Er hebben zich 54 personen bij het CEP gemeld als kandidaat voor het presidentschap. Twee zorgen voor nieuws: oud-president Préval, die gesteund wordt door enkele kleine partijen, en Bazin. Bazin was minister onder Jean Claude Duvalier, premier onder Cédras en twee keer minister onder Aristide, zijn rivaal bij de verkiezingen van 1990. Hij heeft de steun van enkele facties binnen Lavalas.
De onenigheid in Lavalas is groter dan ooit. Behalve Préval en Bazin (leider van MIDH en in zijn kandidatuur gesteund door voormalig Lavalas senator Yvon Feuillé) heeft nog een aantal anderen zich voor Lavalas kandidaat gesteld.
Op veel steun lijkt père Gérard Jean-Juste te kunnen rekenen, met name die van oud-senator Louis Gérald Gilles. Maar de priester zit nog steeds in de gevangenis en wordt door het CEP niet geaccepteerd, omdat hij volgens de kieswet zich zelf moet presenteren. Nu stelt Gilles zich zelf kandidaat.
Een andere kandidaat, die als senator regelmatig voor opwinding zorgde, is Dany Toussaint.
Ook oud-premier onder Aristide, Jean Mary Christal, doet een gooi naar het presidentschap.
De groep die zich het echte Fanmi Lavalas noemt zegt de verkiezingen te blijven boycotten zolang Aristide niet terug in Haïti is.
De politie arresteert een zestigtal personen op verdenking van criminele activiteiten.
Naast dit succes moet zij echter ook constateren dat, na een periode van betrekkelijke rust, binnen een paar dagen in Delmas weer rond tien personen ontvoerd zijn.
Ook in de Artibonite is het weer onrustig. Voormalige grootgrondbezitters zouden mensen hebben ingehuurd om land, dat in 1996 in het kader van de landhervorming, aan de boeren gegeven is, weer in bezit te nemen. Veel boeren zouden het slachtoffer zijn van geweldpleging en verdreven zijn van hun grond.
Een inspecteur van politie wordt gearresteerd als voornaamste verdachte van de ontvoering van een bankemployé. Hij zou zonder medeweten van de bank geld hebben witgewassen en met 400.000 dollar er vandoor zijn gegaan. Vijf politieagenten en een rijke zakenman werden in dit verband al aangehouden.
Nadat een Haïtiaan bekend heeft een Dominicaanse jongeman te hebben gedood weten andere Haïtianen ternauwernood te ontsnappen aan een lynchpartij. Hun huizen worden in brand gestoken.
In het toeristengebied Bavaro wordt een personeelslid van een hotel vermoord. Een Haïtiaan zou de moordenaar zijn. Onder Haïtianen breekt paniek uit. Haïtiaanse artiesten worden aangevallen en hun ateliers vernield.
Volgens de neo-Duvaliëristische partij PUN komt Jean Claude Duvalier, verdreven in 1986, naar Haïti om mee te doen aan de verkiezingen. Zijn partner, de Française Véronique Roy, is 18 september in Port-au-Prince gearriveerd. Volgens Le Monde van 20 september heeft Duvalier er echter van afgezien zich kandidaat te stellen.
26 septemberDe rechter-commissaris van Saint-Marc is tot de conclusie gekomen dat er voldoende aanwijzingen zijn om Yvon Neptune en 29 andere verdachten, onder wie twee oud-ministers, voor de rechter te dagen. Een lijst van gevoerde telefoongesprekken zou er op wijzen dat de oud-premier, terwijl het bloedbad werd aangericht, contact had met degenen die het bloedbad in la Scierie (Saint-Marc) aanrichtten. Hierbij zou gebruik gemaakt zijn van een helikopter van het paleis van waaruit vluchtenden werden beschoten. Het aantal slachtoffers en vermisten wordt geschat op 44, waarvan er slechts 22 geïdentificeerd konden worden.
Van de 54 personen die zich kandidaat hebben gesteld voor het presidentschap zijn er 32 door het CEP aanvaard. Onder de afgewezenen bevinden zich de voormalige premier Jean Marie Chrystal en twee oud-senatoren (Gilles en Delpé).
Tot de bekende persoonlijkheden die aanvaard zijn als kandidaat behoren de twee voormalige presidenten: Manigat en Préval. Ook geaccepteerd zijn de industrieel Baker die tot de groep van de 184 behoorde, een bankier, een zakenman, twee dominees en Guy Philippe, een van de leiders van de opstand in februari 2004.
Ook ministers Duvalieristen kunnen meedingen naar het presidentschap zoals de Ronceray en Frank Romain die onder Duvalier het hoofd van de politie was.
Slechts een vrouw, Judie C Roy is aanvaard als kandidaat.
De oud-senator Gilles heeft bezwaar gemaakt tegen het feit dat Bazin kandidaat is van een alliantie waarvan ook een factie van Fanmi Lavalas deel uitmaakt. Het CEP heeft dit bezwaar verworpen. Bazin is de enige die een uitgewerkt verkiezingsprogramma heeft.
