Na een oproep tot staking ligt voor 95 % het openbaar vervoer in het hele land twee dagen plat. De staking is een protest tegen de hoge brandstofprijzen, maar ook tegen sommige maatregelen van de regering zoals verhoogde boetes bij overtredingen en betaling van drie jaar achterstallige leges voor kentekenplaten.
Premier Alexis ergert zich aan het gedrag van de chauffeurs en eigenaars van de taptaps. "Ik herhaal het nog eens: Haïti produceert zelf geen olie. We hebben dus niet van doen met de verhoging van de prijs op de internationale markt."
De stakers eisen het intrekken van het regeringsbesluit van juni 2006, dat de prijzen aan pomp de prijs op de internationale markt zullen volgen.
De vakbonden zijn van plan na een week weer actie te voeren.
Een van de gevolgen van deze actie is dat veel leerlingen geen examen hebben kunnen afleggen. Het ligt voor de hand dat de minister van Onderwijs een nieuwe datum vaststelt.
Préval neemt op 19 en 20 juni in Washington deel aan de top van de regeringsleiders van de Caricom en de autoriteiten van Noord-Amerika over de toekomst van het Caraïbisch gebied. Op 20 juni zal ook George Bush aan deze top deelnemen. Er zullen ook gesprekken zijn met vertegenwoordigers van de privé-sector, van internationale organisaties en van de diaspora.
Volgens het secretariaat van de Caricom hoopt de Caraïbische gemeenschap haar samenwerking met de VS op politiek gebied te versterken en haar relaties met de Caraïbische diaspora in de toekomst te verbeteren.
Het GARR (stichting voor hulp aan vluchtelingen en repatrianten) wijst er in een communiqué op dat handel in kinderen, de zo geheten restavek, wijd verspreid is. Soms worden deze kinderen naar de Dominicaanse Republiek gebracht, waar ze in erbarmelijke omstandigheden leven.
Dominicaanse vrouwen en meisjes zijn slachtoffer van mensenhandel richting Haïti. Ze worden er blootgesteld aan "commerciële seksuele uitbuiting".
Ook mannen zijn slachtoffer van mensenhandel. Haïtianen worden "in het buurland uitgebuit in suikerplantages en bij andere landbouwactiviteiten."
Ook het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft een rapport gepubliceerd over mensenhandel. Het geeft hierin ook een overzicht van mensenhandel in Haïti en de Dominicaanse Republiek.
Préval wordt erin aangeraden een wet in stemming te doen brengen die alle vormen van mensenhandel definieert en vervolgens verbiedt.
Het bekritiseert de Dominicaanse overheid. Het erkent dat er verbeteringen zijn, maar dat er zelfs niet voldaan wordt aan de minimale voorwaarden om mensenhandel uit te roeien. Het vermeldt met name dat "Haïtianen, inclusief kinderen, er het onderwerp zijn van handel. Ze worden onderworpen aan dwangarbeid in de agrarische sector en in de bouw."
Het vermeldt uitdrukkelijk dat met medewerking van Dominicaanse diplomaten en overheids- functionarissen vrouwen uit Venezuela, Colombia en zelfs uit China slachtoffer zijn van mensenhandel naar de Dominicaanse Republiek, waar ze overgeleverd worden aan "seksuele uitbuiting en dwangarbeid".
In Cité Soleil willen blauwhelmen een bendeleider arresteren, maar worden door hem beschoten. In een vuurgevecht dat erop volgt wordt hij gedood. Er was een nationaal en internationaal arrestatiebevel tegen hem uitgevaardigd wegens zijn betrokkenheid bij de ontvoering en executie van een Franse zakenman van Haïtiaanse afkomst.
De Dominicaanse autoriteiten hebben vrijdag 325 Haïtianen uitgewezen omdat ze illegaal in het buurland zouden verblijven.
Vanwege de uitbraak van een malaria epidemie, die aan illegale Haïtianen wordt toegeschreven, heeft president Fernandez besloten de grenscontroles te intensiveren.
