10 november - 1 december
Het nieuwe kabinet en de verkiezingenDe door Préval benoemde premier, Joseph Jean Max Bellerive, heeft zijn kabinet samengesteld. Elf leden maakten al deel uit van het vorige kabinet, zeven zijn nieuw. Sommige parlementariërs en andere politici spreken van een 'opgewarmde maaltijd' en een 'parkeren' tot de verkiezingen van 2010, waar behalve lokale overheden ook parlementariërs en een nieuwe president gekozen moeten worden.
Bellerive blijft ook minister van Planning en Buitenlandse Samenwerking. Bij de presentatie van de regeringsverklaring zei hij van plan te zijn in grote lijnen dezelfde politiek te zullen volgen als zijn voorgangster.
Bellerive was een van de ontwerpers van het plan voor armoedebestrijding van de Wereldbank. Even als Michel Duvivier Pierre-Louis wil hij de relaties met de internationale donoren verstevigen, vooral die met de speciale afgezant van de VN, Bill Clinton. Diens inzet voor hulp uit het buitenland wordt beschouwd als de sleutel voor het aanwakkeren van de Haïtiaanse economie.
Interessant is dat Préval op 17 november een nieuwe politieke partij heeft opgericht de 'Inite' (de Eenheid), die de vorige 'Lespwa' (de Hoop) van 2005 zou moeten vervangen. Aanwezig hierbij waren ongeveer dertig burgemeesters, leden van gemeenteraden en vertegenwoordigers van verschillende partijen in Port-au-Prince. Politici beschuldigen Préval ervan overheidsgeld te gebruiken voor het vormen van deze nieuwe partij.
Sinds de verkiezingen van 2009 doet Préval zijn uiterste best om een comfortabele meerderheid in beide Kamers te krijgen. Door het oprichten van de "Eenheid' hoopt hij deze te verwerven. Ook zou hij het liefst willen dat er twee grote politieke groeperingen ontstaan, waarvan Inité de grootste is.
Aan de ene kant zouden die gevormd moeten worden door leden van de oude Lespwa en door dissidenten van andere politieke partijen. Deze laatste worden verscheurd door interne conflicten en door het afhaken van partijleden. Vooral de laatste weken komen deze problemen steeds meer in de openbaarheid.
Aan de andere kant neigen verschillende partijen en politieke groeperingen tot het bundelen van hun krachten om tegenwicht te bieden aan de nieuwe partij van de president.
Volgens degenen die deze bundeling van krachten voorstaan, gaat het niet alleen om de verkiezingen van 2010, maar om een nieuwe nationale politiek voor de langere termijn.
Van beide allianties is echter tot nu toe noch hun programma, noch hun strategie bekend.
De grote vraag is hoe deze twee de kiezers kunnen overtuigen. Ze hebben bij de verkiezingen van 2006 de politiek massaal de rug toegekeerd.
Voor de verkiezingen in 2010 zullen vijfentwintig miljoen dollar nodig zijn. Hiervoor heeft de regering zeven miljoen dollar beschikbaar, de rest wordt geschonken door de internationale gemeenschap. Het beheer van deze gelden ligt in handen van het PNUD (het VN- ontwikkelingsprogramma).
De stemgerechtigden wordt gevraagd hun stemkaart voor 28 december op te halen. De verkiezingen zijn gepland op 28 februari en 3 maart.
De partijen die aan de verkiezingen willen deelnemen moeten tussen 16 en 20 november zich als zodanig laten inschrijven. Hierbij moeten zij een aantal documenten kunnen overleggen: van het bewijs van officiële erkenning, de notariële stichtingsakte, de statuten, de te gebruiken afkorting van de naam van de partij, hun symbolen en kleuren. Op 24 november zal de lijst worden gepubliceerd van de partijen die aan de verkiezingen mogen meedoen.
Van 25 tot 30 november moeten de kandidaten zelf zich laten inschrijven. De lijst van de aanvaarde kandidaten zal op 12 december worden gepubliceerd.
Leiders van politieke partijen vinden dat het allemaal wel erg vlug moet gaan en zijn bang de trein te missen, als er geen verandering in het tijdschema wordt aangebracht. Dit des te meer omdat de instanties die de benodigde bescheiden moeten leveren niet uitblinken in snelheid.
Drie maanden voor de aangekondigde verkiezingen maakt de bevolking zich weer zorgen over de handhaving van de fundamentele mensenrechten en de handhaving van kieswet. De president probeert de andere partijen en politieke groeperingen te vlug af te zijn door slechts enkele weken voor de verkiezingen vaart te zetten achter zijn nieuwe politieke alliantie Inité. Al zesendertig afgevaardigden hebben zich geschaard achter de Inité. Hij heeft ook veel leden van andere partijen aangeworven en journalisten die hun beroep vaarwel zeggen om politiek actief te worden.
