Het CEP geeft de kiesgerechtigden tot 15 september gelegenheid zich alsnog te laten registreren om aan de verkiezingen te kunnen deelnemen. De laatste schatting van de voorlopige kiesraad is dat slechts 1,8 van de 4,5 miljoen gerechtigden zich hebben laten inschrijven.
Degenen die zich kandidaat hebben gesteld kunnen officieel pas na 13 september aan hun campagne beginnen, maar ze hebben al verschillende bijeenkomsten georganiseerd.
Steeds meer personen stellen zich kandidaat voor het presidentschap. Volgens Alter Presse zijn er dat nu zestien.
Politieke partijen hebben inmiddels hun kandidaten bekend gemaakt. De voornaamste zijn: Serge Gilles, Evans Paul (oud-burgemeester van Port-au-Prince) Leslie Manigat (voormalig president), de Ronceray, Guy Philippe (een van de leiders van de opstand tegen Aristide).
Het gerucht gaat dat ook René Préval (president tussen de twee periodes dat Aristide president was) zich ook kandidaat wil stellen. Als kandidaat zou hij grote kans hebben. De partij Fanmi Lavalas is echter sterk verdeeld. Een groot deel wil de verkiezingen boycotten. In ieder geval heeft zij de kandidatuur van Préval niet ondersteund. Chavannes Jean-Baptiste vindt Préval een "politieke marionet". Een vooraanstaand lid van de partij, Leslie Voltaire, voormalig minister en kabinetschef van Aristide, wil dat de partij een congres houdt om een oplossing te vinden voor dit probleem.
Als Préval zich wil presenteren als onafhankelijk kandidaat zal ook hij voor 14 september een lijst aan het CEP moeten overhandigen met 100.000 namen van personen die zijn kandidatuur ondersteunen.
Ook een lid van de Groep 184 heeft zich kandidaat gesteld, wat hem niet in dank is afgenomen. Men spreekt van verraad omdat de afspraak was dat niemand van deze groep zich kandidaat zou stellen voor het presidentschap.
De laatste tijd is het aantal geweldplegingen in Port-au-Prince afgenomen. In het handelscentrum gaan de deuren van de magazijnen beetje bij beetje weer open. Ook zijn er minder ontvoeringen. Maar van echte veiligheid is nog geen sprake.
Op 13 augustus wordt in Fontamara een agent door kogels gedood. Een collega, die op 11 augustus ontvoerd werd, is vermoord. In Cité Soleil wordt een Canadees, die er voor Prometal werkzaam was, bij poging aan zijn ontvoering te ontsnappen gedood. Om naar zijn werk te gaan had hij een weg gekozen die niet door Minustah beveiligd was.
Wel slaagt de politie er in een vijftigtal personen aan te houden die ervan verdacht worden betrokken te zijn bij geweldplegingen. Tegen de leider van de bende "het Rattenleger" in Bel Air is een arrestatiebevel uitgevaardigd. Hij wordt ervan verdacht de journalist Jacques Rocher vermoord te hebben. In een interview met Associated Press zei hij: "Als Minustah onze veiligheid kan garanderen zijn we bereid onze strijd op te geven." De woordvoerder van Minustah verklaart echter: "Wij geven geen amnestie aan criminelen."
Soms neemt de bevolking het recht in eigen handen. In Bel Air worden verschillende personen die men ervan beschuldigt criminelen of ontvoerder te zijn gelyncht. Getuigen beweren dat het hier niet ging om een spontane actie, maar dat de politie van tevoren machettes had uitgedeeld.
James Foley, de Amerikaanse ambassadeur die binnenkort vervangen zal worden, heeft de vrijlating van de voormalig leider van FRAPH, Chamblain, sterk veroordeeld. Ook veroordeelt hij het nog steeds gevangen houden van de oud-minister Yvon Neptune. Hij beschouwt dit als een schending van de mensenrechten en dreigt de autoriteiten die hiervoor verantwoordelijk zijn de toegang tot de VS onmogelijk te maken.
Leiders van politieke partijen waarschuwt hij tegen iedere poging bij hun verkiezingscampagne gebruik te maken van drugsgeld. De regering die na de verkiezingen zal aantreden zegt hij een bedrag toe van 800 miljoen dollar.
De leider van Minustah, Valdés, pleit voor een verlenging van het VN mandaat na februari 2006. Ook de secretaris-generaal van de OAS, José Insulza, is hier voorstander van. Volgens Valdés zal de tegenwoordigheid van de VN nog tien jaar nodig zijn om de vrede te handhaven. Hij herinnert eraan dat dit ook de mening is van Kofi Annan.
Insulza deed in de Dominicaanse Republiek de suggestie van een eventuele "ondertoezicht-stelling" van Haïti door de VN.
Begin september komen 750 Jordanese militairen die getraind zijn in straatgevechten de sterkte van Minustah aanvullen.
Onbekenden Dominicanen binden drie jonge Haïtanen vast, overgieten hen met terpentine en steken die in brand. Twee hen overlijden ter plekke, de ander in het ziekenhuis.
