7 juli - 11 augustus
Bezoek van ClintonBij zijn eerste bezoek aan Haïti als afgezant van de VN sprak Clinton over de voorbereidingen op het naderende orkaanseizoen, over het scheppen van werkgelegenheid en het meer toegankelijk maken van de sociale basisvoorzieningen. Hij bestudeert de mogelijkheden om de VN, de internationale donoren, het maatschappelijk middenveld en de Haïtiaanse regering op een lijn te krijgen voor een herstelplan van de Haïtiaanse economie.
Kwijtschelding van schuldHet platform voor een alternatieve ontwikkeling (Papda) wil een totale kwijtschelding van de Haïtiaanse schuld (naar schatting 1,9 miljard dollar) om sociale programma's te kunnen ontwikkelen. Het is maar matig tevreden over de schuldverlichting van 1,2 miljard, waartoe de Wereldbank en het FMI besloten hebben. Zelf beschouwt het platform deze beslissing als het resultaat van reeks acties die het ondernomen heeft.
Zeker is dat de verbetering van de belastingdienst, van het douanestelsel en een beter beleid in het algemeen tot dit besluit hebben bijgedragen.
De verwachting is dat de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank dit voorbeeld zal volgen met het kwijtschelden van 511 miljoen dollar. Canada heeft Haïti de totale schuld van 2,3 miljoen kwijtgescholden.
De commissie van sociale zaken van de Kamer van Afgevaardigden zal op 8 of 9 juli in een rapport reageren op de bezwaren van Préval tegen de voorgestelde verhoging van het minimumsalaris. Ze heeft hierover gesprekken gevoerd met ondernemers, vakbonden en economen.
De ondernemers voorzien een verlies van duizenden arbeidsplaatsen, vooral in de assemblage-industrie, als het minimum dagsalaris 200 gourdes (ongeveer 5 dollar) wordt. Nu is het 41,75 gourdes (ongeveer 1 dollar).
Intussen gaan studenten van de universiteit door met betogingen op straat. Zij eisen dat de voorgestelde salarisverhoging doorgaat. Ook het Platform Repatrianten en Vluchtelingen (GARR) is voorstander van de salarisverhoging. Ze maakt een eind aan 'de moderne vorm van slavernij'.
's Middags 3 augustus demonstreren de werkneemsters en werknemers van het industrieterrein van Port-au-Prince voor het minimum dagsalaris zoals hiervoor door het parlement gekozen is. De werkgevers waren gedwongen via een zijuitgang het terrein, dat aan de weg naar de luchthaven ligt, te verlaten.
Actievoerders, die de toegang tot verschillende assemblagefabrieken hebben afgesloten, roepen de werknemers en werkneemsters van de Nationale Maatschappij van industrieparken (Sonapi) op vier dagen lang op straat te demonstreren.
Op de laatste dag van deze actie worden auto's beschadigd en in brand gestoken. De politie verdrijft de betogers met traangas en arresteert er twee. Ook de dienstauto van de zaakgelastigde van de Amerikaanse ambassade die in de buurt stond werd beschadigd. De persdienst van de ambassade haast zich te zeggen dat het beschadigen van de auto niet gericht was tegen de Verenigde Staten, maar dat de auto daar toevallig stond.
Als reactie op deze onlusten besluit de Vereniging van Fabriekseigenaren in Haïti (Adih) op 11 augustus haar assemblagefabrieken een dag te sluiten, om de gelegenheid te hebben 'veiligheidsmaatregelen te organiseren'.
Ondervraagd door de pers verklaren de werkgevers niets tegen vreedzame betogingen te hebben, maar iedere vorm van geweld af te keuren.
Deze demonstratie werd georganiseerd daags voordat de Kamer van Afgevaardigden zou reageren op de bezwaren die Préval tegen de salarisverhoging had geformuleerd.
Het Haïtiaanse Platform voor een Alternatieve Ontwikkeling (Papda) roept de parlementariërs op recht te doen aan de mannelijke en vrouwelijke arbeidskrachten door hun het minimum dagsalaris van 200 gourdes te gunnen.
De commissie van sociale zaken van de Kamer van Afgevaardigden stelt in een rapport een minimum dagsalaris van 150 gourdes voor. Wanneer de afgevaardigden op 4 augustus hierover stemmen, blijkt dat ze vinden dat een dagsalaris van 150 gourdes een mogelijke oplossing biedt. Dit leidt weer tot grote onrust en onvrede bij de werknemers en werkneemsters.
Zesentwintig afgevaardigden, die op 4 augustus niet in de Kamer aanwezig waren, noemen het stemmen over het voorstel van de commissie illegaal en niet in overeenstemming met de grondwet. In plaats van over dit voorstel te stemmen, had de Kamer moeten stemmen over het al of niet aanvaarden van de bezwaren van de president tegen een minimum dagsalaris.