Door gebrek aan organisatie en planning van acties zien de andere politieke partijen zich nu gedwongen alsnog een poging te doen om uit te zoeken waar ze hun pionnen moeten plaatsen op het politieke schaakbord, waar de huidige regering alle prijzen in de wacht wil slepen. Omdat er nog maar weinig tijd is voor de verkiezingen gooien alle gedeputeerden zich in de strijd om de gunst van de kiezers.
Door sommige partijen, waaronder Fanmi Lavalas, van de verkiezingen uit te sluiten en partijen die de president en zijn politieke partners gunstig gezind zijn wel te aanvaarden, schijnt de CEP (voorlopige kiesraad) een deuk in haar geloofwaardigheid te hebben opgelopen.
De nationale organisatie voor de mensenrechten (Rnddh) vindt dat 'de voorgeschreven procedures niet in acht zijn genomen en dat het voldoen aan de wettelijke bepalingen beslist niet de voorwaarde is geweest waaronder politieke partijen of politieke groeperingen aan de verkiezingen konden nemen. Sommige politieke groeperingen hebben een voorkeursbehandeling gekregen, terwijl andere zonder enige rechtvaardiging hiervoor van deelname aan de verkiezingen uitgesloten werden.
Daarbij komt nog dat de CEP, in overtreding van de wet, het politieke platform Inité in het kiesregister opgenomen heeft onder de naam van de al eerder geregistreerde partij de Unité. Nu is de Unité door de CEP uitgesloten van deelname aan de verkiezingen'.
De voorzitter van de Unité beschuldigt een van de ministers ervan valsheid in geschrifte te hebben gepleegd te gunste van het politieke platform van de president.
Een groot deel van de aanhang van de president wordt gevormd door de sympathisanten van Fanmi Lavalas, dat opnieuw van deelname aan de verkiezingen is uitgesloten. Ook andere politieke partijen en groeperingen zijn van deelname uitgesloten, omdat die er van verdacht worden Prévals plan om heer en meester te worden van het politieke toneel dwars te zitten.
Volgens de nationale bisschoppelijke commissie Justitia et Pax zou het gebrek aan transparantie van het verkiezingsproces opnieuw kiezers ervan weerhouden hun stem uit te brengen.
Er zijn geen wettelijke mogelijkheden om de herkomst te achterhalen van de fondsen die politici die zich kandidaat hebben gesteld ter beschikking staan, noch om te voorkomen dat ze menskracht, geld en middelen van de staat gebruiken.
De bevolking is teleurgesteld en schijnt een afwachtende houding aan te nemen ten opzichte van het politieke spel waarvan de spelers zich niet bekommeren om hun fundamentele behoeften zoals drinkwater, hygiëne, elektriciteit en werk. Vooral vanwege de onkosten van de naderende feestdagen heeft zij inkomsten uit arbeid dringend nodig.
Op 7 november werd een Haïtiaan door Dominicaanse militairen bij de grens doodgeschoten. Een andere raakte gewond, toen een Dominicaan hem aanviel met een mes. De Dominicaanse autoriteiten beschouwen deze gewelddadigheden als incidenten die zij veroordelen en waarvan de daders worden vervolgd.
De nieuwe regering wil op dit aanhoudend geweld reageren. Bellerive zal daarom zo spoedig mogelijk een gemengde commissie (bestaande uit Haïtiaanse en Dominicaanse leden) in het leven roepen om dit probleem te bestuderen.
Begin mei bestond het ministerie van Vrouwenzaken vijftien jaar. Het vindt zijn oorsprong in een vrouwenbeweging die een instantie wilde die zich in het bijzonder zou toeleggen op alles wat met vrouwenrechten te maken heeft. Pas door een decreet van 6 juli 2005 wordt verkrachting wettelijk beschouwd als een misdrijf in plaats van een 'aanslag op eer'. Vrouwen worden nu ook meer gelijk behandeld als mannen, al is dat nog niet altijd het geval.
Een wetsontwerp over verantwoordelijk vaderschap, dat door de minister van Vrouwenzaken is ingediend, ligt nu bij het parlement.
Zoals ieder jaar herdacht Haïti in de beslissende slag om Vertières (18 november 1803), waarin het leger van Napoleon verslagen werd. De overwinning die zij behaalde maakte het mogelijk dat Haïti op 1 januari 1804 onafhankelijk werd.
Bij deze gelegenheid gaf de minister van Jeugdzaken in Cap-Haïtiën het startsein voor het twee weken durend project 'burgerschap'. Jongeren werden allerlei sport- en andere activiteiten aangeboden, maar ze werden ook aangespoord tot het doen van karweitjes voor de gemeenschap. Zo hebben in Port-au-Prince een paar honderd scholieren meegedaan aan het schoonmaken van verschillende straten.
Ook Haïti zal deelnemen aan de klimaattop in Kopenhagen. Om het hoofd te kunnen bieden aan de klimaatverandering wil Haïti een nationale strategie, die ze het liefst zien als integrerend onderdeel van een plan van de hele regio.
Bij natuurrampen is Haïti al een van de meest kwetsbare landen. Het lijdt nu ook onder de gevolgen van de klimaatsverandering. Door stijging van de temperatuur is in verschillende meren is het water gestegen.