De laatste twee weken zijn in het buurland meer dan 3.000 Haïtianen gearresteerd. Alleen al op 14 augustus zijn er 1.000 het land uitgezet. Volgens de vluchtelingenorganisatie GARR werden hierbij de internationaal vastgestelde normen niet geëerbiedigd. Onlangs erkende president Leonel Farnandez zelf nog dat bij uitzettingen de mensenrechten geschonden waren.
Bij een politieactie in Martissant worden minstens zes mensen gedood. Volgens Reuters beweren inwoners van de wijk dat er zeker twintig personen zijn gedood. De politieleiding verklaart echter dat de politie zelf niemand dodelijk getroffen heeft. "Het is onomstotelijk vastgesteld dat een bepaalde groep er op uit is onrust te zaaien en met alle macht de pogingen om de orde te herstellen dwarsboomt."
Er wordt overigens een strengere controle uitgeoefend op het politieapparaat. Van agenten worden foto's gemaakt en vingerafdrukken afgenomen, ook het gebruik van wapens wordt gecontroleerd.
De secretaris-generaal van het CEP heeft een tijdschema voor de verkiezingen vastgesteld. Op 20 november zal de eerste ronde plaats vinden voor de verkiezingen van de parlementsleden en de president. De tweede ronde zal op 3 januari zijn. Daarna, op 22 januari, worden de lokale verkiezingen gehouden. Maar het CEP blijkt verdeeld. Twee leden zeggen dat er wat de data betreft nog geen beslissing is genomen.
Paul Denis, kandidaat voor het OPL, wil dat het CEP maatregelen neemt om de 4,5 miljoen kiesgerechtigden de mogelijkheid te geven zich te laten inschrijven. Volgens hem zal de uitslag van verkiezingen met slechts 2 miljoen stemmers betwist worden. Hij verwijt het CEP te veel technologie te gebruiken en daarmee geen rekening te houden met de Haïtiaans context.
Ook in Cité Soleil heeft het CEP nu ook een kiesbureau geopend, maar niet zonder problemen. Terwijl Minustah bij de opening een delegatie van de OAS begeleidt wordt er een uur lang geschoten, waarbij een blauwhelm gewond raakt.
Medewerkers van het kiesbureau en degenen die zich lieten inschrijven staan onder grote druk.
Drie oud-senatoren die Fanmi Lavalas als partij hebben laten inschrijven dreigen alsnog met een boycot. Zij eisen de vrijlating van Yvon Neptune, van voormalig minister Privert en Gérard Jean-Juste, die nu ook al weken lang in de gevangenis zit. Hij wil zich kandidaat voor het presidentschap stellen als Aristide instemt.
Ook de Latijns-Amerikaanse landen, verenigd in de Riogroep, willen verlenging van het VN mandaat voor Minustah na de installatie van een nieuwe regering. De bijzondere vertegenwoordiger van de VN voor Haïti, Valdés, verklaart voor een groep journalisten: "Een land met 8 miljoen inwoners dat geconfronteerd wordt men een ernstige crisis kan men de nieuwe regering niet laten zitten met slechts 5.000 tot 6.000 politiemensen."
De regering heeft haar zaakgelastigde uit de Dominicaanse Republiek teruggeroepen "voor consultatie", dit naar aanleiding van de moord op drie jonge Haïtianen. De drie werkten en sliepen in een meubelbedrijf. Volgens een vierde, die wist te ontsnappen, werden ze vastgebonden, overgoten met terpentijnolie en in brand gestoken.
De Dominicaanse president veroordeelt deze misdaad pas nadat de Haïtiaanse autoriteiten een protestnota hebben gestuurd.
De directeur-generaal van de douane wordt ontvoerd en vijf dagen later dood aangetroffen.
Volgens Minustah zijn er sinds mei 120 personen ontvoerd, waarvan 43 in juli. In totaal zou er 6 miljoen dollar aan losgeld zijn betaald.
Als reactie op de moord op de Canadees Therrien vraagt Canada haar burgers niet naar Haïti te gaan. Die er werken wordt aangeraden terug naar Canada te komen tenzij ze onmisbaar zijn.
Minustah heeft een onderzoek ingesteld naar het bloedbad in het voetbalstadion van Martissant. Volgens Valdés zijn "deze moorden door een groep mannen in politieuniform en burgers gepland en in tegenwoordigheid van de politie gepleegd." Getuigen zeggen dat een man tijdens de rust, terwijl er schoten in de lucht werden afgevuurd, zich meester heeft gemaakt van de microfoon en de toeschouwers opgeroepen op de grond te gaan liggen. Er waren enkele duizenden mensen in het stadion. Mannen in rode hemden zouden een aantal aanwezigen, die zij ervan beschuldigden criminelen of aanhangers van Aristide te zijn, ondervraagd hebben en daarna met machettes zijn geslagen. Wie het stadion wilde uitvluchten werd neergeslagen. Er zouden enkele tientallen slachtoffers zijn.
Valdés eist dat de schuldige politieagenten gestraft worden. Hij herinnert eraan dat iedere operatie waarbij mensenlevens in gevaar zijn de politie samen met Minustah moet optreden.