De nationale migratiedienst schat het aantal Haïtianen dat de laatste vijf maanden is uitgewezen op 5.000.
De Inter-Amerikaanse commissie voor mensenrechten (Cidh) is geschrokken van het gevangenissysteem in Haïti. Binnen twee jaar is het aantal gevangenen verdubbeld. Dit is te wijten aan de toename van geweld en ontvoeringen. In haar rapport stelt de commissie dat 84% van de gedetineerden niet veroordeeld is of formeel beschuldigd.
Cidh constateert dat in het politiebureau van Delmas vrouwen, mannen en kinderen zijn opgesloten zonder water en andere basisvoorzieningen. De nationale gevangenis is "overvol, verouderd, haar infrastructuur is slecht, er zijn te weinig sanitaire voorzieningen, er is gebrek aan drinkwater en adequate medische zorg, die de oorzaak is van veel sterfgevallen."
Ondervraagde gedetineerden zeggen thuis te zijn opgepakt zonder rechtelijk bevel of samen met anderen gearresteerd te zijn zonder de wettige procedure.
Premier Alexis verklaarde vorige week dat Canada en de VS bereid zijn gevangenissen in de provincie te bouwen of te renoveren. Ook zal er in het departement West een terrein worden aangekocht voor de bouw van een nieuwe, moderne gevangenis.
Tegenover journalisten verklaart Préval dat hij op de top van de Caricom in Washington, toen het zijn beurt was het woord te voeren in het bijzijn van Bush, alleen maar gesproken heeft over de handel in verdovende middelen. Volgens hem heeft de strijd tegen de drugshandel en de corruptie de prioriteit van de regering, want sociale en economische ontwikkelingen zijn niet mogelijk zonder de strijd tegen deze twee plagen. "Politieofficieren, rechters, douanebeambten en ambtenaren worden door handelaren in drugs omgekocht. Er zal geen rust zijn in het land zo lang zij niet ontslagen zijn, want zij stellen alles in het werk om de regering aan het wankelen te brengen."
Reuters herinnert er aan dat Préval een wettekst aan het parlement heeft voorgelegd die de leden van de regering en hun verwanten verplicht ieder jaar opgave te doen van hun bezittingen.
Uitgenodigd door de commissie van justitie en veiligheid verklaart Alexis: "Zo lang wij in functie zijn zullen wij niet de weg inslaan van nieuwe staatsgrepen." Hij herinnert er aan dat de geschiedenis van Haïti voor een groot deel bepaald is door staatsgrepen, waarbij meestal de top van het leger betrokken was. Hij is mening dat over het eventueel creëren van een nationale veiligheidsmacht eerst diep moet worden nagedacht.
De premier verwijst naar Préval die het groene licht gegeven heeft voor het instellen van een commissie. Deze moet dit vraagstuk bestuderen alvorens hij beslist over het in het leven roepen van een nieuwe veiligheidsmacht, het weer invoeren van het leger of het vormen van een gespecialiseerde politiemacht.
Binnen een maand zijn er in Gonaïves 54 personen gearresteerd. Volgens Minustah begint met deze arrestaties de bevolking weer vertrouwen in Minustah en politie te krijgen en met de politie samen te werken.
De bevolking is blij met het bericht van de dood van een crimineel die ervan verdacht wordt meerdere moorden te hebben gepleegd en die kleine kooplui afperste. De manier waarop de man aan zijn eind kwam is onduidelijk.
Het personeel van de Téléco heeft voorlopig de staking beëindigd die al meer dan drie weken het telefoonverkeer lamlegt. De stakers eisten het vertrek van de directeur die een deel van het personeel wil ontslaan om het bedrijf rendabel te maken. Nu gaat de discussie over een ontslagregeling die volgens de stakers, afhankelijk van de anciënniteit, moet bestaan uit het uitbetalen van zeven tot veertien jaar salaris.
