Voor de 208e keer viert Haïti op 1 januari in Gonaïves haar onafhankelijkheid. Prominent aanwezig waren president Martelly, premier Conille en de voorzitters van beide Kamers. In zijn toespraak herinnerde Martelly zijn gehoor aan de helden die Haïti's onafhankelijkheid bevochten hadden en herhaalde daarbij zijn vaste voornemen het land weer een leger te geven. 'De commissie, die de opdracht had de voor- en nadelen hiervan te bestuderen, heeft positief gereageerd op de heroprichting'.Martelly's bedoeling is tegelijkertijd het land weer een leger te geven en de politie te hervormen. 'Wij vragen aan alle vrienden van Haïti ons hierbij te helpen (…) Telkens als Haïti getroffen wordt door een natuurramp, zal het leger de hulp bieden die wij verwachten, het zal de integriteit van ons grondgebied bewaken in een continent waar de bedreigingen door drugs en terrorisme talrijk zijn'.
Als een van zijn prioriteiten noemde de president weer het onderwijs. 'Toen ik beloofde alle kinderen naar school te laten gaan, deed ik dat niet om na vijf jaar zeker te zijn van een nieuw mandaat'. Hij is blij dat 40.000 kinderen nu gratis onderwijs krijgen, maar betreurt het dat het vervoer naar school vanwege economische problemen nog niet gratis is.
Voor boeren en vissers had hij het goede nieuws dat banken bezig zijn met een plan om krediet- mogelijkheden te verruimen.
De viering werd geopend met een religieuze plechtigheid. De bisschop van Gonaïves zei in zijn preek blij te zijn dat de autoriteiten erin geslaagd waren weer een klimaat van rust en orde te scheppen. Volgens de bisschop kunnen de inwoners van Gonaïves zich nu in alle rust aan hun bezigheden wijden, ze hebben 24 uur per dag stroom en de mensen willen hun stad weer schoon houden. Maar de werkloosheid die vooral de jeugd treft is een groot probleem. Er moeten banen voor hen geschapen worden. De bisschop eindigt met de wens van een 'grondige verandering in onze mentaliteit en manier van doen'. Hij pleit voor de hergeboorte van de Haïtiaanse mens, voor een eind maken aan de socio-economische afhankelijkheid van het land en voor de komst van wezenlijk autonoom Haïti.
Op 5 november 1985 werden in Gonaïves bij een protestactie tegen het regiem drie leerlingen door handlangers van Duvalier Jr. neergeschoten. Deze meervoudige moord was een van de incidenten die aanleiding waren van de val van de dictator.
In datzelfde Gonaïves was Baby Doc op uitnodiging aanwezig bij een promotieplechtigheid aan de rechtsfaculteit van de universiteit. Mensenrechtenorganisaties en burgers hebben dit met scherpe woorden veroordeeld. Ze zien het als een poging de oud-dictator te rehabiliteren.
Duvalier, die beschuldigd is van misdaden tegen de menselijkheid en van verduistering van overheidsgeld, blijkt zich vrij in het hele land te kunnen bewegen, terwijl hij krachtens een gerechtelijke uitspraak zich zelfs in Port-au-Prince maar beperkt kan verplaatsen en alleen op vastgestelde uren bezoek mag ontvangen. Ze vinden het een schande dat hij uitgenodigd is voor de promotie van jonge juristen.
Het Oecumenisch instituut voor mensenrechten roept alle leden van de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht op hun verantwoordelijkheid te nemen om J.C. Duvalier te doen ophouden de slachtoffers van zijn misdaden te bespotten. Er moeten maatregelen genomen worden opdat een oordeel over hem wordt uitgesproken conform de wet en de international verdragen die Haïti ondertekend heeft.
Een comité van advocaten noemt het optreden van de deken en de studenten van de juridische faculteit schandalig.
In zijn toespraak dankte Duvalier de studenten voor hun 'moedige en weloverwogen daad' door hem als 'peter van hun promotie' te vragen. Hij vroeg een minuut stilte om de drie jongeren te herdenken (hij noemde hun namen) 'die vielen op de drempel van de volwassenheid'.
