Op de 203e verjaardag van de slag bij Vertières hebben verschillende politie-eenheden deelgenomen aan een parade voor de trappen van het paleis. Bij deze slag werd het Franse leger door het Haïtiaanse verslagen. Na afloop van de plechtigheid zei premier Alexis, ondervraagd door journalisten, dat hij er niet trots op was dat deze herdenking plaatsvond terwijl een vreemde troepenmacht zich op nationale grond bevond. "Het is met een gevoel van bitterheid dat ik aan deze plechtigheid deelneem". Hij troostte zich echter met de gedachte dat deze buitenlandse troepenmacht er een van de VN is, waar ook Haïti lid van is.
De premier herinnerde zijn gehoor er aan dat deze VN missie niet uit eigen beweging naar Haïti gekomen is. "Zij is uitgenodigd door de regering Aristide en door de regering die haar opvolgde" en merkte hierbij op dat men moest erkennen dat de Haïtianen zelf niet alles gedaan hebben om te voorkomen dat het zo ver moest komen. Eendracht kan bereiken dat de buitenlandse militairen zo spoedig mogelijk vertrekken.
Terwijl de ceremonie plaatsvond, riepen studenten slogans tegen de aanwezigheid van Minustah. Een van hen raakte gewond toen een veiligheidsbeambte schoten loste. Hierop werden de blauwhelmen en wagens van Minustah met stenen bekogeld.
In Cité Soleil manifesteerden bendeleiders. De hele tijd werden schoten gehoord. Een marktkoopman raakte gewond.
In Port-au-Prince wordt een meisje van 17 jaar ontvoerd. Drie dagen later vindt men haar lichaam in de buurt van de plaats waar zij ontvoerd werd en blijkt zij door haar ontvoerders met kogels gedood te zijn. Met de familie was afgesproken dat zij zou worden vrijgelaten toen deze 4.000 dollar had betaald in plaats van de 30.000 die aanvankelijk geëist werden.
De laatste dagen worden weer veel ontvoeringen gemeld. De politie heeft echter verschillende ontvoerden kunnen bevrijden.
Justitia et Pax meldt dat tussen juni en september van dit jaar in Port-au-Prince en omgeving 208 personen gedood zijn bij gewapend geweld, waaronder 17 vrouwen, 6 kinderen, 11 politiemensen en 2 veiligheidsagenten.
Op het lyceum Pinchinat in Jacmel wordt nauwelijks les gegeven. De leerkrachten staken vanwege een salariskwestie. Leerlingen protesteren en houden demonstraties, waarbij tijdens het optreden van de politie verschillende gewonden vallen.
In Jérémie komen leerlingen in opstand en dreigen de verkiezingen van 3 december te verhinderen. Sinds enkele weken leven ze in volkomen duisternis, omdat er geen elektriciteit is. "Als er geen elektriciteit is, dan ook geen verkiezingen in Grand' Anse"
Op 17 november wordt de eerste nationale dag tegen huisslavernij georganiseerd, een initiatief van organisaties die opkomen voor de rechten van het kind. Zij pleiten voor het volledig afschaffen van het systeem van de Restavék, kinderen die elders worden ondergebracht, maar daar gebruikt worden als huisslaafjes. "Wij willen de ogen van de hele bevolking openen voor dit vernederend en ontmenselijkend systeem dat knaagt aan onze maatschappij en al meer dan honderd jaar na de afkondiging van onze onafhankelijkheid nog bestaat."
Een rechter benadrukt de zwakte van de Haïtiaanse wet waar het de huisslavernij betreft. Om dit uit te roeien is een hele reeks maatregelen nodig die de verbetering van de levensomstandigheden van de Haïtiaanse gezinnen betreffen. Het aantal restaveks wordt geschat op 300.000, waarvan 75 % meisjes; 70 % van hen jonger dan 15 jaar.
Voor de lokale verkiezingen van 3 december hebben zich voor de 1420 zetels 29.000 kandidaten gemeld. Ook moet er gestemd worden over veertien zetels in het parlement.
Minustah zal vier eenheden beschikbaar stellen die, wanneer nodig, acuut kunnen optreden. Zij oordeelt dat voor het houden van deze verkiezingen de veiligheid voldoende gegarandeerd is. "Het aantal ontvoeringen was in oktober minder dan in september en in november weer minder dan half oktober."
Volgens Radio Métropole zijn er weer problemen in de omgeving van Martissant. Bij een aanval op de inwoners van Grand Ravine zouden minstens vijf personen zijn gedood en een tiental gewond. Ook een bendeleider van Grand Ravine zou hierbij om het leven zijn gekomen. De aanval had plaats juist toen een groot aantal mensen een voorstelling bijwoonde in het kader van pogingen om in de buurt een klimaat van rust te verzekeren.
De week ervoor blokkeerden gewapende mannen en enkele honderden inwoners van de arme wijken rond Martissant de weg naar Carrefour. Ze eisten de vrijlating van arrestanten.
In Croix-de-Bouquets wordt een politieman tijdens een patrouille gedood.