Préval (de Téléco is nog een staatsbedrijf) reageert hierop te zeggen: "De mensen kunnen zo vaak staken als ze willen, ze kunnen zegen "Leve" of "Weg met", maar dat zal niets uitmaken. Het proces van modernisering dat begonnen is zal doorgaan. De staat zal 6 tot 8 miljoen dollar vrijmaken voor de ontslagvergoedingen." Volgens de president is het ontoelaatbaar dat bij de maatschappijen voor mobiele telefonie een werknemer meer dan 1000 klanten bedient, terwijl bij de Téléco dit een op de 45 is. "Kan er in een dergelijke situatie voor een onderneming ooit sprake zijn van winst?"
Hij maakt ook soortgelijke opmerkingen waar het de haven van Port-au-Prince betreft.
Préval vindt dat de op zijn minst gedeeltelijke privatisering, die is toegepast bij het cement- en meelbedrijf, ook geprobeerd moet worden bij de Téléco. Hij herinnert aan de 500 miljoen dividenden die het meelbedrijf, waarvan de staat 65% van de aandelen bezit, heeft uitbetaald.
In het noorden van de Dominicaanse Republiek heeft een ongeluk minstens twee Haïtianen het leven gekost en raakten er 34 gewond. Het ongeluk gebeurde toen een vrachtwagen die ongeveer 70 Haïtianen vervoerde geraakt werd door een wagen van het Dominicaanse leger. De bestuurder van de vrachtwagen had de verlichting uitgedaan om geen aandacht te trekken. De Haïtianen in de vrachtwaren waren illegalen. De Dominicaanse autoriteiten stellen een onderzoek in, want het is vreemd dat deze vrachtwagen vier militaire wachtposten heeft kunnen passeren zonder dat de zeventig zouden zijn opgemerkt.
Het GARR roept de autoriteiten van beide landen op hun acties tegen het illegaal passeren van de grens te coördineren. "De mensensmokkelaars kunnen zonder veel problemen hun gang gaan en het land blijft haar doden tellen." Het benadrukt de laksheid van de Haïtiaanse overheid ten aanzien van deze drama's waarvan Haïtianen, die zonder papieren de grens oversteken, regelmatig het slachtoffer zijn. Haar stilzwijgen of haar verklaringen, die niet verder gaan dan de aankondiging van het instellen van een commissie, zijn daar een teken van. Zo is er geen enkel rapport verschenen na de dood op 4 mei van een zestigtal boot- vluchtelingen bij de Turk en Caicos eilanden. Toch spraken overlevenden van een uitgelokte schipbreuk, een opzettelijke poging tot moord door de kustwacht van deze Britse archipel.
Edmond Mulet (vertegenwoordiger van de VN) wil dat de blauwhelmen tot de presidentsverkiezingen in 2010 in Haïti blijven. Hij vindt dat ze "voor Haïti op het ogenblik onontbeerlijk zijn want, zoals men gezien heeft, valt dit land weer in handen van gewapende bendes zo gauw er een gat valt." Hij pleit voor hetzelfde aantal manschappen, met "minder infanterie, maar met meer genietroepen om de infrastructuur te herstellen en voor meer schepen om de 1.700 km kust te bewaken en de drughandel te stoppen."
Hij prijst de "solidariteit van Zuid-Amerika". Op het ogenblik komt 70% van de 8.000 internationale militairen en politiemensen uit Zuid-Amerika, waarvan 1200 uit Brazilië en 560 uit Argentinië. De VN heeft 561 miljoen dollar vrijgemaakt voor de duur van een jaar.
Volgens het dagblad Le Matin heeft de gedeputeerde van Pétion-Ville, lid van de commissie voor de strijd tegen de corruptie, al in juli vorig jaar gevallen van verduistering en fraude bij het ministerie van Buitenlandse Zaken gemeld. Het zou onder andere gaan over het verdwijnen van 6 miljoen gourdes die bestemd waren voor Haïtiaanse studenten in Cuba.
