnen, communicatieapparatuur en complete veldhospitalen. De hulp raakt echter zeer moeilijk ter plaatse. Zonder materiaal om de vliegtuigen te lossen ontstaat op het vliegveld een chaos, waardoor er 's avonds geen vliegtuigen meer kunnen landen. Veel slachtoffers blijven van hulp verstoken.
Overal in de stad liggen lijken tussen het puin. Bruggen zijn ingestort. Door het puin in de haven kunnen schepen niet aanmeren. (VK 15 januari)
Uit heel de wereld is de hulp voor Haïti op gang gekomen. Tientallen landen sturen vliegtuigen met reddingswerkers en tonnen noodhulp.
Op voorstel van Frankrijk wordt de komende weken een internationale donorconferentie georganiseerd.
Donderdag is in de verwoeste hoofdstad nog niets te zien van een georganiseerde hulpactie. Overal liggen lijken, waarvan sommige naar een mortuarium of naar een geïmproviseerde begraafplaats aan de rand van de stad worden gebracht. Mensen graven met de blote hand of met voorhamers naar overlevenden. Veertig reddingsteams zijn al aan de slag, maar ze beschikken niet over graafwerktuigen.
De straten van Port-au-Prince liggen vol puin, bruggen zijn ingestort en de stroom en het telefoonnetwerk doen het amper. Gelukkig kon het vliegveld, waarvan de verkeerstoren was ingestort, snel toegankelijk worden gemaakt.
Veel overlevenden brengen de afgelopen twee nachten op straat door, en hebben al twee dagen amper gegeten of gedronken. Winkels werden massaal geplunderd. 'Het is een logistieke nachtmerrie', zei een VN-woordvoerder. (VK 15 januari)
Door de straten van Port-au-Prince dolen honderdduizenden Haïtianen in de brandende zon. De meesten houden een doek voor mond en neus tegen de lucht van lijken en bederf. Blauwhelmen zijn begonnen met het ophalen van stoffelijke overschotten, maar de lijkenzakken zijn op.
De internationale hulp komt traag op gang. De eerste vrachtwagens van de Verenigde Naties, geladen met voedsel, rijden door de stad, steevast gevolgd door een truck met blauwhelmen. Maar door logistieke problemen zijn de meeste Haïtianen van enkele hulp verstoken.
In de stad lopen de spanningen op. Wanhoop verandert in woede. Ingestorte supermarkten zijn geplunderd, andere zijn gesloten. Jonge mannen lopen rond met vuurwapens of machetes.
Zwaar bewapende Amerikaanse soldaten staan in een wijde cirkel om de ingang van de luchthaven. In overleg met de Haïtiaanse regering hebben de Amerikanen het toezicht op het vliegveld en de haven overgenomen. In een enorme tent worden gewonden verzorgd. Daarom heen staan lange rijen containers met geneesmiddelen en medische apparatuur.
(VK 16 januari)
Hulp bereikt de hongerige Haïtianen maar mondjesmaat. Door knelpunten in de logistiek en problemen met de veiligheid komt de hulpverlening uiterst moeizaam en chaotisch op gang.
De distributie van goederen verloopt willekeurig en is volstrekt onvoldoende. Vrachtwagens lopen vast in straten die worden geblokkeerd door mensenmenigten, puin en lijken. De vrees voor plunderaars vertraagt het afleveren van water en voedsel. Overal zijn opslagplaatsen en winkels leeggeroofd. Burgers namen het recht in eigen hand en lynchten dieven.
Volgens Haïtiaanse functionarissen ligt het dodental van de beving tussen de 100- en 200 duizend. VN-chef Ban Ki-moon, die een bezoek bracht aan Port-au-Prince, sprak van de ernstigste humanitaire crisis in decennia.
Mensen ontvluchten de stad op zwaarbeladen pick-ups en vrachtwagens en zoeken hun heil in de provincie. Voor degenen die achterblijven willen de autoriteiten aan de rand van de stad tentenkampen inrichten, waar 400 duizend daklozen kunnen worden ondergebracht. Tot nu toe verblijven ze in meer dan tweehonderd geïmproviseerde kampen verspreid over de stad. De autoriteiten zijn bang dat door de slechte hygiënische omstandigheden besmettelijk ziekten als diaree en luchtweginfecties zullen uitbreken.
Volgens de premier Bellerive zijn er 200.000 doden, 300.000 gewonden, 1 miljoen daklozen. Van 4.000 moest een van de ledematen worden geamputeerd.
Volgens de Haïtiaanse regering zijn er tot nu toe 75 duizend slachtoffers begraven.