De raad voor modernisering van de staatsbedrijven is ook verantwoordelijk voor de privatisering van de Téléco. Premier Michèle Duvivier Pierre-Louis heeft geprobeerd de ongerustheid bij de parlementariërs over de geruchten van verkwanseling en vriendjespolitiek bij de aan- besteding weg te nemen. Over de raad zegt ze dat die, zoals in het verleden, ook bij deze overeenkomst zo goed mogelijk en in de groots mogelijke openheid de belangen van de voornaamste aandeelhouder (de Centrale Bank) zal behartigen.
De Téléco maakt een moeilijke periode door vanwege het slecht beleid in de laatste twintig jaar en door het uitblijven van investeerders. Voor Radio Métropole zei de huidige directeur dat de Téléco zonder een partner, die over de technische kennis en geld beschikt, zou ophouden te bestaan.
Begin 2011 zullen de inwoners van Cité Soleil kunnen profiteren van een nieuw te bouwen centrale die gebouwd zal worden door een privéonderneming. De centrale zal 30 megawatt extra leveren aan de Téléco, die zich verplicht heeft die gedurende vijftien jaar van haar af te nemen.
De bouw van de nieuwe centrale, kosten naar schatting 56 miljoen dollar, zal gefinancierd worden door vier financiële instellingen, waarvan twee internationale: de Nederlandse Ontwikkelingsbank (FMO) en een filiaal (SFI) van de Wereldbank, en twee nationale: de Nationale Kredietbank (BNC) en de Sogebank.
Gebrek aan elektriciteit is een oud probleem. In Lascahobas (ongeveer honderd kilometer ten noorden van Port-au-Prince) eisen de inwoners stroom. Ze zitten al enkele dagen zonder.
Op 5 augustus komt het tot een treffen tussen de bevolking aan de ene kant en de politie en Minustah aan de andere kant. Volgens het plaatselijke comité voor de mensenrechten zouden hierbij een man van 25 jaar en een meisje van 5 jaar om het leven zijn gekomen. Vijf andere personen zouden zijn gewond. De politie en Minustah ontkennen alle betrokkenheid.
Weer lijkt er een crisis rond de verkiezingen in zicht. In een open brief beschuldigt de vicevoorzitter van de CEP de huidige voorzitter ervan de resultaten van de verkiezingen van 19 en 21 april in het zuiden veranderd te hebben ten gunste van Lespwa (L'espoir) en zijn kandidaat. Volgens de in principe definitieve resultaten, die op zaterdag 11 juli gepubliceerd werden, krijgt Lespwa zes van de elf zetels. Deze uitslag wordt nu betwist.
Een aantal van de nieuw gekozen senatoren loopt het risico niet erkend te worden door de zittende senatoren.
Van een van hen, kandidaat voor Lespwa in het noorden en bevriend met de president, wordt beweerd dat hij een andere politicus heeft vermoord en betrokken was bij de gewelddadigheden in het noorden (februari 2004).
Anderen worden ervan verdacht zich te hebben laten kiezen om gevrijwaard te zijn vervolging, omdat ze als Kamerlid onschendbaar zijn.
Volgens een rapport van de verkiezingscommissie zelf hebben senatoren en gedeputeerden deelgenomen aan de geweldplegingen in het Plateau Central op 19 april, waardoor de verkiezingen er moesten worden afgelast.
Door al deze problemen loopt ook de verandering van de grondwet van 1987 gevaar, waarvoor een presidentiële commissie voorstellen heeft gedaan. Op zijn laatst begin september (einde van haar zittingsduur) zal het volledig parlement (Senaat en Kamer van Afgevaardigden) zich hierover moeten uitspreken. Alleen dan kan het volgende parlement, dat in november 2009 gekozen moet worden, de voorstellen in behandeling nemen.
Nu doet zich de bizarre situatie voor dat, twee maanden na de verkiezingen, de senaat nog steeds niet de keus van de elf nieuwe senatoren bekrachtigd heeft, terwijl deze al de formaliteiten vervuld hebben die nodig zijn om hun zetels in te nemen. De bekrachtiging wordt geblokkeerd omdat sommige politieke partijen, waaronder de OPL, dreigen de zitting die de uitslag moet bekrachtigen te boycotten.
Duizenden aanhangers van Lavalas zijn op 15 juli door de straten van Port-au-Prince getrokken bij gelegenheid van de zesenvijftigste verjaardag van Aristide, die sinds 2004 in Zuid Afrika in ballingschap is. Bij die gelegenheid zei de leiding van Lavalas deze keer wel deel te zullen nemen aan de verkiezingen van november. 'Het is de laatste keer dat wij de verjaardag van onze leider vieren bij zijn afwezigheid'.
Préval beslistOndanks al deze protesten en de beschuldiging van vicevoorzitter van de CEP aan het adres van de voorzitter, heeft Préval besloten de uitslag van de verkiezingen voor de beschikbare senatorzetels in de Moniteur (de Staatskrant) bekend te maken.
