15 juli De Haïtiaanse Federatie van Protestanten vraagt om het instellen van een ethische commissie van beide Kamers die inzicht moet geven over het privé-leven van Michèle Duvivier. De gezamenlijke Haïtiaanse Dominees vinden echter dat de campagne die tegen haar wordt gevoerd onterecht is en immoreel, dat zij het slachtoffer is van een 'lynchpartij'.
Pater Gérard Jean-Juste, een vooraanstaand lid van Lavalas, is van mening dat Duvivier gediskwalificeerd is als toekomstig premier, omdat zij onder Jean-Claude Duvalier een belangrijke positie bekleedde bij de luchthaven waar zij, volgens hem, 'alle volmacht had'.
21 juli. Volgens de Kamer van Afgevaardigden voldoet Duvivier aan de voorwaarden die de grondwet stelt. De Senaat moet nog haar standpunt bepalen. Ten slotte zullen beide Kamers zich moeten kunnen verenigen met de regeringsverklaring die de nieuwe premier zal afleggen.
Ook de bisschop van Jacmel mengt zich in het debat over de seksuele geaardheid van Duvivier. Hij roept haar op het volk en de parlementariërs openheid te geven over haar veronderstelde homoseksualiteit. Verschillende senatoren hebben verklaard niet op Duvivier te zullen stemmen vanwege de geruchten die over haar de ronde doen.
In de Dominicaanse Republiek alarmeren drie (vrouwen)organisaties en tweehonderdtweeëntwintig vrouwen de internationale gemeenschap. Ze stellen de manier waarop de kandidatuur van Duvivier wordt aangevochten aan de kaak. Volgens AlterPresse denken zij dat de campagne, die tegen haar gevoerd wordt een poging is om vrouwen het recht te ontnemen om in de politiek te gaan. De ondertekenaars van het manifest noemen haar een vrouw 'die in staat is met de twee regeringen van het eiland te onderhandelen en een vruchtbaar gesprek met hen aan te gaan om de wederzijdse betrekkingen wezenlijk te verbeteren'.
De onafhankelijke VN rapporteur voor de mensenrechten verklaart voor een radiostation dat parlementariërs bij hun beslissing over de kandidatuur van Duvivier zich moeten richten naar artikel 157 van de grondwet en dat geruchten over haar privé-leven geen rol mogen spelen.
De Haïtiaanse mensenrechtenorganisatie RNDDH vindt dat achter het debat over de seksuele geaardheid van Duvivier een discriminatie van de vrouw schuilgaat.
28 juli. Negen senatoren van verschillende politieke partijen die in de senaat de meerheid vormen willen de zekerheid dat hun partijen vertegenwoordigd zullen zijn in de nieuw te vormen regering. Volgens radio Kiskeya heeft Préval hen dat in een gesprek toegezegd. Ook nu echter blijven de negen vasthouden aan hun eis dat Duvivier een verklaring aflegt over haar veronderstelde homoseksualiteit.
4 augustus. Op 31 juli hebben twaalf van de achttien senatoren een positieve stem uitgebracht over de kandidatuur van Duvivier. Vijf onthielden zich van stemming. (De voorzitter van de senaat heeft geen stemrecht). Twee dagen eerder had Duvivier naar aanleiding van de geruchten die over haar seksuele geaardheid de ronde doen verklaard: 'Ik verwerp deze beweringen, het is laster, het zijn leugens'. Dit heeft sommige senatoren evenwel niet kunnen overtuigen. Ze eisen een publieke verklaring. Een van de senatoren die zich ervan onthielden hun stem uit te brengen zei dit gedaan te hebben vanuit haar geloof.
Het parlement zal nu nog moeten instemmen met de regeringsverklaring die de beoogde premier zal afleggen. Om premier te worden zullen minstens zestien senatoren op haar moeten stemmen. Normaal telt de senaat dertig senatoren, maar van eenderde is de termijn verstreken.
Er wordt hevig gediscussieerd over de vraag wat er moet gebeuren als Duvivier niet het vereiste quorum haalt. (Een senator heeft al verklaard tegen te stemmen.) Sommigen denken dat zij dan haar regeringsverklaring kan wijzigen, volgens anderen zal Préval een andere kandidaat moeten voorstellen.
15 Juli. GARR (organisatie voor repatrianten en vluchtelingen) heeft aan de pers een studie gepresenteerd over het systeem waarop mensen in Haïti worden geïdentificeerd, over zijn wettelijk kader en over de relatie van het systeem met de mensenrechten. De coördinatrice van GARR, Colette Lespinasse, stelt vast dat 'het systeem dat de burgerlijke stand hanteert uitsluiting bevordert' De minder bedeelde sociale klasse, de straatkinderen, de huisslaafjes, de mensen in het binnenland en de naar de Dominicaanse Republiek geëmigreerde Haïtianen zijn volgens GARR de voornaamste slachtoffers van dit systeem.
Op het gebied van wetgeving noemt de studie een aantal problemen, tegenstrijdigheden en het gebrek aan samenhang in de wetten over de burgerlijke stand. Ze zijn zowel onvoldoende als ontoereikend en onuitvoerbaar. In een aantal gevallen kennen ambtenaren van de burgerlijke stand en de bevolking ze niet eens.
