Stichting Projecthulp Haïti

Stichting Projecthulp Haïti

Nieuws uit Haïti verzorgd door COHAN

Jonge boeren actief

Drieëntwintig jonge boeren hebben na een opleiding van twaalf maanden hun agro-ecologisch certificaat gekregen. Hun taak wordt het in de dorpen waar ze vandaan komen de mensen ervan te overtuigen dat zij de hoogste prioriteit moeten maken van de bescherming van het milieu. Ze hebben beloofd zelf boer te blijven en zich in te zetten voor de strijd tegen erosie, ontbossing en wilde houtkap. Ze willen de weg afsnijden van ieder plan dat de biologische landbouw dwarsboomt ten voordele van de industriële landbouw.
Volgens de landbouwkundige van hun opleiding is de ontwikkeling van dorpen afhankelijk van hun ideeën en initiatieven. Ze zullen het gevecht moeten aangaan met de vijand die druk op hen zal uitoefenen voor de industriële landbouw om te kiezen en die zich tot ieder prijs meester willen maken van de grond om er biobrandstof op te produceren.

Banken en elektronisch betalen

De Centrale Bank van Haïti is een campagne begonnen om het elektronisch betalen te bevorderen. Op de lokale markt is betalen met contant geld verreweg de meest gebruikte methode Alleen in Port-au-Prince en omgeving wordt elektronisch betalen steeds meer gebruikelijk. Buiten de regio Port-au-Prince echter is betalen per cheque, creditkaart, enz. praktisch onmogelijk. Met duizenden Amerikaanse dollars bij zich gaan veel kleine handelaren de grens over om in de Dominicaanse Republiek hun handelswaar te kopen. Het gevaar van beroving ligt op de loer.
Om witwassen van zwart geld te voorkomen kan niet meer dan 10.000 dollar worden opgenomen.
Begin december was er in verschillende banken in het land een tekort aan dollars. Dit was te wijten aan de grote vraag naar dollars en door de beperkingen door internationale banken van import van Amerikaanse deviezen. Bij sommige handelsbanken konden de klanten niet meer dan 1.200 - 3.500 opnemen.

VN kritiek op de politie

Twee rapporten van de VN maken melding van excessief geweld door de Haïtiaanse politie tegen gevangenen en van op zijn minst negen doden die door geweld om het leven gebracht zouden zijn. Het VN rapport van het Hoge Commissariaat voor de mensenrechten en dat van Minustah noemen twintig politiemensen die zich in zes verschillende zaken schuldig zouden hebben gemaakt aan geweldpleging.
Het hoofd van de politie, Mario Andrésol, zegt de controlerende rol van de VN en van andere groeperingen die de politie proberen te helpen te erkennen en te waarderen, maar merkt op dat de leidinggevenden binnen het corps al maatregelen genomen hebben om deze misstanden een halt toe te roepen. 'In alle gevallen waarover wij ingelicht zijn hebben wij disciplinaire maatregelen getroffen. Sommigen zijn gearresteerd en wachten op hun proces'. Hij verklaart dat de genoemde misstanden niet representatief zijn voor het hele corps.
Beide rapporten melden echter dat de verantwoordelijken niet geëigende maatregelen hebben genomen tegen de agenten die verdacht worden van executies en martelingen. Politiemensen zijn geschorst of gevangen gezet, maar geen van hen is schuldig bevonden. Sommigen die geschorst waren zijn weer in functie.