Ondanks haar slechte relatie met Haïti gedraagt de Dominicaanse Republiek zich als een goede buur. Al heel gauw werden vanuit Santo Domingo voedsel, water, medicijnen en artsen gestuurd. Haïtiaanse slachtoffers worden in Dominicaanse ziekenhuizen geopereerd en de Dominicaanse president vloog twee dagen na de aardbeving als eerste buitenlandse politicus naar Port-au-Prince, waar hij zijn hulp aanbood. Het aanbod om 800 militairen en politiemensen te sturen om de orde te handhaven en hulpkonvooien te beschermen werd echter afgewezen. Zodra het gaat om militairen en agenten, wint achterdocht het van de nood.
De Dominicaanse hulp komt net als die van de Verenigde Staten niet alleen voort uit humanitaire overwegingen. Ook de vrees te worden overspoeld door vluchtelingen speelt mee.
Haïti kan de komende maanden rekenen op minimaal 220 miljoen euro aan noodhulp van de Europese Unie. Die schat het aantal doden door de aardbeving vijftig- tot honderdduizend.
(VK 19,22 en 23 januari)
Al bijna een week land dumpen vrachtwagens in een gat van zes tot driehonderd meter de lichamen van de slachtoffers. Een gescheurde foto van een man met snor en een zilverkleurige das; daar een verlopen Amerikaans paspoort van een kind; verderop een flard van een paarse panty waarmee nooit iemand meer verleid zal worden.
Na het verlies van familie en bezittingen volgt nog een ander verlies: de mogelijkheid de doden te identificeren en een fatsoenlijke begrafenis te geven. Begrafenisrituelen zijn de heiligste van alle ceremoniën voor de bevolking, die over het algemeen meer geld geeft aan tombes dan aan huizen. Volgens het voodoogeloof leven de doden voort en moeten families voor eeuwig in contact kunnen blijven met hun voorouders. Nu zoveel mensen niet bij hun familie kunnen worden begraven, gaan er ontelbare spirituele verbintenissen verloren.. Het doet geweld aan alles wat voor deze mensen belangrijk is.
De plek van het massagraf heet Titanyen. Onder beide Duvaliers werden hier de slachtoffers van hun schrikbewind gedumpt. Voor de meeste Haïtianen is dit vervloekte grond. 'Als je je niet goed gedraagt, eindig je in Titanyen' zeggen ouders tegen ongehoorzame kinderen. Volgens de boeren die rond die plek hun lapje grond bewerken arriveren er elk uur zeker zes vrachtwagens met lichamen. (VK 22.01.2010)
Het is nooit te vroeg om na te denken over de wederopbouw. De eerste activiteiten van donoren, regering en anderen zullen op politiek, sociaal en economisch gebied de toekomst bepalen voor generaties. Maar dat is moeilijk. Volgens Oxfam leren ervaringen bij de tsunami en de aardbeving in Pakistan dat wederopbouw moeilijker is dan hulpverlening. Donoren maken meestal een onrealistisch tijdschema voor wederopbouw. De schade toegebracht aan de Haïtiaanse infrastructuur en de politiek doet vermoeden dat we moeten denken in jaren, zo niet aan decennia.
Een ramp van deze omvang is ook een politieke shock. Nieuwe politici zullen opstaan, oudere zullen verdwijnen, de politiek zal veranderen. Na de aardbeving in Mexico in 1985 ontstonden spontaan zelfhulpgroepen die leidden tot onafhankelijke sociale bewegingen en uiteindelijk tot de val van Mexico's een-partij-staat.
Hulp is geen alternatief voor politiek. Maar de manier waarop men de heropbouw denkt vorm te geven kan pogingen om een zwakke regering te doen vallen in de kaart spelen of belemmeren.
De huidige regering lijkt bijna afwezig. Maar zoals in de natuur heeft ook de macht een 'horror vacui'. Nieuwe krachten willen die leegte opvullen. Ze zullen het sociaal contract tussen burgers en staat belangrijker maken of radicaal in het nadeel van de burgers veranderen.
Voor de aardbeving compenseerden allerlei burgerlijke en andere organisaties (van boeren, vrouwen, mensrechten en kerken) dikwijls het gebrek aan goed werkende overheidsinstanties. Ze worden ook nu nog buitengesloten van overleg op hoog niveau. Dat is verspilling van talent en het niet benutten van een kans om het sociaal contract en de democratie in Haïti te onderstutten. Organisaties van het maatschappelijk middenveld, en niet 'experts' van buitenaf die de Haïtiaanse context niet begrijpen, moeten van het begin af aan betrokken worden bij de plannen voor de heropbouw.
