Stichting Projecthulp Haïti

Stichting Projecthulp Haïti

Nieuws uit Haïti verzorgd door COHAN

De vermoorde journalist Jean Dominique

Op 3 april trekt een aantal journalisten door de straten van Port-au-Prince bij gelegenheid van de negende verjaardag van de moord op Jean Dominique. Ze komen uit de hoofdstad en uit het binnenland en dragen shirts met de afbeelding van hun vermoorde collega, de directeur-generaal van Radio Haïti Inter.
Voor het presidentieel paleis zegt Guyler Delva, de woordvoerder van de onafhankelijke commissie van onderzoek naar vermoorde journalisten, dat de Haïtiaanse overheid beslist wil doorgaan met het oplossen van de zaak Jean Dominique. Dit dossier was in handen van Fitzner Fils-Aimé, die nu op non-actief gesteld is. Zijn taak was de opdrachtgevers van de moord achter de tralies te sluiten. Guyler Delva vraagt zich af of er nu een nieuwe rechter zijn taak zal overnemen. Hoe langer dit duurt, hoe moeilijker het wordt de waarheid te achterhalen.
Sinds de opening van deze zaak in 2000 zijn minstens zes onderzoeksrechters met deze zaak belast, zonder dat ze rapport hebben uitgebracht dat de schuld van de verdachten aantoont.

Illegale Haïtianen in de VS

Op 3 april betogen in West Palm Beach een paar duizend Haïtianen vijf uur lang tegen de voorgenomen uitzetting van dertigduizend landgenoten die illegaal in de VS wonen. Ze vinden dat het Statuut Tijdelijke Bescherming (TPS) ook op hen van toepassing is, omdat het volgens de Amerikaanse autoriteiten verleend wordt aan vluchtelingen die niet naar hun land terug kunnen vanwege gewapende conflicten, natuurrampen of andere bijzondere en tijdelijke situaties. Het statuut is nooit verleend aan Haïtianen, maar wel aan inwoners van Honduras, El Salvador en Nicaragua. Ze beschouwen dit als discriminatie.
Ook in New York betogen Haïtianen tegen dit in hun ogen oneerlijk beleid.
De afgevaardigde van Florida Alcee Hastings heeft in januari het Congres de Haitian Protection Act of 2009 voorgesteld. In een brief aan Obama vraagt hij onmiddellijke toepassing van het Statuut Tijdelijke Bescherming op Haïtianen die illegaal in de VS verblijven, omdat Haïti 'nog niet hersteld is van verwoestende natuurrampen, van het geweld en de politieke instabiliteit die ernstige bedreigingen vormen voor de persoonlijke veiligheid van de ongeveer dertigduizend is op het punt staan gerepatrieerd te worden na de uitspraak van enkele rechters'.

Drie weken later zegt Hillary Clinton tijdens haar bezoek aan Haïti dat haar regering de mogelijkheid bestudeert het Statuut Tijdelijke Bescherming (TPS) van toepassing te laten zijn op Haïtianen die illegaal in VS verblijven en er voor de inauguratie van Obama in de VS zijn aangekomen. Dit zou ongeveer dertigduizend Haïtianen betreffen.
GARR (vluchtelingenorganisatie) ziet de verklaring van Clinton als resultaat van de gezamenlijke inspanningen van vluchtelingenorganisaties, mensenrechtenorganisatie, kerken en de Haïtiaanse regering.
GARR waarschuwt voor mensensmokkelaars die van de toezegging van Clinton gebruik zouden willen maken om mensen aan te sporen om via hen illegaal in de VS zien te komen. Ze vraagt opnieuw om een wet die mensensmokkel bestraft en de slachtoffers ervan beschermt.