Een interessant kandidaat is Siméus, een Amerikaanse multimiljonair die ook de Haïtiaanse nationaliteit heeft. Hij is door het CEP afgewezen, o.a. omdat de Haïtiaanse grondwet het bezit van twee nationaliteiten niet erkent en hij als Amerikaan dus afstand gedaan heeft van zijn Haïtiaanse nationaliteit. Hij gaat in beroep bij het Hof van Cassatie.
De sluiting van de termijn van inschrijving in het kiesregister is bepaald op 30 september.
Er zijn nu ongeveer 2,5 miljoen kiesgerechtigden ingeschreven. Het totale aantal kiesgerechtigden zou 4,5 miljoen zijn, maar internationale experts spreken van 3,4 tot 3,7 miljoen.
Om hun stem op 20 november en 3 januari te kunnen uitbrengen moeten zij hun identificatiebewijs met foto tonen. Dit bewijs zal daarna ook gebruikt moeten worden bij het gebruik maken van overheidsdiensten.
Voor inschrijvingen in het binnenland worden mobiele bureaus gebruikt. Justitia et Pax is echter bang dat ondanks dat veel boeren en ook analfabeten van deelname aan de verkiezingen in de praktijk worden uitgesloten.
Op de algemene vergadering van de VN heeft Kofi Annan een oproep gedaan aan de internationale gemeenschap Haïti voldoende hulp te bieden bij het herstel van de orde en bij haar ontwikkeling. Hij benadrukte dat Haïti bij het organiseren van de verkiezingen, waarin iedereen zonder uitzondering aan kan deelnemen, een uitgelezen gelegenheid heeft om te komen tot een nationale verzoening. Hij waarschuwde ervoor dat Haïti geen stabiliteit zal kennen zonder een gezamenlijke strijd tegen de armoede en het ontbreken van recht.
President Boniface roept er de internationale gemeenschap op waarnemers naar de verkiezingen te sturen: "Wij roepen iedereen op Haïti niet alleen te laten. Dan kan ik op 7 februari 2006 mijn ambt overdragen aan een nieuwe, vrij gekozen president en Haïti eens en vooral een plaats geven te midden van de democratische landen."
Bij een officiële plechtigheid zijn bijna 800 nieuwe agenten in het politiekorps opgenomen, waardoor het korps nu rond 4.500 politiemensen telt. President Boniface waarschuwt hen bij deze gelegenheid zich tijdens de verkiezingsstrijd niet te laten inkapselen door politieke partijen en hun kandidaten.
De directeur-generaal van de politie verklaart dat tegen verschillende agenten maatregelen zijn genomen in verband met het bloedbad op 20 augustus in het stadion van Martissant.
De nationale mensenrechtenorganisatie RNDDH heeft een onderzoek gedaan naar wat gebeurd is in het stadion van Martissant, waarbij minstens 20 slachtoffers vielen. Ze verwijt de politie onverantwoord te zijn opgetreden door midden in de voetbalwedstrijd een dertigtal criminelen te willen arresteren.
De inspecteur-generaal van de administratieve politie is volgens radio Kiskeya ondergedoken om zich te onttrekken aan een onderzoek door de algemene inspectie.
De Amerikaanse ontwikkelingsbank (BID) heeft een lening van 29 miljoen dollar goedgekeurd voor het herstel van 125 km weg en van bruggen. In juli 2005 heeft zij al haar goedkeuring gehecht aan een lening van 50 miljoen dollar, terug te betalen in 40 jaar en met een rente van 1% gedurende de eerste tien jaar.
Op 20 en 21 oktober houden de internationale donoren in Brussel hun vierde conferentie over Haïti.
3 oktoberOm de verkiezingen goed te doen verlopen is volgens het CEP meer internationale hulp nodig. Zelf beschikt men niet over voldoende middelen en mankracht.
Tot 27 september hebben 2,9 miljoen kiesgerechtigden zich laten inschrijven, waarvan 49% vrouwen. Een probleem is dat er tot nu toe slechts 20.000 identificatiebewijzen beschikbaar zijn. Ze worden vervaardigd door een Amerikaans bedrijf in Mexico.
Volgens Chavannes Jean Baptiste, die een grote invloed heeft op de boeren, die voor een groot deel de basis zouden moeten vormen voor kandidaat Préval, betekend de oud-president als staatshoofd een gevaar dat tegen iedere prijs moet worden afgewend.
Condoleeza Rice belooft tijdens een bezoek aan Haïti de steun van Bush bij de verkiezingen. Ze zegt dat haar regering blij is met de deelname van Fanmi Lavalas.
Tijdens een persconferentie pleit zij ervoor dat justitie sommige zaken sneller afhandelt zoals die van Yvon Neptune. Als antwoord op de vraag wat zij denkt over een eventuele terugkeer naar Haïti van Aristide antwoordt zij dat dit volgens de internationale gemeenschap geen goed idee is.
Bij dezelfde gelegenheid zegt premier Latortue dat een van de 22 kandidaten voor het presidentschap die niet aanvaard zijn, in het bezit van een Amerikaans paspoort in Haïti is aangekomen. Hiermee bedoelt kennelijk Siméus. Hij voegt daaraan toe dat twee of drie van de afgewezenen misschien alsnog kunnen worden aanvaard. Deze laatste opmerking zet veel kwaad bloed, omdat doet alsof hij deel uitmaakt van het CEP.