Of de Haïtianen er weer bovenop komen hangt af van het werk dat ze kunnen vinden en een markt voor hun producten. Economisch herstel, gebaseerd op kostwinning van de armen (kleinschalige landbouw, bouw en informele economie), is doorslaggevend. Ervaring zoals die met tsunami leert dat geld in contanten en voor lokale voorzieningen in het algemeen meer resultaat oplevert. De getroffen bevolking verkiest geld boven goederen. Het geeft hen een gevoel van waardigheid. Ze kunnen kiezen op welke manier zij kunnen proberen hun leven weer op te bouwen. (HSG 29 januari)
Een pater die veertig jaar in Haïti werkzaam is stuurde 1 februari een bericht, waaruit een deel hier volgt. Zelf ontkwam hij ternauwernood aan de dood, toen het gebouw waar hij woont instortte.
'Alleen al in Port-au-Prince zijn er meer dan vierhonderd geïmproviseerde 'tenten'kampen van enkele tientallen tot duizenden mensen die allemaal dicht op elkaar liggen, in het publiek baden, hun behoeften doen, en dat zonder aangepaste voorzieningen. Er wordt gewaarschuwd voor besmettelijke ziektes, maar wat kunnen de mensen doen en waar moeten ze heen ?
Tot nu toe ontbreekt het aan coördinatie en zijn er mensen die zeggen nog nooit iets ontvangen te hebben.
Gelukkig regent het nog steeds niet. Als dat erbij komt is de ramp niet te overzien'.
De materiële schade is enorm groot: 90% van alle scholen in Port-au-Prince is ingestort of onbruikbaar. Onze school valt onder die 90%. Bijna alle grote kerken - katholieke en protestantse - zijn onbruikbaar. Bijna alle ministeries worden ondergebracht in noodgebouwen om de trein weer langzaam op de rails te krijgen. Enorm veel middenstanders hebben hun huizen zien instorten en zijn van vandaag op morgen arm geworden, als ze de ramp al overleefd hebben.
Toch komt het openbare leven langzaam op gang. De benzinepompen en de banken die niet ingestort zijn, zijn weer open, al moet je wel veel geduld hebben om geholpen te worden. Elke dag zie je meer straathandel en ook steeds meer verkeer. Hulporganisaties van heel veel landen doen wat ze kunnen om het leed te verzachten, maar ook zij staan bijna machteloos om die gigantische massa van ongeveer 1 miljoen elke dag van water en eten te voorzien en voor hoe lang nog?
Wat je opvalt, is de kracht die het volk put uit haar geloof. Ze bidden bijna heel de dag en als er een kleine naschok komt hoor je overal: Jezu, Jezu en de armen gaan omhoog'.
Een Haïtiaans-Amerikaanse schrijft: 'Hoop is niet iets dat iemand dikwijls associeert met Haïti. Als antropoloog en onderzoeker van de beeldvorming van het eiland heb ik dikwijls onderzoek gedaan naar artikelen en verhalen die Haïti reduceren tot enkele simpele categorieën en die Haïtianen dehumaniseren. Ja, we kunnen het armste land van het westelijk halfrond zijn, maar er is leven, liefde en een geestkracht van een creatieve overlevingsdrang die niet te loochenen en niet te verslaan is. (...)
Ik heb kreten gehoord als waarom en waarom nu en waarom dit niet voorkomen had kunnen worden. Uitlatingen van afkeuringen zijn te verklaren, maar zijn nu weinig constructief.
Sinds ons bestaan als onafhankelijke staat in de 19e eeuw hebben wij het hoofd geboden aan allerlei hindernissen. Al eerder moesten we bouwen en weer opbouwen. Toch maak ik me zorg over Haïti's toekomst. Op het ogenblik krijgen we hulp, reddingsoperaties van allerlei soort. Maar ik maak me zorg over de komende weken, wanneer we niet langer nieuws zijn op de voorpagina's. Zonder inspanning op lange termijn zullen we eenvoudigweg niet kunnen wederopbouwen. Wat zal er dan gebeuren?
De mensen die ik heb ontmoet gaven maar een antwoord toen ik vroeg waarom ze, ondanks hun persoonlijke tegenspoed, kozen voor gemeenschapsopbouw. In het Creool of in het Frans antwoordden ze: 'C'est mon devoir' (het is mijn plicht). Vandaag zie ik hun woorden als een teken dat er een wil is in Haïti. Wanneer men (in Haïti) bezig is met iets dat een lange adem vraagt, moet ook de internationale gemeenschap het als haar plicht zien om niet dezelfde fouten te maken als in het verleden. (HSG, 15 januari)
COHAN (Comitée Haïti Nederland)
Red.: André de Waele Wezenland 366 7415 JJ Deventer. E-mail: dewacohan@12move.nl