De Rekenkamer heeft daarop controleurs naar dit ministerie gestuurd, maar omdat deze over geen enkel stuk konden beschikken, konden zij alleen daarvan melding maken in hun rapport.
Twee weken terug kwam dit dossier weer aan de orde toen de senaatscommissie van Buitenlandse Zaken de resultaten van een onderzoek bekend maakte. Hierin kwamen onder meer de verdachte omstandigheden aan de orde betreffende de koop van een pand in Santiago voor de huisvesting van het Haïtiaanse consulaat in de Dominicaanse Republiek.
De minister heeft de gegevens van dit onderzoek bevestigd. Het pand is, zonder zijn toestemming, gekocht voor ongeveer 400.000 dollar.
De commissie die belast is met het onderzoek naar het leefklimaat van de personen in langdurige voorlopige hechtenis heeft haar rapport aan de minister van Justitie, Magloire, overhandigd. Deze heeft aangekondigd direct maatregelen te treffen, met name voor degenen die nog steeds gevangen zitten ondanks een bevel tot vrijlating. Hij is voorstander van de invrijheidstelling van bejaarden en van wie gevangen zitten voor kleine vergrijpen.
De leden van de commissie vragen aandacht voor dossiers die al jaren bij de rechter van instructie op behandeling wachten. Hij verwacht van het parket en de rechters van instructie dat zij maatregelen nemen om hier een eind aan te maken.
Het rapport vraagt ook de aandacht voor jongeren onder de 13, voor vrouwen in verwachting en tbc patiënten die in de overvolle cellen een gevaar voor besmetting vormen. Magloire vindt ook dat er nieuwe maatregelen genomen moeten worden om de overbevolking van de gevangenissen tegen te gaan. Hij denkt aan alternatieve straffen zoals werken voor de gemeenschap.
Volgens het GARR zijn er binnen twee weken een reeks aanslagen op Haïtianen gepleegd die in de Dominicaanse Republiek of het grensgebied wonen. Het is bang dat dit een begin kan zijn van geweldplegingen zoals in 2005.
Op 27 juni worden vrouwelijke studenten door een groep mannen vanuit een auto aangevallen en verkracht. Op 30 juni wordt het onthoofde lichaam gevonden van een Haïtiaan, afkomstig uit Jacmel. Op 1 juli steken onbekenden huisjes in brand die bewoond worden door een twintigtal Haïtianen. De getroffenen staan met niets op straat. Op 3 juli is een Dominicaan op zoek naar zijn gestolen brommer. Wanneer hij een Haïtiaan op een brommer ziet, slaat hij hem met zijn machette.
Dagelijks worden Haïtianen de grens overgezet. Alleen al bij Balladères werden in juni meer dan duizend personen het land uitgezet.
Vanaf 2 juli verbiedt het Amerikaanse ministerie van Landbouw de import van mango's uit Haïti. Dit betekent voor Haïti een aanzienlijk verlies aan inkomsten. Dit verbod zou genomen zijn na het aantreffen van levende vliegenlarven in minstens drie containers met mango's.
De Amerikaanse autoriteiten sturen twee specialisten naar Haïti om in de zes fabrieken waar de mango's behandeld worden de controleprocedures na te gaan. In drie fabrieken worden fouten geconstateerd in de bewerking van de mango's met warm water.
Fabrieken waarbij geen fouten worden vastgesteld kunnen tot het eind van het seizoen hun mango's weer exporteren. Daarna zullen de Amerikaanse autoriteiten een geheel nieuw controlesysteem invoeren voordat de fabrieken een nieuw certificatiebewijs krijgen.
De leiding van de afdeling mensenrechten van Minustah maakt melding van tientallen lynchpartijen in de laatste maanden. Geen van de daders werd vervolgd.
COHAN (Comitée Haïti Nederland)
Red.: André de Waele Wezenland 366 7415 JJ Deventer. E-mail: dewacohan@12move.nl