Blijkbaar onder de tijdsdruk heeft hij niet besloten tot het instellen van een onafhankelijke commissie om een onderzoek in te stellen naar de vermeende onregelmatigheden die door verschillende politieke partijen aan de kaak werden gesteld.
De president geeft er de voorkeur aan de geplande grondwetswijzigingen voorrang te geven. Een onderzoek zou te veel tijd in beslag nemen, waardoor er voor het parlement niet voldoende tijd overbleef om zich uit te spreken over het wijzigen van de grondwet.
De OAS en andere regionale organisaties willen een inter-Amerikaans programma voor Haïti. Dit kwam ter sprake tijdens een vergadering met vertegenwoordigers van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank(BID), de Pan-Amerikaanse Organisatie voor de Gezondheid (OPS/OMS), de Pan-Amerikaanse Stichting voor Ontwikkeling(PADF) en het Inter-Amerikaanse Instituut voor Samenwerking in de Landbouw(IICA). Bij die gelegenheid zei de Leider van de OAS: 'De coördinatie van de hulp die donoren geven blijft een zwakke plek in de pogingen die iedereen doet om Haïti te helpen'. Hij zei te hopen dat het document over het stichten van een fonds binnen twee maanden beschikbaar zal zijn. Intussen zal een missie in september naar Haïti gaan om de huidige situatie te analyseren en goede projecten die er zich ontwikkelen te bestuderen.
Herbouw van schoolgebouwenDank zij 20,5 miljoen dollar van de BID zullen binnenkort de scholen die tijdens de orkanen van 2008 vernield zijn worden herbouwd. Hiervoor hebben de BID en de Haïtiaanse autoriteiten bij gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de BID op 17 juli een overeenkomst getekend. Dit miljoenenfonds zal beheerd door Faes (fonds voor economische en sociale hulp).
Een beter milieuOp een oproep van Mouveman pou Haïti Bèl (Beweging voor een Mooi Haïti) trokken op 17 juli duizenden mensen door de hoofdstad voor regelgeving voor bescherming van het milieu. Studenten verstoorden de betoging. Ze eisten van de regering de wet voor het minimumsalaris (200 gourdes per dag) te publiceren. Ze vinden dat er eerst een sociaal milieu moet komen voordat gedacht gaat worden over een beter fysiek milieu.
VerkeersongelukkenRegelmatig vallen er doden in het verkeer, zoals nu weer in de maand juli. In twee dagen kwamen op de weg naar Petit-Goâve (68 km van Port-au-Prince) drieëntwintig mensen om en raakten er tientallen gewond.
Op 20 juli kwamen elf personen om en raakten er een zestigtal gewond. De meeste slachtoffers waren jonge zendelingen op weg naar een zomerkamp in Port-Salut.
Op 19 juli kwamen zeven mensen om en raakten er zeventien gewond bij aan ander ongeluk in de buurt van Petit-Goâve.
Volgens het laatste rapport over de voedselzekerheid, uitgegeven door een afdeling van het ministerie van Landbouw, is de voedselzekerheid toegenomen. De oorzaken hiervan zijn het goedkoper worden van voedsel op de lokale markt en het uitblijven van prijsstijging van geïmporteerd voedsel. Bovendien heeft overvloedige regenval in de juiste periode voor een oogst gezorgd die 25% groter is dan die van 2008.
Een vooraanstaand agronoom wijst er op dat dit soort cijfers, die nu eens hoog, dan weer laag zijn, de werkelijkheid van de voedselschaarste maskeren. Hij roept de autoriteiten op concrete maatregelen te nemen om de voorwaarden te scheppen die de hervorming van de landbouwsector en vooral die van de nationale voedselproductie mogelijk maken.
In Tamboril, in het noorden van de Dominicaanse Republiek, heeft een groep Dominicanen de Haïtianen die er wonen ernstig bedreigd. Gewapend met machetes en stokken dreigden ze hen te lynchen: 'Zo gauw we een Haïtiaan vinden, zullen we hem doden'. Ze beschuldigen een Haïtiaan ervan een Dominicaan van 30 te hebben vermoord.
Volgens het Dominicaanse dagblad Hoy trok de groep op 8 augustus door de straten van het plaatsje op zoek naar Haïtianen.
Haïtianen die er wonen zeggen dat dit soort acties regelmatig voorkomen. Ook in de media worden Haïtianen bedreigd en van de Dominicaanse autoriteiten geëist dat Haïtianen het land worden uitgezet.
Toeval of niet, kort hierop worden vijfenveertig illegale Haïtianen, waaronder veertien jongeren, op straat opgepakt en over de grens gezet.
COHAN (Comitée Haïti Nederland)
Red.: André de Waele Wezenland 366 7415 JJ Deventer. E-mail: dewacohan@12move.nl