Volgens Edmond Mulet, de leider van Minustah, zijn de betogingen tegen de aanwezigheid van de VN georganiseerd door bendeleiders die een situatie willen creëren die gunstig is voor ontvoeringen en handel in verdovende middelen. Hij heeft minder bezwaar tegen demonstraties van studenten, omdat die een uiting zijn van een ideologie. Volgens hem is de grote meerderheid van het Haïtiaanse volk niet gekant tegen de aanwezigheid van Minustah. Overigens namen maar 300 personen deel aan de betoging van de studenten.
Maar toch wel enkele honderden leerlingen van het lyceum Toussaint Louverture trokken door de straten van Port-au-Prince en eisten het vertrek van Minustah.
De woordvoerster van Minustah zegt echter dat de VN niet binnenkort Haïti zal verlaten. "Wij zullen er nog minstens tien jaar moeten blijven. Het is niet alleen de VN die dit zegt, maar de hele internationale gemeenschap."
Burgerlijke en militaire hoog geplaatste personen van Minustah hebben gesprekken gevoerd met de Dominicaanse president en hoge militairen van het Dominicaanse leger. Ze zouden gesproken hebben over de veiligheid van de grens tussen beide landen die 391 km lang is. De Dominicaanse pers vindt het vreemd dat er geen Haïtiaanse autoriteiten bij deze gesprekken aanwezig waren.
Tijdens een andere ontmoeting stelde Minustah de overeenkomst van 1999 over repatriëring aan de orde en de handel tussen beide landen in minderjarigen. Ook aan de orde kwamen de afpersingspraktijken van jonge Haïtiaanse criminelen en Dominicaanse militairen waarvan Haïtianen die de grens over willen steken het slachtoffer zijn.
Beide landen hebben besloten de controle over de grens gezamenlijk uit te voeren om het hoofd te bieden aan de handel in verdovende middelen en aan andere misdadige activiteiten.
Luis Michel, Europees commissaris, heeft een 24uurs bezoek gebracht aan Haïti. Volgens hem wil de EU van Haïti een proeftuin voor ontwikkelingshulp maken. "Het is het enige land dat daarvoor uitgekozen is." De bedoeling is dat de EU over een periode van vijf jaar 233 miljoen euro's vrijmaakt in het kader van het tiende programma van Europees ontwikkelingsfonds. Op verzoek van de Haïtiaanse regering zal dit bedrag vooral geïnvesteerd worden in de infrastructuur. "President Préval heeft mij gewezen op zijn zorg om het land sterker te maken door een goede infrastructuur." Michel noemde ook de mogelijkheid voor Haïti om de aanvullende 60 miljoen euro's te krijgen als premie voor goed bestuur, een aanmoedigingspremie voor het bevorderen van een sterke staat en goed financieel beleid.
Dagen lang durende tropische stortregens hebben verschillende steden in de departementen Noordwest en Grand'Anse onder water gezet. Jean-Rabel is totaal geïsoleerd van de buitenwereld. Zeven personen kwamen om en vier worden vermist.
In CapHaïtien heeft de politie het lichaam gevonden van een zesjarige kind, dat op 8 november ontvoerd was. Het zou zijn gewurgd, ofschoon zijn familie wel een losgeld van USD 3.400 had betaald.
4 decemberMaar weinig mensen hebben op 3 december van hun stemrecht gebruik gemaakt.
Minstens drie personen werden gedood. Twee stembureaus werden met Molotov cocktails in brand gestoken. In Mirebalais werden er twee geplunderd.
Hier en daar raakten aanhangers van verschillende partijen met elkaar slaags. In het centrum van Port-au-Prince moest Minustah traangas gebruiken om een groep uit elkaar te drijven.
In de wijk Fontamara ontstond paniek toen er schoten werden gelost. In Martissant werd een politieagent gedood.
Op 30 november vond er in Madrid een conferentie plaats van negentig regerings- en NGOs delegaties over het beschikbaar stellen van fondsen voor Haïti. Aan de Haïtiaanse regering werd gevraagd haar strijd tegen de corruptie te intensiveren. Premier Alexis verklaarde dat zijn regering al "draconische maatregelen" had genomen om corruptie "in al haar vormen" te bestrijden.
Haïti vroeg een grotere onafhankelijkheid in het beheer van de fondsen. Een groot deel van de gelden zouden niet naar specifieke projecten moeten gaan, maar aangewend moeten worden om de begroting van de verschillende ministeries sluitend te maken.
De conferentie was blij met de verbetering van Haïti's macro-economie in de laatste twee jaar. Ook blij was men met het vooruitzicht van de mogelijkheid van schuldvermindering voor Haïti. Het IMF en de Wereldbank hadden namelijk eerder (22 november) verklaard dat Haïti de tweede van de drie fasen had bereikt om in aanmerking te komen voor het programma van schuldvermindering. Wel zal Haïti een aantal hervormingsmaatregelen moeten nemen. Volgens Alexis is er nog een lange weg te gaan.