De aartsbisschop van Port-au-Prince heeft père Jean Juste ontheven uit zijn priesterlijke functies omdat hij door zich kandidaat te stellen de regels van de kerk geschonden heeft.
Zijn aanhangers zijn hierover verontwaardigd, omdat zijn kandidatuur door het CEP is afgewezen.
Binnen een week zijn er in de Dominicaanse Republiek de lijken gevonden van negen Haïtianen, waaronder dat van een meisje van 7 jaar dat gemarteld en verkracht blijkt te zijn. Volgens een lid van een mensenrechtenorganisatie zijn de Dominicaanse regering en de politie mede verantwoordelijk voor de vreemdelingen haat in het buurland.
In de VS is een Haïtiaan veroordeeld tot levenslang. Tussen 1998 en 2004 heeft hij leiding gegeven aan een netwerk dat drugs van Haïti naar de VS vervoerde. Tijdens dit proces verklaart een voormalige chef van Aristides veiligheidsdienst 40 duizend dollar betaald te hebben voor een document dat hem recht het gaf in Haïti te mogen reizen zonder enig controle.
10 oktober.Op het laatste moment heeft het CEP het trekken van een nummer op de verkiezingslijst uitgesteld. De verkiezingen zelf worden opnieuw uitgesteld, maar niet meer dan een maand, zodat de nieuwe president op 7 februari 2006 beëdigd kan worden. Deze extra tijd zal worden gebruikt om de identificatiebewijzen uit te delen.
Een van de leden van het CEP verklaart dat de gepubliceerde lijst van kandidaten niet de instemming heeft van het volledige CEP, waarop elf politieke partijen een onderzoek geëist hebben. Sommige kandidaten beschuldigen het CEP van incompetentie en partijdigheid.
Velen zijn van mening dat het CEP te afhankelijk is van beslissingen op internationaal niveau omdat die op verschillende terreinen alles in handen hebben: uitrusting en materieel, keuze van de plaats van de bureaus voor inschrijving en het vervaardigen van de stemkaarten.
Ook het thema van de dubbele nationaliteit dreigt de verkiezingsproces te beïnvloeden. Volgens de advocaat van Siméus zijn de originele documenten van zijn cliënt "op mysterieuze wijze" verdwenen. In de pers verschijnen berichten over de dubbele nationaliteit van ook andere kandidaten.
Op 3 oktober zijn er 3 miljoen kiesgerechtigden geregistreerd. Op sommige plaatsen van de hoofdstad en op afgelegen plaatsen in het binnenland blijven de bureaus voor inschrijving nog open. Vanaf 4 oktober functioneren er tien in Cité Soleil.
De eerste internationale waarnemers zijn begonnen het CEP bij te staan. Zij staan, evenals de latere leden, onder leiding van Canada, dat ook het initiatief hiertoe genomen heeft.
Venezuela stuurt een delegatie naar Haïti om te onderhandelen over voorkeur bij het leveren van olieproducten. Sinds augustus is er tussen Venezuela en de Caraïben al zo’n voorkeursbehandeling van kracht, maar was Haïti er nog van uitgesloten.
Dit initiatief betekent een omkeer in de verhouding Venezuela-Haïti. Sinds het gedwongen vertrek van Aristide weigerde het olierijke land ieder contact met Haïti.
Van de andere kant wordt de samenwerking van Haïti met Cuba steeds meer bekritiseerd. De regering heeft namelijk de overeenkomst met Cubaanse medici die er werkzaam zijn niet hernieuwd. Zij zou ook Haïtiaanse medisch studenten die in Cuba studeren aan hun lot overlaten.
Sommige medici die in Cuba gestudeerd hebben zouden zelfs genoodzaakt zien hun beroep uit te oefenen in de Dominicaanse Republiek.
De woordvoerder van de Dominicaanse president verwerpt de kritiek dat zijn regering discriminatie van Haïtianen zou aanmoedigen. Geen ander land in heel de wereld zou niet zo solidair met Haïti zijn.
Volgens Radio Métropole heeft GARR (vluchtelingenopvang) op 21 september een vijftigtal Haïtianen aan de grens opgevangen. Ze zouden in shock zijn. De meesten van hen waren ernstig gewond door machettes.
Een Haïtiaan die in een meloenenplantage werkt wordt gedood door een kogel, die door een Dominicaanse militair zou zijn afgevuurd.
De organisatie Batay Ouvrière verklaart dat in dit jaar tot nu toe 200 Haïtianen, meestal clandestiene arbeiders, in het buurland gedood zijn.
De minister voor Vrouwenzaken laat een dertigtal straten, die tot nu toe de naam van man hadden, die van een vrouw krijgen. "Vrouwen hebben altijd grote dingen gedaan, maar het nageslacht herinnert ze niet en in de geschiedenisboeken wordt er niet over hen geschreven."
COHAN (Comitée Haïti Nederland)
Red.: André de Waele Wezenland 366 7415 JJ Deventer. E-mail: dewacohan@12move.nl