Stichting Projecthulp Haïti

Stichting Projecthulp Haïti

Nieuws uit Haïti verzorgd door COHAN

Strijd tegen de corruptie

Een onderzoek van de anticorruptie commissie heeft aangetoond dat Sandro Joseph, de oud-directeur van de failliete ouderdomsverzekering (ONA), in 2007 niet 39 miljoen, maar 46 miljoen gourdes uit het fonds voor carnaval heeft uitgegeven. Hij verdeelde dit onder privé-personen, ondernemingen, muziekgroepen, organisaties en media. Ook twee burgemeesters, negenenveertig afgevaardigden en vijf senatoren kregen geld uit dit fonds. Sandro Joseph zou dit gedaan hebben met toestemming van de toezichthoudend minister, Gérald Germain.
De commissie vraagt nu ook deze afgevaardigden, senators en burgemeesters te vervolgen. Zij eist ook dat oud-minister Germain zich voor het Hof van Justitie verantwoordt.
Sinds 19 maart zit Sandro Joseph in de gevangenis wegens verduistering. Hij zou ook bij andere zaken betrokken zijn: verduistering van geld dat bedoeld was voor volksrestaurants en gerommel met de boekhouding.
De Haïtiaanse mensenrechtenorganisatie: 'Het is tijd om in het kader van de strijd tegen de corruptie een voorbeeld te stellen aan verspillers van publiek geld'. Zij roept justitie op alle noodzakelijke maatregelen te nemen voor een verder onderzoek van de zaken die zij ontdekt heeft. Ze vindt het onacceptabel en weerzinwekkend dat geld van verzekerden zonder scrupules door ambtenaren is gestolen. Ze hoopt dat ook de medeplichtigen van de oud-directeur van de ONA vervolgd worden.

De vierenvijftig afgevaardigden en senatoren die in het onderzoek genoemd worden menen dat ze er niets verkeerds mee deden door 'subsidies voor carnaval' aan te nemen.
De Kamer van Afgevaardigden heeft unaniem de minister van Financiën gevraagd naar de Kamer te komen. Ze wil dat hij de directeur van de anticorruptie commissie, Amos Durosier, het verschil duidelijk maakt tussen 'corruptie' en 'subsidie'.
Dat een van de afgevaardigden een cheque van 100.000 gourdes aan de ONA teruggaf, werd door zijn collega's niet gewaardeerd. Twee senatoren zeiden het hun aangeboden geld niet te hebben aangenomen.

Twee wekenlang heb ik geen aflevering ontvangen van Une Semaine en Haïti, waaruit ik het voornaamste nieuws put van het Haïti Nieuws.
Daarom krijgt u deze keer een samenvatting van een artikel (18 maart) van de British solidar-ity organisation, de Haïti Support Group.

Assemblage-industrie

Ban Ki-moon, secretaris-generaal van de VN, spoort de Haïtiaanse regering aan zich vooral te richten op de assemblage-industrie als het middel om de armoede te bestrijden en de economie te stimuleren. Tijdens zijn recent bezoek aan Haïti en in zijn laatste rapport aan de Veiligheidsraad schreef hij dat Haïti haar voordeel moest doen met de Amerikaanse wet die geen invoerrechten eist van assemblageproducten waar het kleding betreft en waaraan geen beperkingen worden opgelegd.
De 'Hope II wet' zou een 'gouden gelegenheid zijn investeerders naar Haïti te brengen en honderdduizenden banen te scheppen'. Ban Ki-moon wil dat de Haïtiaanse overheid 'samenwerkt met donors om activiteiten te ontwikkelen in vrijhandelszones.

De Engelse Haïti Support Group, (HSG) die sinds 1992 nauw samenwerkt met het progressieve Haïtiaanse maatschappelijk middenveld, vindt het vreemd dat de VN haar volle gewicht zet achter een strategie die al eerder is voorgesteld, uitgeprobeerd en in Haïti is mislukt.
De HSG vindt dat, juist op het moment dat het Haïtiaanse maatschappelijk middenveld druk op de regering uitoefent om prioriteit te geven aan de eigen landbouw en bescherming van het milieu, Ban Ki-moon dit in feite torpedeert. 'Meer dan veertig jaar hebben internationale financiële instellingen geprobeerd Haïti te dwingen een strategie te kiezen die gebaseerd is op de laagbetaalde en intensieve assemblage-industrie. Niet alleen is deze strategie er niet in geslaagd enige significante of wezenlijke economische ontwikkeling op gang te brengen, maar hebben de internationale plannenmakers de donors in feite aangemoedigd geen aandacht te geven aan de mogelijkheid om de landbouw of andere lokale activiteiten te ontwikkelen. Het gevolg hiervan is dat Haïti afhankelijker geworden is van buitenlandse hulp, van import en kwetsbaarder bij natuurrampen'.

Het verwondert de HSG dat Ban Ki-moon deze exportstrategie voorstelt juist nu de internationale handel door de economische crisis ineenzakt.
Ban slaat geen acht op de mening van het Haïtiaanse progressieve maatschappelijk middenveld dat herhaaldelijk gewaarschuwd heeft voor de schade die het gevolg is van de assemblage-industrie. Het is ook niet in te zien hoe het aaneen naaien van stukken kleding, die uit het buitenland komen en weer naar het buitenland geëxporteerd worden, veel economische verbetering te weeg kan brengen.

De verdedigers van de assemblage-industrie wijzen op haar belang voor de werkgelegenheid. Er worden nieuwe banen geschapen. Maar ze zeggen er niet bij dat de lonen erg laag zijn. Juist daarom wordt Haïti gekozen, waar de lonen lager zijn dan in andere landen in de regio.
Zelfs als de werknemers in de assemblage-industrie 4 à 5 USD per dag verdienen is dit nauwelijks van invloed op de economie van Haïti. Het grootste deel van het salaris wordt besteed aan voedsel en woon-werkverkeer. Gegeven het feit dat het Haïti steeds meer afhankelijk wordt van geïmporteerd voedsel, en ook de olie moet worden ingevoerd, heeft deze besteding nauwelijks effect op de economische ontwikkeling.

COHAN (Comitée Haïti Nederland)

Red.: André de Waele Wezenland 366 7415 JJ Deventer. E-mail: dewacohan@12move.nl

Haïti Nieuws Maart 2009

© 2000 stichting projecthulp haïti - Laatste wijziging: 14-03-2010 - Sitemap

 

Sponsor:
Autobranche kiest richting met geavanceerde datasnelweg - VWE Import en Exportservices voor de automotive branche
Zoeken