Haïtiaan onthoofd

De laatste jaren worden in de Dominicaanse Republiek Haïtianen steeds vaker bedreigd en aangevallen. Drie Haïtianen werden in die periode overgoten met benzine en levend verbrand. Sinds begin dit jaar neemt het geweld weer toe en is er soms sprake van een werkelijke jacht op hen.
Op 2 mei j.l. werd op klaarlichte dag in de hoofdstad Santo Domingo een twintig jarige Haïtiaan op straat onthoofd. Omstanders maakten er met hun mobiele telefoontjes opnames van. De moordenaar is op 8 mei aangehouden. Hij verweert zich door zijn slachtoffer ervan te beschuldigen zijn broer met een machette te hebben gedood.
Haïti heeft via haar ambassadeur in Santo Domingo officieel geprotesteerd, een onderzoek geëist en vervolging van de dader en medeplichtigen.
De voorzitter van de senaat vraagt dat de Haïtiaanse ambassadeur teruggeroepen wordt.
Als vorm van protest dreigen vervoerders een week lang over en weer geen goederen te vervoeren.
Verschillende mensenrechtenorganisaties houden daarop op 8 mei een sit-in protest voor de Dominicaanse ambassade in Petionville.
De angst bestaat dat het geweld tegen Haïtianen van de laatste jaren zou kunnen leiden tot herhaling van het bloedbad in 1937. Er zijn al langer spanningen tussen beide landen. Haïti vertrouwt te veel op diplomatieke protesten, zonder dat er veel moeite gedaan wordt om de voorwaarden te scheppen die nodig zijn om verslechtering van de wederzijdse relatie te voorkomen.
Dit soort geweldplegingen worden vooral gepleegd door Dominicaanse ultranationalisten. Ze hebben zich onlangs nog verzet tegen een dagelijkse busverbinding tussen Port-au-Prince en Santo Domingo die een Haïtiaans particulier bedrijf wil instellen. Dagelijks rijden er tientallen Dominicaanse bussen tussen beide steden zonder dat dit problemen geeft.

In een geschrift, overhandigd aan de Dominicaanse missie in Haïti, vragen GARR en andere mensenrechtenorganisaties overleg tussen beide landen over het migratieprobleem. De migratie, de situatie van Haïtianen in de Dominicaanse Republiek, het repatriëren van Haïtianen en het grensverkeer moet beter geregeld worden.
De oud-ambassadeur Guy Alexandre pleit daar al acht jaar voor. Hij wijst erop dat Haïtiaanse arbeidskrachten een belangrijke bijdrage leveren aan de Dominicaanse economie en op een na de belangrijkste handelspartner van het buurland is. De oud-ambassadeur vindt dat Haïti in haar onderhandelingen met de Dominicaanse Republiek al haar troeven moet gebruiken. Nu schijnt men daar alles maar op zijn beloop te laten waar het geweld tegen Haïtianen en schendingen van de mensenrechten betreft. Dominicaanse burgers kunnen tegen Haïtianen straffeloos geweld plegen.
Intussen gaan uitzettingen van illegale Haïtianen door zonder dat men zich aan de afgesproken regels houdt.

Het minimumloon

Op 1 mei eisen honderden vakbondsmensen en boeren een hoger minimumloon. Wanneer ze richting het presidentiële paleis willen gaan, worden ze door de politie met traangas tegengehouden.
De Kamer van Afgevaardigden en de Senaat hebben ingestemd met een verhoging van het minimumdagloon van 70 gourdes tot 200 gourdes ($ 5,--). Préval, die hiertegen geen bezwaar maakte, heeft de nieuwe wet nog laten publiceren in de staatskrant.
Verschillende ondernemingen dreigen nu massaal werknemers te ontslaan.

COHAN (Comitée Haïti Nederland)

Red.: André de Waele Wezenland 366 7415 JJ Deventer. E-mail: dewacohan@12move.nl

Haïti Nieuws April 2009

© 2000 stichting projecthulp haïti - Laatste wijziging: 14-03-2010 - Sitemap

 

Sponsor:
Autobranche kiest richting met geavanceerde datasnelweg - VWE Import en Exportservices voor de automotive branche
Zoeken