De tweede ronde van de parlementsverkiezingen is op 21 april. Er moeten 30 senatoren worden gekozen en 98 afgevaardigden. Slechts een gedeputeerde heeft bij de eerste ronde voldoende stemmen gekregen.
De senatoren, voor elk van de tien departementen drie, hebben een termijn van twee, vier of zes jaar. De gedeputeerden worden gekozen voor vier jaar.
Er is onenigheid over de eedaflegging van Préval. Volgens oorspronkelijk plan zou dit op 29 maart moeten plaatsvinden. De OAS en aanhangers van Préval houden vast aan deze datum. Préval zelf staat erop dat deze plechtigheid plaatsvindt tegenover het volledige parlement zoals de grondwet voorschrijft.
Préval heeft binnen vijf dagen Brazilië, Chili en Argentinië bezocht en daar gesproken met hun presidenten. Hij heeft er gesprekken gevoerd met de president van Zuid-Amerika en met Condoleezza Rice. Bij terugkomst in Haïti zegt hij zich zeer tevreden te zijn.
Over enkele dagen zal hij naar de VS gaan en daar een gesprek hebben met Bush en met vertegenwoordigers van de VN, de Wereldbank, het IMF en de BID.
In Brazilië is hem gevraagd hoe hij denkt over de afschaffing van het leger van Haïti. Hij zegt: "De taak van het leger is het land te verdedigen of een grondgebied te veroveren. In deze moderne wereld weten landen met een leger niet wat ze ermee aan moeten" Hij vindt dat wat Haïti nodig heeft een rijkspolitie is "een gespecialiseerd corps met een militair karakter". Hij zegt wel dat dit zijn persoonlijke mening is. Voor het veranderen van de grondwet (die wel voorziet in een leger) is de instemming nodig van het parlement.
Op zijn reis heeft Préval zich verschillende keren lovend uitgelaten over Minustah, die volgens hem nog in Haïti moet blijven.
De hoofdstad heeft weer een nijpend gebrek aan elektriciteit. De stad heeft behoefte aan ongeveer 200 mégawatt. De fabriek in Péligre levert in het regenseizoen 40 à 30 megawatt, maar is nu buiten gebruik vanwege het lage waterpeil in het meer. De elektriciteitscentrales in Var-reux en Carrefour hebben voortdurend te kort aan brandstof of hebben te kampen met technische storingen.
De vluchtelingenorganisatie GARR maakt melding van de dood van een van de twee Haïtianen die in de Dominicaanse Republiek in brand zijn gestoken omdat zij ervan verdacht werden iemand van het gemeentebestuur vermoord te hebben. Hij overleed in een ziekenhuis. De tweede ligt nog in de intensiv care afdeling. GARR betreurt het dat de regering er weer voor gekozen heeft te zwijgen en niets te doen. Zij verwijt de Dominicaanse autoriteiten laksheid. Uit niets blijkt dat zij de daders wil vervolgen en straffen.
Latortue heeft zich, om de regering Préval een kans te geven, uitgesproken tegen een onmiddellijke terugkeer van Aristide. Volgens de grondwet zijn er geen belemmeringen, zegt hij, maar Aristide zal zich moeten verantwoorden voor zelfverrijking en fraude.
De commissie voor mensenrechten van de OAS heeft erbij Préval op aangedrongen de grootste aandacht te geven aan de hervorming van het justitieapparaat, dat "in alle opzichten in gebreke blijft".
De Europese Commissie schenkt € 20.000 voor een ontwikkelings- en rehabilitatieprogramma o.a. voor Gonaïves, dat in 2004 ernstig werd getroffen door overstromingen.
28 maartDe datum van beëdiging van Préval is vastgesteld op 14 mei. In Le Moniteur, de Haïtiaanse Staatscourant, meldt het CEP dat Préval président is voor de periode van 5 jaar.
Condoleezza Rice heeft op de Bahamas erop aangedrongen dat Caricom weer volledige betrekkingen met Haïti aan te gaan en dit land te helpen.
De minister van Justitie gaat maatregelen nemen tegen de rechter-commissaris van Port-au-Prince en drie van zijn medewerkers. Dit in verband met een onderzoek over de in vrijheidstelling van drie arrestanten die verdacht worden van ontvoeringen. Volgens geruchten zouden enkele duizenden dollars voor hun vrijlating betaald zijn.
De Inter-Amerikaanse Organisatie voor de Mensenrechten en haar Haïtiaanse tak (RNDDH) schetsten een somber beeld over de situatie in Haïti. "Minstens 1500 personen, waaronder 80 politiemensen, 9 blauwhelmen en 4 journalisten zijn in de twee jaar van de overgangsregering gedood". Gedurende deze periode waren 682 vrouwen slachtoffer van geweld, waarvan 287 werden verkracht.
Volgens de RNDDH werden deze schendingen van de mensenrechten gepleegd door aanhangers van Aristide, door het Kannibalenleger, door oud-militairen, aanhangers van de tussenregering, door militairen van Minustah en door gewapende bendes.