Duvalier durft steeds meer. In restaurants in Pétionville wordt hij vaak gezien. Hij gaat er naar de kerk, is aanwezig bij begrafenissen. Onlangs was hij in Jacmel. Tot voor kort zei hij bij deze gelegenheden niets, maar nu geeft hij zelfs interviews aan de pers. Hij was aanwezig op de dodenherdenking op 12 januari en ontmoette daar Bill Clinton, ze schudden elkaar zelfs de hand.
24 december: de Cubaanse kustwacht merkt dat een paar honderd meter voor de kust, vlak bij de Amerikaanse basis Guatanamo, een boot dreigt te zinken. Voor achtendertig van de Haïtiaanse bootvluchtelingen komt de redding te laat. Zevenentachtig mensen (vrouwen, mannen, kinderen) kunnen worden gered. Naar aanleiding hiervan herhaalt Martelly zijn belofte 'te werken aan de verbetering van de levensomstandigheden van alle Haïtianen en voldoende werkgelegenheid te scheppen om te voorkomen dat kinderen, vaders en moeders, gedreven door ellende en wanhoop, doorgaan hun leven en toekomst in de waagschaal te stellen'. Hij vraagt hun niet de zee op te gaan in onbetrouwbare boten.
Twee weken eerder wordt bij de Bahamas door de kustwacht een boot onderschept met bijna tweehonderdvijftig Haïtianen. Ze zijn opgebracht naar de haven en overgedragen aan de minister van Immigratie.
Brazilië schijnt een favoriete bestemming te zijn voor Haïtianen die een beter leven willen. Bang te verdrinken of teruggebracht te worden naar Haïti zoeken ze een weg die hun veiliger lijkt. Tegen betaling van een flinke som geld maken ze gebruik van de diensten van ronselaars die hen naar Equador, Peru of Bolivia brengen, waar ze -zo wordt hun beloofd- werk zullen vinden. Eenmaal daar aangekomen worden ze aan hun lot overgelaten. Ze trekken naar Brazilië, hun laatste hoop. De Braziliaanse minister van Justitie heeft aangekondigd maatregelen te nemen om illegale grensoverschrijdingen tegen te gaan, maar die zijn tot nu uitgebleven. De laatste twee jaar staken enkele honderden Haïtianen illegaal de Braziliaanse grens over. De regering van de deelstaat Acre stuurt hen voedsel. Ze zoeken op pleinen een onderkomen.
Eind december deed het gerucht de ronde dat Brazilië inderdaad strenger zou gaan optreden tegen illegale grensoverschrijdingen. Het gevolg hiervan was dat binnen enkele dagen vijfhonderd Haïtianen de grens tussen Bolivia en Brazilië overstaken. Ruim tweehonderd kwamen elders de grens over. Volgens de schatting van de minister van Justitie zijn sinds de aardbeving rond de vierduizend Haïtianen in zijn land aangekomen.
Ondanks de economische crisis kent Brazilië een economische groei en kan het land tot nu toe deze illegalen opvangen. De meesten vinden in het noorden werk in de bouw van twee waterkrachtcentrales en andere ondernemingen die te kort aan arbeidskrachten hebben.
De Internationale Ontwikkelingsbank (BID) heeft toegezegd 20 miljoen dollar over te maken voor de herstelwerkzaamheden aan de waterkrachtcentrale Péligre, die Port-au-Prince en omgeving van stroom voorziet. Dit bedrag is de tweede schenking na een eerdere van 12,5 miljoen dollar. Het Internationaal Ontwikkelingsfonds OPEP schonk 15 miljoen..
Sinds enkele jaren levert de centrale niet meer dan de helft van haar normale capaciteit van 54 megawatt. Wanneer de centrale weer op haar normale capaciteit functioneert, kan ze behalve elektriciteit leveren ook de waterstand in de Artibonite vallei regelen.