De kans dat rijke landen verplichtingen op zich nemen ten gunste van landen in ontwikkeling lijkt kleiner te worden.
De Haïtiaanse afdeling van Oxfam slaat alarm. De gevolgen van de klimaatsverandering zijn voor Haïti rampzalig. In haar rapport 'Er is een storm op komst' laat Oxfam zien hoe langere periodes van droogte en zwaardere orkanen het leven en de middelen van bestaan van heel veel mensen in het hele land bedreigen.
In oktober heeft de minister van Sociale Zaken en Arbeid een vergadering belegd over kinderen die helpen in de huishouding, de restavèk (letterlijk 'die verblijven bij'). In november startte Amnesty International een campagne die gericht is tegen dit misbruik van kinderen. Met deze campagne vraagt ze nogmaals aandacht voor dit probleem en wil ze dat er spoed gezet wordt achter het uitvaardigen van een wet op het misbruik van kinderen. Naar verwachting komt die in 2010 in het parlement aan de orde.
In de meeste gevallen zijn de restavèk meisjes, die dikwijls het slachtoffer zijn van slechte behandeling en van verschillende vormen van (o.a. seksueel) misbruik. Jeugddelinquentie is hier vak het gevolg van.
Amnesty International vraagt de regering zich concreet in te zetten voor de bescherming van de rechten van het kind.
In oktober 2009 werd het aantal personen voor wie voedselzekerheid niet gegarandeerd was geschat op 1,8 miljoen. In februari van dat zelfde jaar was dit aantal nog 2,8 miljoen. De coördinator van de Cnsa (Coordination national pour la sécurité alimentaire) voorziet dat deze trend zich tussen oktober 2009 en maart 2010 zich zal voortzetten.
De goede oogst in de lente van 2009 (25% groter dan die in 2008), het uitblijven van orkanen, de vermeerdering van het geld dat uit het buitenland wordt overgemaakt (ondanks de internationale crisis) en het zakken van de inflatie zijn hier de oorzaak van.
De oogst in de Artibonite leidt tot een prijsdaling van de rijst met 40%. Rijst is in:Haïti een van de voornaamste voedingsmiddelen.
Maar de hogere douanerechten ten gevolge van de nieuwe wet kunnen volgens sommige economen leiden tot een prijsstijging van geïmporteerde levensmiddelen, een mogelijkheid waar de prognose van de Cnsa geen rekening mee heeft gehouden.
In oktober werden negenentwintig gevallen van difterie geconstateerd. Vijftien personen, dat is 52%, zijn er aan overleden. De ziekte komt vooral voor in de departementen Noord, Artibonite en Oost. In Oost vooral in Port-au-Prince. Vanwege de snelle verspreiding van deze ziekte wordt gevreesd voor een pandemie.
De Haïtiaanse autoriteiten hebben samen met Unicef en de Wereldgezondheid Organisatie in de getroffen departementen een vaccinatiecampagne gestart en de aanbeveling gedaan in de rest van het land kinderen en jongeren onder 19 jaar in te enten. De EU verschaft het nodige materiaal, koelinstallaties en financiert de overige kosten van deze operatie.
Het uitbreken en het zich uitbreiden van de ziekte hangt samen met de onderontwikkeling van het land: ondervoeding die het immuunsysteem verzwakt, het dicht op elkaar wonen, maar vooral het geringe aantal gevaccineerden. In 2008 was minder dan 55% van kinderen tussen twaalf en drieëntwintig maanden ingeënt. In dezelfde periode was dat in Jamaica 90%, in de Dominicaanse Republiek en Cuba 95%.
Organisaties voor de rechten van de vrouw eisen dat de politiek zich met concrete maatregelen inzet voor een maatschappij waarin vrouwen en mannen dezelfde rechten hebben.
Uit onderzoek in verschillende steden in 2009 blijkt dat er in dit opzicht een gunstige ontwikkeling plaats vindt. In vier jaar tijd is het aantal vrouwelijke slachtoffers van geweld dat zich bij gezondheidscentra meldde met 50% gedaald. Daarmee is echter gebruik van geweld tegen vrouwen niet verdwenen. Vrouwen worden nog steeds gediscrimineerd en verkracht, onafhankelijk van hun leeftijd of sociale klasse. Veel vrouwen slachtoffers van geweld tegen vrouwen leven in angst of schamen zich. Er valt nog veel werk te doen waar het hun opvang en begeleiding betreft. In de ziekenhuizen zijn er veel weinig ruimtes om vertrouwelijke gesprekken met hen te voeren, 's middags en 's avonds zijn er te weinig artsen beschikbaar en veel te weinig personeel is voldoende opgeleid om hen te helpen, ondanks alle moeite die hiervoor gedaan wordt.
COHAN (Comitée Haïti Nederland)
Red.: André de Waele Wezenland 366 7415 JJ Deventer. E-mail: dewacohan@12move.nl