Voor de RNDDH roept het justitieapparaat het beeld op van "een boot op drift".
Op 22 maart worden twee verkrachters veroordeeld tot levenslange dwangarbeid. Het is de eerste keer dat deze straf wordt opgelegd. De straf is normaal tien jaar gevangenis, maar levenslange dwangarbeid wordt sinds kort opgelegd "indien de schuldige deze daad pleegde met meerdere personen of als de dood erop volgde".
De daders hadden samen een vrouw en haar dochter verkracht en de laatste daarna ontvoerd. Vier maanden later werd zij dood aangetroffen.
Solidariteit met de Haïtiaanse Vrouwen (SOFA) noemt deze veroordeling "een grote overwinning voor de Haïtiaanse gemeenschap die hongert naar recht".
De resultaten van de parlementsverkiezingen zullen een week na sluiting worden bekend gemaakt.
Het CEP maakt nu pas de definitieve resultaten van de eerste ronde bekend. Het CEP erkent dat dit erg laat is, maar zegt dat zij streng en onpartijdig wilde zijn en dit tijd kostte.
Na onderzoek van protesten blijken twee afgevaardigden al in de eerste ronde te zijn gekozen.
Préval is drie dagen in de VS geweest (in New York en Washington). In zijn delegatie was ook zijn voormalige tegenkandidaat, de Amerikaanse multimiljonair Dumarsais Siméus.
Omdat hij nog niet in functie is, heeft Préval slechts een onderhoud van een kwartier gehad met president Bush. Hij heeft het woord gevoerd in de Veiligheidsraad en in de vergadering van de OAS. Ook heeft hij de Haïtiaanse gemeenschap in New York ontmoet.
Volgens Préval tonen ondernemers in de diaspora belangstelling voor investeringen in Haïti, maar dan moet het er veilig zijn, een goed wegennet hebben en elektriciteit.
John Bolton, Amerikaans ambassadeur bij de VN heeft gezegd dat zijn regering van plan is een half miljard dollar vrij te maken voor de verbetering van de infrastructuur en de terugkeer van de democratie.
In Gonaïves heerst er op 30 maart een gespannen sfeer. Leden van het voormalige Kannibalenleger houden protestbetogingen tegen de arrestatie door Minustah van een van hun leden wegens illegaal wapenbezit. Ze dragen wapens en gooien met stenen en flessen naar scholen. Er kan geen les worden gegeven. Alle activiteiten in de stad vallen plat.
Ze dreigen op te trekken naar het politiebureau waar hun kameraad vastzit wegens moord op een meisje.
Op 3 april is het zes jaar geleden dat de algemeen directeur van Radio Haïti Inter, Jan Dominique, en zijn chauffeur werden vermoord. Reporters sans Frontières (RSF) schrijft een brief aan Préval: "Het schandaal rond de manier waarop zes jaar lang het dossier van Jean Dominique is behandeld, is des te groter omdat de verdachten van deze moorden bekend zijn. (...) Deze zaak laat zien hoe groot de taak van de regering, die na de tweede ronde van de parlementsverkiezingen aantreedt, zal zijn om het politie- en justitieapparaat te hervormen.
De journalistenorganisatie vraagt Préval het dossier te heropenen. "Recht moet in de plaats komen van straffeloosheid".
Na een onderzoek dat op 21 maart 2003 werd afgerond werden zes personen schuldig bevonden en veroordeeld tot gevangenschap. Drie van hen werden twee weken later vrijgelaten, terwijl de andere drie wisten te vluchten tijdens de muiterij in februari 2005. Een van hen is naar Argentinië gevlucht. De twee anderen, waaronder Ti Lou, leidden een bende in Martissant. "Naar de bewering van Ti Lou dat hij een bedrag van 10.000 dollars zou hebben gekregen is nooit onderzoek gedaan". RSF protesteert ook tegen het feit dat nooit onderzoek is gedaan naar de moord op twee getuigen.
De mensenrechtenafdeling van Minustah hekelt het lang in voorlopige in hechtenisneming van arrestanten. Van de 4.034 gevangenen zijn er maar 450 voor de rechter geleid en veroordeeld. In Port-au-Prince worden, bij gebrek aan plaats in de gevangenis, verdachten vrijgelaten zonder arrestatiebevel, zodat zij hun eventuele straf ontlopen.
Het hoofd van deze afdeling, de Fransman Fraggart, pleit voor permanente commissies in de gevangenissen om alle gevallen van voorlopige in hechtenisneming opnieuw te bekijken. "Er zijn in de gevangenissen personen in voorlopige hechtenis die al langer vastzitten dan de maximum straf die zij mogelijk zouden krijgen".
Bazin, minister van Economische Zaken, leest voor een vergadering van de BID (Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank) een brief van Préval voor. De nieuwe president stelt daarin voor dat hij een overeenkomst sluit "zonder uitzonderingen te maken" met persoonlijkheden uit het politieke en sociale milieu betreffende de ontwikkeling van zijn land.