De directeur van de identificatiedienst juicht het voorstel van GARR om de wetten over de burgerlijke stand te vernieuwen toe. Sinds 2005 is hij verantwoordelijk voor het uitreiken van de kieskaarten (die praktisch nationale identiteitsbewijzen zijn) en werkt hij samen met de Organisatie van Amerikaanse Staten (OEA). Hij heeft aangekondigd dat er een databank zal worden gevormd met gegevens over de burgerlijke stand.
21 juli. Omdat in april de regering ten val kwam werd de donorconferentie die in Port-au-Prince zou gehouden worden voor onbepaalde tijd uitgesteld. Op 15 juli echter hebben vertegenwoordigers van drieënvijftig landen en van verschillende organisaties in Madrid deelgenomen aan een conferentie over voedselzekerheid en over de ontwikkeling van de landbouw in Haïti. Het besluit voor het organiseren van deze conferentie was al genomen tijdens de top van regeringsleiders van Latijns Amerika, de Caraïben en de EU. De conferentie stond onder voorzitterschap van Argentinië en Frankrijk.
Tijdens de conferentie werd een noodplan samengesteld, waarvan het bedrag echter niet werd vastgesteld. Wel werd besloten 'zeer spoedig' in :Port-au-Prince weer een nieuwe vergadering 'van hoog niveau' beleggen.
De Haïtiaanse afgevaardigde, Fritz Longchamp, zei dat zijn land zich in een moeilijke situatie bevindt, veroorzaakt door de aanhoudende prijsstijgingen van levensmiddelen en olie op de internationale markt.
15 juli. Préval heeft deelgenomen aan de bijzondere vergadering van Petrocaribe. Deze regionale organisatie, opgericht door Venezuela voor het Caraïbisch gebied, levert haar leden olie tegen gunstige voorwaarden. Sinds 2006 is Haïti lid en krijgt zoals de andere leden een krediet van 40%, dat tegen een jaarlijkse rente van 1% in 25 jaar moet worden afgelost. Tijdens de vergadering werd ook toegezegd dat, wanneer de brutoprijs van de olie hoger is dan 100 dollar, de leden binnen drie maanden slechts 40% direct hoeven te betalen en de rest binnen 25 jaar tegen een rente van 1%. Wanneer de prijs hoger is dan 200 dollar zal er binnen 90 dagen slechts 30% direct betaald moeten worden.
Venezuela wil de leden van Petrocaribe ook honderdduizend ton ureum (kunstmest) met 40% korting leveren. Van haar olieopbrengsten zal een fonds worden gesticht voor projecten voor voedselzekerheid.
21 juli. Volgens Justitia et Pax is er in Haïti de laatste maanden iets minder geweld. In haar rapport schrijft ze: 'Als men kijkt naar het aantal dodelijke slachtoffers gedurende de laatste maanden, blijkt het geweld wat af te nemen. Haïti is zeker niet de "kampioen van het geweld", zoals sommigen willen doen geloven'.
Gedurende de laatste drie maanden heeft de organisatie in Port-au-Prince tachtig dodelijke slachtoffers geteld, waaronder vierendertig die door een kogel werden gedood. Vijf pleegden zelfmoord. Justitia et Pax vindt de aanwezigheid van de blauwhelmen belangrijk, maar betreurt de laksheid van de Haïtiaanse autoriteiten om zich op de toekomst voor te bereiden. 'Wanneer kan het land weer werkelijk onafhankelijk worden?', vraagt zij zich af.
De organisatie veroordeelt de corruptie bij voorlopige hechtenis en de lange duur daarvan, de traagheid van Justitie, het minachten van de armen en, dat tegen betaling of om andere onwettige redenen, sommige rechters en magistraten de invrijheidstelling van gevangen gelasten. 'Zonder sociale rechtvaardigheid zullen de voorwaarden voor geweld blijven bestaan. De grote economische en sociale verschillen vormen, samen met het veelvuldig machtsmisbruik, de oorzaken van geweld.
28 juli. Een ernstig verkeersongeluk bij Saint Louis du Sud zijn tweeëndertig doden gevallen en raakten zestig mensen ernstig gewond toen de chauffeur van een vrachtwagen de controle over het stuur verloor. De wagen zat afgeladen vol met mensen en goederen.
De politie wijt het ongeluk aan de slechte toestand van de weg, waar al eerder soortgelijke ongelukken plaatsvonden. De gewonden zijn door de nationale politie en die van de VN naar de dichtstbijzijnde ziekenhuizen vervoerd.
21 juli.Een twintigtal radios communautaires (kleine radiostations van lokale gemeenschappen) uit het hele land hebben deelgenomen aan een vergadering die belegd was door SAKS (Société d'animation et de communication sociale). Een vertegenwoordigster van de wereldorganisatie voor volksradio's leidde er een debat over de rol van de vrouw op het gebied van communicatie en sociale activiteiten.
Alternatieve media zoals de volksradio's kunnen onder bepaalde voorwaarden een belangrijke rol spelen in het proces van sociale veranderingen.