Twee jaar na de aardbeving

Een jaar na de aardbeving organiseerde de regering Préval-Bellerive een indrukwekkende ceremonie bij Morne Christophe, de plaats waar massagraven zijn gedolven zijn voor de duizenden of misschien wel tienduizenden slachtoffers. Er is toen toegezegd dat er een monument zou worden opgericht en dat de plek een pelgrimsoord zou worden. Beide plannen moeten nog gerealiseerd worden.
Zoals vorig jaar vonden ook dit jaar verschillende manifestaties en herdenkingsplechtigheden plaats. Voor scholen en openbare instellingen werd een vrije dag afgekondigd..
Precies 35 seconden lang, de duur van de aardbeving, luidden de klokken. Exact op dezelfde tijd dat de aardbeving plaats vond, legde de president een bloemstuk.
In Martissant is voor de overledenen een gedenkteken opgericht .Iedereen probeerde die dag op zijn of haar manier de doden te herdenken. De begraafplaatsen werden druk bezocht. Er werden tochten georganiseerd naar de massagraven in verschillende wijken van de hoofdstad..
Het nationaal museum Panthéon wijdde een tentoonstelling aan de slachtoffers.
Twee jaar de aardbeving zijn nog steeds 500.000 mensen dakloos. Verschillende organisaties betoogden daarom ook op 12 januari voor het recht op huisvesting.
Voor 20.000 mensen echter komt er een eind aan hun ellendig bestaan. In gezelschap van de Canadese minister van Internationale Samenwerking, Beverly Oda, verschijnt de president op Champ de Mars, het park in het hart van Port-au-Prince, waar duizenden een onderkomen gezocht hebben in tenten of bouwsels van afvalmateriaal.. Eerder die dag hebben de president en zijn Canadese gast in het presidentiële paleis een vergadering gehad, waarbij aangekondigd werd dat Canada zich verplicht om over een periode van twee jaar 19,9 miljoen dollar te schenken voor herhuisvesting van door de aardbeving getroffenen.

Nieuwe meelfabriek

Les Moulins d'Haïti (de Haïtiaanse meelfabriek) werd door de aardbeving verwoest. In het industrieterrein bij Cabaret, ten noorden van Port-au-Prince is een nieuwe fabriek geopend, de modernste van de Cariben. De twee graanmolens met elk een capaciteit van 1.200 ton per dag verschaffen werk aan vierhonderdveertig mensen. Dat Les Moulins d'Haïti (LMH) haar werkzaamheden weer hervat is goed voor de Haïtiaanse economie. Van 1998 tot januari 2010 ontving de staat meer dan zes miljard gourdes aan belasting en dividend. LMH is een geslaagde samenwerking van de private en de publieke sector.

Haïtiaanse mensenrechtenorganisatie protesteert

In november 2010 en maart 2011 organiseerde de (voorlopige) kiesraad CEP de presidents- en parlementsverkiezingen. Ze werden gekenmerkt door geweld, schendingen van de kieswet en fraude. Van duizenden Haïtianen zijn de burger- en mensenrechten geschonden.
De resultaten die de CEP publiceerde werden door zowel de politieke tegenstanders als de nationale en internationale waarnemers betwist. Enkele leden van de kiesraad worden beschuldigd van corruptie en het aannemen van steekpenningen om de uitslagen te veranderen ten gunste van sommige kandidaten. Dit leidde er toe dat mensen massaal de straat opgingen en betogingen hielden, waarbij doden te betreuren waren. Er werd veel materiële schade aangericht.
De senaat stelde een onderzoekscommissie samen, die als voornaamste taak kreeg informatie te verzamelen over corruptie en fraude waarvan enkele leden van de CEP beschuldigd werden en over het beleid van de CEP als onafhankelijk instituut. Zonder de uitslag van dit onderzoek af te wachten verordende Martelly op 29 december 2011 dat de CEP ontbonden werd.
RNDDH kan dit moeilijk accepteren, want over de geuite beschuldigingen is nog geen gerechtelijke uitspraak gedaan.. Dit wekt de indruk alsof alle leden van de CEP betrokken waren bij fraude, corruptie en het aannemen van steekpenningen. Het betekent ook dat die er zich wel aan schuldig hebben gemaakt, geen verantwoording hoeven af te leggen en vrij uit gaan. Dat is het handhaven van de praktijk van straffeloosheid, waartegen juist deze regering zegt te willen vechten. De RNDDH vindt dat de regering de resultaten van het onderzoek had moeten afwachten.

COHAN (Comitée Haïti Nederland)

Red.: André de Waele Wezenland 366 7415 JJ Deventer. E-mail: dewacohan@kpnmail.nl

Haïti Nieuws December 2011

© 2000 stichting projecthulp haïti - Laatste wijziging: 20-01-2012 - Sitemap

 

Sponsor:
Autobranche kiest richting met geavanceerde datasnelweg - VWE Import en Exportservices voor de automotive branche
Zoeken