Het BID is grootste multilaterale donor van Haïti. De laatste twee jaar heeft het projecten goedgekeurd voor een waarde van 422 miljoen dollar.
Drieëntwintig jonge boeren hebben na een opleiding van twaalf maanden hun agro-ecologisch certificaat gekregen. Hun taak wordt het in de dorpen waar ze vandaan komen de mensen ervan te overtuigen dat zij de hoogste prioriteit moeten maken van de bescherming van het milieu. Ze hebben beloofd zelf boer te blijven en zich in te zetten voor de strijd tegen erosie, ontbossing en wilde houtkap. Ze willen de weg afsnijden van ieder plan dat de biologische landbouw dwarsboomt ten voordele van de industriële landbouw.
Volgens de landbouwkundige van hun opleiding is de ontwikkeling van dorpen afhankelijk van hun ideeën en initiatieven. Ze zullen het gevecht moeten aangaan met de vijand die druk op hen zal uitoefenen voor de industriële landbouw om te kiezen en die zich tot ieder prijs meester willen maken van de grond om er biobrandstof op te produceren.
De Centrale Bank van Haïti is een campagne begonnen om het elektronisch betalen te bevorderen. Op de lokale markt is betalen met contant geld verreweg de meest gebruikte methode Alleen in Port-au-Prince en omgeving wordt elektronisch betalen steeds meer gebruikelijk. Buiten de regio Port-au-Prince echter is betalen per cheque, creditkaart, enz. praktisch onmogelijk. Met duizenden Amerikaanse dollars bij zich gaan veel kleine handelaren de grens over om in de Dominicaanse Republiek hun handelswaar te kopen. Het gevaar van beroving ligt op de loer.
Om witwassen van zwart geld te voorkomen kan niet meer dan 10.000 dollar worden opgenomen.
Begin december was er in verschillende banken in het land een tekort aan dollars. Dit was te wijten aan de grote vraag naar dollars en door de beperkingen door internationale banken van import van Amerikaanse deviezen. Bij sommige handelsbanken konden de klanten niet meer dan 1.200 - 3.500 opnemen.
Twee rapporten van de VN maken melding van excessief geweld door de Haïtiaanse politie tegen gevangenen en van op zijn minst negen doden die door geweld om het leven gebracht zouden zijn. Het VN rapport van het Hoge Commissariaat voor de mensenrechten en dat van Minustah noemen twintig politiemensen die zich in zes verschillende zaken schuldig zouden hebben gemaakt aan geweldpleging.
Het hoofd van de politie, Mario Andrésol, zegt de controlerende rol van de VN en van andere groeperingen die de politie proberen te helpen te erkennen en te waarderen, maar merkt op dat de leidinggevenden binnen het corps al maatregelen genomen hebben om deze misstanden een halt toe te roepen. 'In alle gevallen waarover wij ingelicht zijn hebben wij disciplinaire maatregelen getroffen. Sommigen zijn gearresteerd en wachten op hun proces'. Hij verklaart dat de genoemde misstanden niet representatief zijn voor het hele corps.
Beide rapporten melden echter dat de verantwoordelijken niet geëigende maatregelen hebben genomen tegen de agenten die verdacht worden van executies en martelingen. Politiemensen zijn geschorst of gevangen gezet, maar geen van hen is schuldig bevonden. Sommigen die geschorst waren zijn weer in functie.
Een jaar na de aardbeving organiseerde de regering Préval-Bellerive een indrukwekkende ceremonie bij Morne Christophe, de plaats waar massagraven zijn gedolven zijn voor de duizenden of misschien wel tienduizenden slachtoffers. Er is toen toegezegd dat er een monument zou worden opgericht en dat de plek een pelgrimsoord zou worden. Beide plannen moeten nog gerealiseerd worden.
Zoals vorig jaar vonden ook dit jaar verschillende manifestaties en herdenkingsplechtigheden plaats. Voor scholen en openbare instellingen werd een vrije dag afgekondigd..