Tijdens de vergadering bestudeerden de deelnemers een wetsontwerp dat beoogt de vrijheid van meningsuiting voor de volksradio's te garanderen. Dit wetsontwerp is geschreven door juristen uit zesentwintig landen. Het doel van dit wetsontwerp te bereiken dat de volksradio's tussen de publieke en commerciële zenders de derde plaats gaat innemen.
Een groep sociale organisaties vraagt het parlement het APE akkoord (Accord de partenariat économique), dat eind 2007 het Cariform (het Caricom en de Dominicaanse Republiek) met de EU getekend heeft niet te ratificeren. Ze vragen een openbare hoorzitting om hun standpunt uit te leggen. Ze wijzen erop dat in Afrika de onderhandelingen te maken kregen met weerstand van de meeste landen. Ze willen met de parlementariërs van gedachten wisselen over alternatieven en over politieke maatregelen die genomen moeten worden om adequaat te reageren op dit soort zaken die van buitenaf op het land afkomen.
4 augustus. Oud-militairen hebben in de namiddag van 29 juli twee openbare gebouwen bezet. Volgens radio Métropole trokken meer dan tachtig van hen de verlaten kazerne van Ouanaminthe binnen. Ze droegen hun oude uniformen, sommigen van hen waren bewapend. Tegelijkertijd bezetten meer van honderdvijftig de oude gevangenis van Cap-Haïtien. Beide groepen zeiden 'weer een klimaat van veiligheid te willen scheppen en te strijden tegen de ontvoerders' door het weer oprichten van het leger. Ze hezen de nationale vlag. Ze eisten bovendien uitbetaling van veertien jaar achterstallig salaris.
Tegen de avond omcirkelden Chileense blauwhelmen, ondersteund door pantserwagens het gebouw. Na onderhandelingen verlieten de bezetters daags daarna de oude gevangenis. Ze kondigden echter nieuwe acties van grote omvang aan.
Volgens AlterPresse werden minstens zeven oud-militairen gearresteerd, waaronder een veronderstelde ontvoerder.
4 augustus. De leider van een de boerenorganisatie Kozépèp beweert dat de boeren tot nu toe geen door de regering gesubsidieerde mest kunnen kopen. Hij beschuldigt de tussenhandel ervan zakken mest te kopen bij het ministerie van Landbouw tegen de prijs van 500 gourdes, ze op te slaan en dan te verkopen voor 750 gourdes. Volgens hem weten ambtenaren van dit ministerie dat in verschillende regio's deze mest wordt opgeslagen. Hij vindt dat het ministerie moet nagaan langs welke weg die verhandeld wordt omdat, volgens hem, veel zakken verkocht worden in de Dominicaanse Republiek. Ook parlementariërs zouden betrokken zijn bij de verkoop van deze mest tegen een zeer hoge prijs.
Aristide verdacht van verduistering4 augustus. Een voormalig republikeins gedeputeerde in New Jersey, die sinds 2001 voorzitter was van het telecommunicatiebedrijf IDT, is veroordeeld tot een boete van 1,3 miljoen dollar. Hij zou een heel uitzonderlijk contract weggemoffeld hebben dat in 2003 met het Haïtiaanse telefoonbedrijf Téléco gesloten werd.
Volgens de Amerikaanse journalist Lucy Komisar zou IDT 9,5 cent betalen aan Téléco voor iedere gespreksminuut tussen Haïti en de VS, terwijl een ander telecommunicatiebedrijf, ATN, 23 cent per minuut aan Téléco moest betalen. IDT moest echter voor iedere minuut 3 cent storten op een rekening van een bank op de Turk-en-Kaikos eilanden. Deze rekening stond op naam van Aristide, toenmalig president. Honderden, wellicht miljoenen dollars zouden op die manier verduisterd zijn. Een advocaat op de eilanden, Adrian Corr, voormalig juridisch adviseur van Aristide, zou bevestigd hebben dat de oud-president de eigenaar was van een schaduwmaatschappij die de naam Mount Salem droeg.
21 juli. De inwoners van Port-Salut verzetten zich tegen de aanleg van een marinebasis aan de kust van hun gemeente. De bedoeling van deze basis is een bijdrage te leveren aan de strijd tegen drugshandel. De afgevaardigde voor de regio waarin Port-Salut ligt, Pierre Louis, zegt akkoord te gaan met de aanleg van de basis op voorwaarde dat ze niet komt op het voornaamste strand van de stad. Dit strand is haar voornaamste bron van inkomsten.
Demonstratie voor Aristide21 juli. Op 15 juli hebben enkele duizenden aanhangers van Aristide op zijn verjaardag in Port-au-Prince gedemonstreerd. De demonstratie begon bij zijn vroegere residentie in Tabarre en zou eindigen op Champ-de-Mars. Maar toen de stoet de veiligheidszone rond het presidentiële paleis binnen wilde trekken, werden de demonstranten door de politie en Minustah met traangas teruggedreven.
COHAN (Comitée Haïti Nederland)
Red.: André de Waele Wezenland 366 7415 JJ Deventer. E-mail: dewacohan@12move.nl