"Mijn land heeft op het ogenblik de kritische massa van professionals in de publieke en privé-sector die klaar staan om de leiding van het land ter hand te nemen als zij gelegenheid daartoe krijgen. Ik ben bereid om alles in het werk te stellen om hen, zonder uitzondering, te betrekken in het bestuur van het land. Ook ben ik bereid over alles opnieuw na te denken, om alles te vernieuwen en alles in het werk te stellen om politieke maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn. Ik wil ook de instituties van de staat moderniseren, waardoor het makkelijker wordt in mijn land te investeren en de privé-sector in staat gesteld wordt banen te creëren".
Na het voorlezen van deze brief zei Bazin gelukkig te zijn met de discussie die gaande is om de schulden die de vijf armste landen, waaronder Haïti, bij de BID hebben kwijt te schelden.
De EU is een van de grootste financiers van Haïti. Ze heeft 294 miljoen euro's vrijgemaakt voor verbetering van de infrastructuur. Zo werden de afgelopen weken twee grote werken uitgevoerd: eind maart werd een weg aangelegd tussen Cap-Haïtien en Dajabòn aan de Dominicaanse grens, en vorige week werd de weg van Port-au-Prince naar Mirebalais/Hinche gerenoveerd.
De EU is ook bereid met de nieuwe regering gesprekken te voeren over het programma van haar ontwikkelingsfonds voor de jaren 2008-2013. "De Europese Commissie blijft zich, zij aan zij met het Haïtiaanse volk en haar autoriteiten, inzetten om het democratisch proces te ondersteunen en eveneens voor de heropbouw en de ontwikkeling van het land. Maar even goed is het nodig dat de politici bewijs geven van hun goede wil en zich, voortdurend en eenduidig, vastberaden inzetten voor dit proces (...) Het is van het grootste belang dat alle politieke en sociale krachten een dialoog aangaan in de geest van nationale verzoening en dat er een regering komt die alle krachten van de natie verenigt om de economische en sociale stabiliteit te waarborgen die nodig is voor de ontwikkeling van het land."
Voor de tweede ronde van de parlementsverkiezingen heeft de EU zeven deskundigen en veertig waarnemers naar Haïti gestuurd. In een comité verklaart zij dat zij het betreurt dat bij de presidentsverkiezingen de voorwaarde, die het decreet over verkiezingen stelt, niet eerbiedigd zijn waar het ging over het omgaan met de blanco stemmen. De internationale evaluatie-commissie (MIEEH) had binnen 24 uur een rapport gepubliceerd waaruit bleek dat zij een andere opvatting heeft: "het CEP heeft een goede beslissing genomen door de blanco stemmen mee te tellen en ze naar evenredigheid toe te kennen aan de presidentskandidaten. Door dit besluit werd de grondwet geëerbiedigd". De MIEEH heeft aanbevolen deze methode ook te gebruiken voor de tweede ronde van de parlementsverkiezingen.
Twee leden van het CEP verwerpen dit idee. Een dergelijk voorstel mist iedere grond omdat bij een tweede ronde de betrekkelijke meerderheid geldt.
In Aquin blokkeren aanhangers van een kandidaat, die bij de eerste rond verloor, de weg. De voorzitter van de CEP zag zich gedwongen een vliegtuig te lenen. Leden van het kiesbureau verzamelen zich voor het plaatselijk bureau van de CEP en eisen betaling van hun salaris.
Tijdens de eerste drie maanden van dit jaar hebben de Dominicaanse autoriteiten 9.681 illegale Haïtianen het land uitgezet. GARR (vluchtelingenorganisatie) spreekt van discriminatie en willekeur.
Fagart, de verantwoordelijke voor Minustah afdeling mensenrechten, verklaart: "De straffeloosheid is een structureel kwaad in Haïti, een kanker die alle instituties aanvreet, een kinder-ziekte van het onafhankelijke Haïti. Men stoot op tegen een muur van zwijgen, een muur van passiviteit alsof men geen opheldering wil van de moord op Jean Dominique". Hij noemt als typisch voorbeeld het dossier van Yvon Neptune, die al twee jaar vastzit en illustreert hiermee "de noodzaak het justitieapparaat in Haïti veranderen."
De Zuid-Afrikaanse minister van Buitenlandse Zaken verklaart voor de pers dat zijn land "geen haast heeft de Haïtiaanse ex-president Jean Bertrand Aristide naar zijn land terug te sturen. De president en de Haïtiaanse regering zullen met zijn terugkeer moeten instemmen. In principe zal hij niet zijn leven lang in Zuid-Afrika blijven wonen, maar evenmin zal hij volgende week naar Haïti vertrekken".
Aristide is binnenkort twee jaar in ballingschap. In februari verdedigde hij zijn recht binnen niet al te lange tijd naar zijn land terug te keren, waar hij verwacht een gewone burger te zijn.
De VS hebben zich niet openlijk uitgesproken tegen de terugkeer van Aristide, maar herhalen telkens weer dat hij een man van het verleden is.
COHAN (Comitée Haïti Nederland)
Red.: André de Waele Wezenland 366 7415 JJ Deventer. E-mail: dewacohan@12move.nl