Pierre Espérance, directeur van de mensenrechtenorganisatie RNDDH, protesteert tegen deze maatregel. Als de blauwhelmen in de meeste gevallen de politie moet begeleiden, kan zij nauwelijks nog iets doen.
Minustah heeft een ontmoeting gehad met een vijftigtal bekende criminelen. Valdés pareert de kritiek hierop door te zeggen dat ook de Nationale Commissie voor Ontwapening hierbij aanwezig was en dat het de bedoeling is mensen aan te sporen de wapens neer te leggen.
De nieuwe directeur-generaal van de politie stemt in met de conclusies van het onderzoek van Minustah, dat aangetoond heeft dat tijdens de ongeregeldheden in Martissant alleen de politie wapens droeg en dat zij dus verantwoordelijk is voor de slachtoffers van kogels.
Ook in andere gevallen, zegt hij, heeft de politie mensen geëxecuteerd. Sommigen van hen zijn zelf crimineel geworden. Degenen die bij het bloedbad een politie-uniform droegen handelden of in opdracht van de politie of op eigen initiatief.
Alle politiemensen moeten van nu af een identiteitskaart dragen.
Aristide heeft père Gérard Juste de boodschap gestuurd dat voor echte verkiezingen aan drie voorwaarden moet zijn voldaan.: in vrijheidstelling en terugkeer uit ballingschap van alle duizenden militante leden van Lavalas, het beëindigen van de onderdrukking en het voeren van een nationale dialoog.
Valdés denkt dat het klimaat veilig genoeg is voor het houden van verkiezingen. Volgens hem heeft men een burgeroorlog kunnen vermijden en is er geen enkele macht in staat het tegen de regering of Minustah op te nemen, al blijft Cité Soleil een probleem.
Hij voegt hieraan toe: "We hebben een van de grootste bedreigingen voor de veiligheid die gevormd werd door oud-militairen geëlimineerd. Zij bestaan niet meer als zodanig."
Het CEP heeft een lijst gepubliceerd met de namen van de 45 politieke partijen die aan de verkiezingen mogen deelnemen. Er werden 22 partijen geweigerd.
De data voor de verkiezingen zijn nu definitief vastgesteld. Voor die van de president en de parlementariërs op 20 november voor de eerste en op 3 januari voor de tweede ronde.
De lokale verkiezingen zullen gehouden worden tussen beide data, namelijk op 11 december.
Het worden de eerste verkiezingen volgens het decreet van april 2002 waardoor er een tiende departement bijkomt (Nippes) en vijf nieuw gemeenten, waaronder Cité Soleil en Tabarre.
Er zullen nu 99 gedeputeerden en 30 senatoren moeten gekozen worden (was respectievelijk 83 en 27).
Er is een nieuwe partij opgericht, de Democratische alliantie, die Evans Paul als kandidaat voor het presidentschap heeft gekozen. Hij zegt er zeker van te zijn te winnen. Tegen zijn critici, die in hem de reïncarnatie van Aristide zien, zegt hij dat deze aantijging komt doordat hij zoals Aristide dicht bij het volk staat. Hij wil het leger in ere herstellen zoals dit geëist wordt door de grondwet..
Fanmi Lavalas is nog steeds verdeeld. Sommigen willen père Gérard Jean-Juste als kandidaat.
Anderen zeggen dat de partij nog geen keus heeft gemaakt en weer anderen zeggen de verkiezingen te zullen boycotten zolang hun militante aanhang nog in de gevangenis zit en anderen worden onderdrukt.
Toegelaten als kandidaat voor het presidentschap zijn ook enkele oude Duvaliëristen zoals de voormalig burgemeester van Port-au-Prince Frank Romain.
Een Amerikaans instituut, Gallup, dat regelmatig politieke enquêtes uitvoert in de Dominicaanse Republiek heeft ook een opinieonderzoek gedaan in enkele Haïtaanse steden: in Port-au-Prince. Cap-Haïtien, les Cayes, Gonaïves, Port-de-Paix en Ouanaminthe. Op de lijst van de beste regeringen in de laatste twintig jaar staat die van Jean-Claude Duvalier op de eerste plaats. Op de derde plaats komen die van Préval en Manigat. De regering Aristide wordt niet genoemd.
Volgens Gallup zei slechts 8% van de ondervraagden lid te zijn van een politieke partij. Van deze 8% waren de meesten lid van de OPL.
Het is niet bekend welke methode van onderzoek Gallup heeft gehanteerd.
De VS hebben weer meer dan 5 miljoen dollar vrijgemaakt voor de verkiezingen, waarmee in totaal hun bijdrage eraan 31 miljoen is.
Bij een aardverschuiving in Rivière Froide verliezen 10 personen het leven en een aantal wordt gewond en huizen worden verwoest. Vanwege de problemen in de hoofdstad zoeken veel mensen hun heil in het binnenland en bouwen hun huisjes op gevaarlijke plekken. Door de ontbossing verdwijnen er bij zware regenval regelmatig huizen in het water.
COHAN (Comitée Haïti Nederland)
Red.: André de Waele Wezenland 366 7415 JJ Deventer. E-mail: dewacohan@12move.nl