Precies 35 seconden lang, de duur van de aardbeving, luidden de klokken. Exact op dezelfde tijd dat de aardbeving plaats vond, legde de president een bloemstuk.
In Martissant is voor de overledenen een gedenkteken opgericht .Iedereen probeerde die dag op zijn of haar manier de doden te herdenken. De begraafplaatsen werden druk bezocht. Er werden tochten georganiseerd naar de massagraven in verschillende wijken van de hoofdstad..
Het nationaal museum Panthéon wijdde een tentoonstelling aan de slachtoffers.
Twee jaar de aardbeving zijn nog steeds 500.000 mensen dakloos. Verschillende organisaties betoogden daarom ook op 12 januari voor het recht op huisvesting.
Voor 20.000 mensen echter komt er een eind aan hun ellendig bestaan. In gezelschap van de Canadese minister van Internationale Samenwerking, Beverly Oda, verschijnt de president op Champ de Mars, het park in het hart van Port-au-Prince, waar duizenden een onderkomen gezocht hebben in tenten of bouwsels van afvalmateriaal.. Eerder die dag hebben de president en zijn Canadese gast in het presidentiële paleis een vergadering gehad, waarbij aangekondigd werd dat Canada zich verplicht om over een periode van twee jaar 19,9 miljoen dollar te schenken voor herhuisvesting van door de aardbeving getroffenen.
Les Moulins d'Haïti (de Haïtiaanse meelfabriek) werd door de aardbeving verwoest. In het industrieterrein bij Cabaret, ten noorden van Port-au-Prince is een nieuwe fabriek geopend, de modernste van de Cariben. De twee graanmolens met elk een capaciteit van 1.200 ton per dag verschaffen werk aan vierhonderdveertig mensen. Dat Les Moulins d'Haïti (LMH) haar werkzaamheden weer hervat is goed voor de Haïtiaanse economie. Van 1998 tot januari 2010 ontving de staat meer dan zes miljard gourdes aan belasting en dividend. LMH is een geslaagde samenwerking van de private en de publieke sector.
Haïtiaanse mensenrechtenorganisatie protesteertIn november 2010 en maart 2011 organiseerde de (voorlopige) kiesraad CEP de presidents- en parlementsverkiezingen. Ze werden gekenmerkt door geweld, schendingen van de kieswet en fraude. Van duizenden Haïtianen zijn de burger- en mensenrechten geschonden.
De resultaten die de CEP publiceerde werden door zowel de politieke tegenstanders als de nationale en internationale waarnemers betwist. Enkele leden van de kiesraad worden beschuldigd van corruptie en het aannemen van steekpenningen om de uitslagen te veranderen ten gunste van sommige kandidaten. Dit leidde er toe dat mensen massaal de straat opgingen en betogingen hielden, waarbij doden te betreuren waren. Er werd veel materiële schade aangericht.
De senaat stelde een onderzoekscommissie samen, die als voornaamste taak kreeg informatie te verzamelen over corruptie en fraude waarvan enkele leden van de CEP beschuldigd werden en over het beleid van de CEP als onafhankelijk instituut. Zonder de uitslag van dit onderzoek af te wachten verordende Martelly op 29 december 2011 dat de CEP ontbonden werd.
RNDDH kan dit moeilijk accepteren, want over de geuite beschuldigingen is nog geen gerechtelijke uitspraak gedaan.. Dit wekt de indruk alsof alle leden van de CEP betrokken waren bij fraude, corruptie en het aannemen van steekpenningen. Het betekent ook dat die er zich wel aan schuldig hebben gemaakt, geen verantwoording hoeven af te leggen en vrij uit gaan. Dat is het handhaven van de praktijk van straffeloosheid, waartegen juist deze regering zegt te willen vechten. De RNDDH vindt dat de regering de resultaten van het onderzoek had moeten afwachten.
COHAN (Comitée Haïti Nederland)
Red.: André de Waele Wezenland 366 7415 JJ Deventer. E-mail: dewacohan@kpnmail.nl