Préval heeft een driedaags bezoek gebracht aan Cuba om de feestelijkheden bij te wonen bij gelegenheid van Castro's 80e verjaardag. Bij die gelegenheid werd een document getekend dat voorziet in samenwerking op veertien gebieden en in de voortzetting van hulp op medisch gebied. Behalve op medisch gebied zal men ook samenwerken op het gebied van landbouw, visserij, sport, communicatie,voedselvoorziening, suikerindustrie, mechanica en energie.
In naam van het Haïtiaanse volk bedankte Préval de Cubaanse leiders voor hun hulp via de honderden ontwikkelingswerkers en de meer dan achthonderd Haïtiaanse studenten die in Cuba een studie mogen volgen.
Met hulp van Cuba zal er in heel Haïti een alfabetiseringscampagne gestart worden.
In Petion-Ville wordt een oud-minister ontvoerd, maar na drie dagen bevrijd.
In een paar dagen worden meerdere mensen slachtoffer van ontvoering: een oud-senator, een Haïtiaans priester, een Amerikaanse missionaris en een aantal scholieren.
De voorzitter van de CEP, de voorlopige kiesraad, bekritiseert de houding van sommige kandidaten, die zichzelf als overwinnaars uitriepen voor de officiële uitslag.
De verkiezingen werden gekenmerkt door een groot aantal geweldplegingen, ook nog de week er na. Justitia et Pax is er verontwaardigd over "dat kandidaten en voormalige kandidaten met een hoge positie in het landsbestuur, vooraanstaande persoonlijkheden als een senator of gedeputeerde aan dergelijke praktijken hebben deelgenomen."
In Petion-Ville eist meer dan een derde van de kandidaten dat de verkiezingen ongeldig worden verklaard. Ze klagen over onregelmatigheden en fraude.
Het CEP schat dat er minder dan 15 % van de kiesgerechtigden hun stem hebben uitgebracht. Volgens Justitia et Pax is hun aantal in Port-au-Prince minder dan 10 %.
Waar ook voor de openstaande plaatsen in de senaat kon worden gekozen was het aantal stemmers aanzienlijk hoger.
Justitia et Pax meent dat veel mensen hun stem niet hebben kunnen uitbrengen omdat hun naam niet voorkwam op de lijst van kiesgerechtigden.
In Martissant en omgeving zijn afgelopen week verschillende lijken gevonden. Nadat op 3 december een politieagent is gedood, breken er onlusten uit tussen familie van de vermoorde politieman, sympathisanten van de inwoners van Grand Ravine, en de bende "Armée Ti manchette". Volgens deze bende was de agent een bendeleider in Martissant.
Twee vrouwen verklaren voor Radio Kiskeya dat ze gezien hebben dat leden van dit Armée de lijken van twee mannen, doorzeefd met kogels, op straat gooiden. Volgens hen was de gedode agent de voornaamste veiligheidsgarantie voor de wijk waarin zij wonen.
Ook enige dagen later breekt er nieuw geweld uit, waarbij meerdere mensen worden gedood of gewond..
Premier Alexis wordt bekritiseerd omdat hij met bendeleiders onderhandelt. Hij verdedigt zich hiertegen door te wijzen op de commissie Baker, die de VS aanraadt te onderhandelen met Iran. Anderzijds verklaart hij binnenkort voor betere politiepatrouilles 300 motorfietsen aan te schaffen.
Alexis betreurt de weigering van de VS om haar politiek ten aanzien van uitzetting van Haïtiaanse criminelen te wijzigen. Hij meent dat hun aantal van 25 zal toenemen tot 100 per maand, waardoor de veiligheidssituatie zal verslechteren. Volgens hem heeft de VS gedreigd de visa van Haïtiaanse autoriteiten in te trekken als Haïti weigert deze delinquenten, die hun straf in de VS hebben uitgezeten, op te nemen. De Amerikaanse ambassade ontkent dit echter.
Het hoofd van de politie meldt dat 53 politiemensen op non-actief zijn gezet, 186 ontslagen zijn en 464 andere eveneens ontslagen zullen worden.
Volgens het nationaal orgaan voor de mensenrechten (RNDDH) zijn tussen januari en november 2006 in Port-au-Prince en omgeving minstens 721 personen gedood, waaronder 28 politiemensen en 4 blauwhelmen. Het orgaan is tegen onderhandelen met bendeleiders: "Criminelen die toegelaten zijn tot het DDR-programma (ontwapening en resocialisering) gaan, na hun uren van vorming, door met Haïtiaanse gezinnen in rouw te dompelen."
Ook de vrouwenorganisatie voor mensenrechten bekritiseert het onderhandelen met de bendeleiders en roept op tot een dag van solidariteit met hun slachtoffers.
In de VS heeft de Kamer van Afgevaardigden de wet HOPE goedgekeurd waardoor Haïti vrij in Haïti vervaardigde kleding kan importeren. Volgens sommige schattingen kan dit 100.000 arbeidsplaatsen in de textielindustrie opleveren. De senaat moet hiervoor nog het groene licht geven.
COHAN (Comitée Haïti Nederland)
Red.: André de Waele Wezenland 366 7415 JJ Deventer. E-mail: dewacohan@12move.nl